De comeback van Ter Mors

Ireen Wüst, Jan Blokhuijsen, Michel Mulder en Bob de Jong missen wereldbekerplaatsing. Jorien ter Mors is terug.

Jorien ter Mors won bij de selectiewedstrijden langebaan zowel de 500 als de 1.000 meter. Foto ANP/Vincent Jannink

Zie hem glinsteren in de catacomben van de Twentse IJsbaan, de gouden KNSB Cup met grote oren, de eerste prijs van dit schaatsseizoen. Een jury van twee statistici en de oud- schaatsers Renate Groenewold en Carl Verheijen besliste dat Jorien ter Mors na drie dagen schaatsen om wereldbekertickets de beste prestatie had geleverd, door met groot verschil de 1.000 meter te winnen. Toch nog een winnaar bij een seizoensopening zonder officiële Nederlandse titels of medailles, met maar een handjevol toeschouwers langs de baan en slechts een enkele flits op televisie en internet.

Traditiegetrouw ging het bij de eerste wedstrijd van het seizoen vooral over de schaatsers die buiten de boot vielen voor de eerste vier wereldbekerwedstrijden, vanaf half november in Calgary, Salt Lake City, Inzell en Heerenveen. Ireen Wüst bleek onvoldoende hersteld van een val op haar hoofd in september bij het fietsen, en meldde zich na een zevende plaats van vrijdag op de 1.500 meter af voor de andere afstanden. Jan Blokhuijsen slaagde er na een mislukte vijf kilometer ook net niet in zich te plaatsen op de 1.500 meter. Olympisch kampioen Michel Mulder bleek niet snel genoeg op de 500 meter en was op de 1.000 meter pas elfde. Routinier Bob de Jong greep op de vijf kilometer nipt naast een wereldbekerplek en was gisteren pijnlijk kansloos op de tien kilometer (zevende).

Tot wel veertien uur per etmaal sliep ze

Op de eerste KNSB Cup voor Ter Mors viel weinig af te dingen. De 25- jarige shorttrackster keerde in Enschede ijzersterk terug na een seizoen afwezigheid wegens overreaching, het voorportaal van overtraindheid. Na de Spelen van Sotsji, waar ze goud won op de ploegachtervolging en de 1.500 meter, mocht Ter Mors zeven maanden helemaal niets doen. Tot wel veertien uur per etmaal sliep ze, trainen was er niet bij. „Als dit nog eens gebeurt stop ik”, zei ze voor de seizoensstart. En in Enschede gaf ze ruiterlijk toe dat ze meermaals had getwijfeld of ze nog kon terugkomen op haar oude niveau.

Bij haar comeback draait alles om het doseren van haar ongekende krachten. Vrijdag hield ze het bij één 500 meter (winst in 38,75), om gisteren op de 1.000 meter uit te halen met een toptijd van 1.15,95. Ruim vóór belofte Sanneke de Neeling, die in 1.17,75 verrassend tweede werd. Volgende week doet Ter Mors in Toronto mee aan de wereldbeker shorttrack, een week later op de langebaan in Calgary. Maar Salt Lake City slaat ze daarna over. Als alles goed blijft gaan, mikt ze aan het eind van het seizoen op de dubbel WK sprint en WK shorttrack, beide in Seoul. Allrounden is dit seizoen nog een te zware belasting.

Bij de mannen was Gerben Jorritsma de verrassende winnaar van de seizoensopening. De pas 22-jarige schaatser van Team LottoNL-Jumbo won in 1.47,50 de 1.500 meter, voor ploeggenoot en favoriet Kjeld Nuis (1.47,62). Hij pakte daarbij ook wereldbekertickets op de 500 en 1.000 meter. Na een zomer vol training op uithouding lijkt Jorritsma’s doorbraak als middenafstandspecialist aanstaande. Ook de pas 21-jarige Kai Verbij verbeterde zich opvallend, en pakte wereldbekertickets met de tweede plaats op de 500 meter (34,99) en de derde plaats op de 1.000 meter (1.09,96).

Op de tien kilometer schitterde gisteren Erik Jan Kooiman, zoon van oud-marathoncracks Jan en Ineke. In 13.05,96 bleef hij Jorrit Bergsma (13.07,40) voor, al kon de olympisch kampioen er niet te veel om treuren. Na zijn uitgekiende zege op de vijf kilometer van vrijdag reed Bergsma nu op de langste afstand in een rechtstreeks gevecht Sven Kramer op bijna negen seconde achterstand. „Het heeft gewoon tijd nodig”, relativeerde Kramer direct. Hij had drie wereldbekertickets op 1.500 meter, vijf en tien kilometer. Leuk zo’n KNSB Cup. Maar pas later in het seizoen blijkt wie de echte winnaars zijn.