De pijn van het dier is terug op de markt

De voedselautoriteit rakelt een oude discussie op. Hoe erg lijden dier en mens nu onder ritueel slachten?

Rituele slachterij in Oudeschoot in 2001

Zaterdagmiddag, de Afrikaandermarkt in Rotterdam-Zuid. De bezoekers, overwegend Turkse en Marokkaanse Nederlanders, verdringen elkaar bij de groenten („appels voor ’n euro!”) en staan in rijen voor de notenkraam. Alleen bij Deelen’s Vleeswaren staan vrijwel geen klanten: „Ik verkoop niet zo veel”, zegt de Hollandse slager. „Mijn vlees is niet halal.”

Veel moslims in Rotterdam-Zuid willen vlees dat volgens islamitische voorschriften is geslacht. Dat betekent dat het dier nog moet leven wanneer zijn hals met een mes wordt doorgesneden. Ook Joden vinden vlees pas koosjer als het op deze manier is geslacht. Maar de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) wil een verbod op het slachten zonder verdoving, schrijft de toezichthouder in een vrijdag verschenen rapport. Het zou dieren veel pijn en stress bezorgen, schrijft de NVWA.

Het kabinet moet nog reageren op het advies, maar Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren gaat het kabinet dinsdag meteen vragen rituele slacht te verbieden. Daarmee is een vier jaar oude discussie nieuw leven ingeblazen. Destijds stemde de Tweede Kamer, inclusief de huidige regeringspartijen PvdA en VVD, in met een wetsvoorstel om ritueel slachten te verbieden. De wet werd geblokkeerd door de Eerste Kamer, die vond dat een verbod in strijd is met de vrijheid van godsdienst.

Terug naar de Afrikaandermarkt. Een slagerij die wél veel klanten heeft, heet Andalucia. Achter de balie staat Mohammed Atia die een rood schort boven zijn witte slagersjas draagt. Of zijn vlees halal is? „Kom maar kijken”, zegt Atia. Hij zwaait de deur van zijn koelcel open, waar hompen vlees op hoge planken liggen opgestapeld. Atia pakt een sukadelap. ‘Halal’. Atia zou niets anders wíllen verkopen, zegt hij. „Het dier moet levend worden geslacht, zodat het bloed eruit loopt. Dat staat duidelijk in de Koran.” De bedoeling van deze methode, legt Atia uit, is dat het dier zo weinig mogelijk pijn lijdt. „Het mes moet scherp zijn. De nek moet in één beweging worden doorgesneden.”

Het verdoven van een dier zou in strijd zijn met deze methode. Want het komt voor dat een dier als gevolg van zo’n verdoving overlijdt. Over deze normen wordt wel gediscussieerd binnen de moslimgemeenschap. De één vindt dat het dier wel een beetje bedwelmd mag worden, de ander is per definitie tegen. Drie jaar geleden is een convenant opgesteld tussen slachterijen en religieuze organisaties. Als het dier veertig seconden na de halssnede nog bij bewustzijn is, zou het alsnog worden verdoofd. Onduidelijk is wat daarvan terecht is gekomen. Het kabinet moet nog een evaluatie maken.

Volgens islamitische en joodse belangengroepen is niet onomstotelijk aangetoond dat onverdoofd slachten dierenleed veroorzaakt. Aissa Zanzen van de Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland wijst op studies waaruit zou blijken dat ritueel slachten geen kwaad kan. „Zo’n verdoving is niet zonder pijn. In sommige gevallen wordt een pen in de kop van het dier geschoten. Dat veroorzaakt ook stress.”

De Joodse advocaat Herman Loonstein noemt het rapport dat de NVWA vrijdag uitbracht „hypocriet” en „erg kort door de bocht”. Hij wijst erop dat het bedwelmd slachten van dieren in tien procent van de gevallen mis gaat. Daarnaast weegt het recht op godsdienstvrijheid volgens Loonstein zwaar en moet ook gedacht worden aan de gezondheid van joodse kinderen, die geen vlees meer kunnen nuttigen wanneer religieus slachten wordt verboden. Hetzelfde geldt voor Nederlandse moslims, zegt Aissa Zanzen: „Mensen zullen echt geen vlees kopen dat niet ritueel geslacht is.”

    • Andreas Kouwenhoven