De countertenor is exotisch, barokopera een dierentuin

Cencic is een van dé counter-tenoren van het moment. Komend weekend zingt hij in Händels opera ‘Tamerlano’.

Countertenor Max Emanuel Cencic (1976)

Hoe verklaart u de huidige populariteit van countertenoren?

„Volgens mij heeft het te maken met durf. Met mijn productiehuis Parnassus doen we nu opera’s die twintig jaar geleden niet voor uitvoering in overweging werden genomen, zoals Artaserse en Catone in Utica van Leonardo Vinci, waarbij we met vijf countertenoren op het podium staan. En dat is een groot succes. In het verleden zette men voor castraatrollen vaak mezzosopranen in; wij kiezen echt voor mannelijke zangers. Niet alleen omdat dat authentieker zou zijn, ook omdat het leuk is: een countertenor is exotisch, en barokopera gaat ook over vreemde dingen. Het is een soort dierentuin. Dat verleent dit repertoire een deel van zijn aantrekkingskracht – mits het natuurlijk goede zangers zijn, zoals bijvoorbeeld Franco Fagioli en Philippe Jaroussky.”

Waarom is er momenteel zo’n grote golf van countertalent?

„Dat heeft vooral te maken met veranderende inzichten over zangtechniek. Vijfentwintig jaar geleden dacht men dat je een countertenor niet op een normale manier kon trainen. Docenten weigerden leerlingen met het argument dat ze de countertechniek zelf niet beheersten, je werd naar Londen gestuurd, waar de benodigde kennis zogenaamd wel voorhanden was. Maar dat is onzin. Counteren is een zangtechniek als alle andere.”

Wat moet een counter níét doen?

„Switchen tussen tenor of bas en je kopstem is funest voor je stem. Vroeger ontwikkelde men na de stembreuk eerst een laag register, om vervolgens terug te schakelen naar de hoogte. Nu is bekend dat je met counteren zo jong mogelijk moet beginnen.”

Op uw nieuwe cd ‘Arie Napolitane’ staat onbekend repertoire uit de Napolitaanse Barok. Een voorliefde?

„Napels is een favoriete stad van me, waar veel geweldige muziek is geschreven. Daar heb ik in lopen schatgraven. De aria’s van Leonardo Leo zijn mijn favorieten, ze bezitten een eenvoudige schoonheid met haast classicistische contouren – wat je in die tijd niet zou verwachten. Bovendien wordt tegenwoordig min of meer van je verwacht dat je uit de Barok ontdekkingen presenteert. God verhoede dat je een cd met Händel maakt!”

De cd eindigt ongebruikelijk – met een instrumentaal concerto van Domenico Auletta.

„Ik wilde dat mijn cd anders dan anders zou zijn. Il Pomo d’Oro, waarmee ik zondag in het Concertgebouw sta, is een geweldig orkest, dat het verdient om gehoord te worden.”