De nieuwe tanden van Dirk Kuijt

Arjen van Veelen schrijft wekelijks over een nieuwsfoto. Vandaag: het lijf als een machine, die eeuwen meekan.

Foto: ANP

In de 94-ste minuut van de bekerwedstrijd Feyenoord-Ajax, in stadion de Kuip, was duidelijk te zien dat Dirk Kuijt (35) zich een nieuw gebit heeft aangemeten. Feyenoord had op dat moment net de wedstrijd beslist, door een eigen doelpunt van Ajax. Kuijt, opgefokt als een ventje, is over de reclameborden gesprongen, richting de tribune. Hij brult omhoog naar het legioen. De fotograaf knielt en schiet van onderen. We zien snuivende neusvleugels, we zien de hete, roze oorschelpjes. We kijken recht in de opengesperde muil.

En daar ontwaren we een fraaie haag tanden, gedisciplineerd in het gelid. Vrijwel smetteloos, romig bijna; tanden om voortdurend te likken. Nieuwbouw.

Foto: ANP

Wanneer Kuijt die nieuwe tanden kreeg weet ik niet. Maar op oudere foto’s, bijvoorbeeld van het WK in Brazilië, is zijn gebit nog scheef. Op nog oudere foto’s, in zijn eerste periode bij Feyenoord, is zijn gebit zelfs ruïneus: spitse hoektand als Dracula, scheefgezakte premolaren, rafelige snijtanden. Een prehistorische bek, alsof zijn geboortestad Katwijk orthodontisten ontbeerde.

De nieuwe tanden staan hem goed. Ze maken hem misschien geen man om van te zuchten zo knap, maar hij oogt tien jaar jonger. En het magische is dat die verjonging van zijn tanden in de pas loopt met een verjonging in zijn spel. Voor wie de sport niet volgt volstaat het te weten dat Kuijt deze zomer op pensioengerechtigde leeftijd terugkeerde bij Feyenoord, om uit te buiken, vreesden velen, en dat hij nu topscorer is van de eredivisie; dat FC Barcelona belangstelling voor hem koestert. Kuijt draait de tandeloze tijd terug.

Maar een nieuw gebit kopen lijkt iets voor wannabe televisiesterren en lichtgewichten. Aan Kuijt kleeft juist het beeld van de noeste en bescheiden Katwijker, die bidt voor het eten, die nauwelijks drinkt, die vrij is van kapsones en tatoeages. Die getrouwd is met zijn schoollief en die in interviews zijn doelpunten altijd ombuigt als teamprestatie. Kuijt: een anachronistische, calvinistische visserszoon. Neppe tanden passen daar niet bij. „Een echte Feyenoorder verbouwt zijn gebit niet”, schreef een columnist al in Tubantia.

Dat beeld is een misverstand. Kuijt is niet zozeer calvinistisch, als wel Amerikaans: altijd optimistisch, überambitieus, op het prekerige af. Hij predikt dat je ook zonder aangeboren talent de top kan bereiken, zoals hij deze zomer in de Volkskrant zei: „Daar zit een boodschap in; dat je ambities kunt waarmaken.” Niemand wordt perfect geboren, maar door discipline, gezonde voeding, dagelijks trainen, kun je alsnog het onderste uit je lijf peuren. Het ethos van make the most of your life.

Kuijts credo is de maakbaarheid van de mens. Als Kuijt iets belichaamt dan is het de Men’s Health-filosofie. Hij ziet het lijf als een machine, die eeuwen meekan, mits goed onderhouden, en zo nodig gerepareerd. Terecht luidt zijn bijnaam Mr. Duracell. Zijn gezwollen aderen zijn niet die van Maradona, niet van cocaïne, maar discipline. Zijn nieuwe tanden zijn geen

ijdelheid maar een bandenwissel.

Vroeger hielden we van tragische genieën die twee pakjes per dag rookten en champagne slurpten in de rust en daarna toch gracieus scoorden. De held van onze tijd is een calculerende broccoli-topsporter die effectiviteit afleest aan de data op zijn smartwatch.

De legendarische Feyenoord-spits József Kiprich had een buikje toen hij Feyenoord kampioen maakte. Kuijts sixpack voelt eerder als een verwijt naar de man thuis op de bank: ook jij kan meer uit je lijf halen. Als Kuijt een schrijver was, zou hij een schrijver zijn met zo’n ‘staand bureau’, omdat wetenschappelijk bewezen is dat je van staan topfit blijft.

Kuijt zal daarom nooit een echte cultheld zijn. Maar hij is wel de held van deze tijd. In onze tijd bloeit de cultus van gezond leven. In de wetenschap klinkt een nieuw optimisme over de mogelijkheid om heel oud te worden, 150 jaar wordt voorspeld, 1000 jaar, onsterfelijk misschien zelfs. Mits we gezond eten. Mits we tijdig repareren. Mits we techniek implanteren. „De mens wordt steeds meer zijn eigen schepper”, aldus schrijver Bas Heijne in zijn tv-serie de De Volmaakte Mens. Veroudering zien we als ziekte die ooit te genezen valt.

Volmaaktheid is niet opwindend, en dat is Kuijt ook niet. Sporters worden legendarisch door godgegeven seconden waarin ze natuurwetten omzeilen (basketballers die zweven, de passeerbeweging van Dennis Bergkamp tegen Newcastle). Kuijt spot hooguit met stofwisseling, zijn cellen verouderen niet. Kuijt heeft geen ‘momenten’, hij kent alleen een continuum: altijd blijven rennen.

Hij zal onsterfelijk worden, maar niet op een figuurlijke manier, niet zoals Johan Cruijff straks onsterfelijk zal blijken. Kuijt zoekt letterlijke onsterfelijkheid, the hard way: door een gedisciplineerd leven, door goed machineonderhoud, op tijd naar bed, en af en toe een fonkelnieuw implantaat. Kuijt is de nieuwe machinemens.