Column

Een ware kunstdino zorgt zelf óók voor de kleintjes en de pioniers

Bij het Festival Oude Muziek zal er afgelopen week taart zijn gegeten. Het festival wordt, met Oerol, De Nederlandse Dansdagen en Cinekid, opgenomen in de BIS (‘Basisinfrastructuur’): de rijksvoorziening voor kunstinstellingen die meerjarige subsidie krijgen zonder tussenkomst van een cultuurfonds. Andere muzikale ‘basisinstellingen’ zijn de orkesten en operahuizen.

Wat nieuws lijkt, ís restauratiewerk. Het Festival Oude Muziek is geen nieuwkomer in die BIS, het werd er in 2012 uitgegooid bij de bezuinigingsslag onder de toenmalige staatssecretaris Halbe Zijlstra. Het Holland Festival bleef over als enig structureel gesteund podiumkunstenfestival, de Nationale Opera als enig operahuis, omdat de Reisopera doormoest als productiekern. Dat markeerde het begin van de mastodontificatie van het kunstbestel: de cultuur wordt bedreigd, red de dino’s!

Het Festival Oude Muziek had gelukkig een directeur die zijn festival met dank aan stad en provincie zeer behendig door ruw weer loodste en ervoor zorgde dat het nu weer iets dichter in de buurt is van waar het was: 5 ton structurele subsidie vanaf 2017. Natuurlijk moet je over het gelobby dat daaraan ten grondslag ligt, wel kritisch zijn: de inhoudelijke bemoeienis van de Kamer slaat een bestaanspijler weg onder de BIS, die juist in het leven werd geroepen om gelobby te voorkomen. Maar had de Kamer in dit geval niet ook gewoon een beetje gelijk? Was de basis niet erg smal geworden?

Cultuurminister Bussemaker vindt dat de Kamer op safe speelt. Dat festivals gericht op talentontwikkeling, jong publiek en/of in de regio de dupe worden van deze ingreep. Uitgedrukt in geld is dat waar: 8 ton voor alle andere festivals in het land, te verdelen door zes fondsen, is een garantie voor gedrang en (dus) nog meer gelobby. Maar hoe kregen festivals als Oerol (Terschelling!) en Oude Muziek (Utrecht) de Kamer aan hun kant? Doordat ze al vele jaren excelleren in brede zin en smaakmakend zijn voor wat er in het veld te halen valt – ook onder de pioniers, starters en in niches.

Natuurlijk: het was jammer (evenals volkomen voorspelbaar) dat die motie van Kamerlid Jasper van Dijk (SP) voor tien miljoen meer geld voor de kunsten het niet haalde. Maar je kunt geweldige festivals als Oerol en Oude Muziek toch moeilijk verwijten dat ze strijden voor hun bestaan. Wie verstarring van de kunsten vreest, moet misschien breder kijken. De BIS wordt gedomineerd door 30 rijksmusea (150 miljoen), 9 orkesten (50 miljoen) en De Nationale Opera (25 miljoen), waar een zaalplaats doordeweeks 124 euro kost. Wat geen pleidooi is voor een kaasschaafverdeling of versnippering. Maar wel voor een frisse blik, en enige nuance.