Typisch Bosch, maar niet van Bosch

Volgens nieuw onderzoek zijn deze typische Jeroen Bosch-schilderijen niet gemaakt door de meester zelf. Spanje twijfelt.

Uit het oeuvre van Jeroen Bosch kunnen we twee schilderijen schrappen en er één tekening aan toevoegen. Met die boodschap kwam zaterdagavond in Nieuwsuur het Bosch Research and Conservation Project (BRCP). Over drie maanden presenteert dit enorme onderzoeksproject zijn conclusies. In februari opent in Den Bosch een grote expositie over Bosch (1450-1516).

In Spanje reageerde het Prado geschokt en ook het Gentse Museum voor Schone Kunsten is geïrriteerd dat het nu al is bekendgemaakt. Projectleider Matthijs Ilsink van het Bosch-onderzoek kon moeilijk anders, zegt hij, want 20 november gaat op het IDFA een documentaire in première waar het nieuws in zit.

Dat de Kruisdraging (1510-1515) uit Gent niet van Bosch zelf is, is niet echt nieuw. „Een Antwerpse navolger van Hieronymus Bosch”, de dikke catalogus van Stefan Fischer uit 2013 is er duidelijk over. De vertrokken gezichten van de mannen die Jezus sarren bij zijn kruisdraging zijn volgens Fischer te „grotesk”. Uit technisch onderzoek is bovendien sinds 2011 bekend dat de onderschildering afwijkt van ander werk van Bosch. Ook het Gentse museum zelf hield al een slag om de arm en noemde het „vermoedelijk” een werk van Bosch. Het museum zal wel de datering moeten veranderen in ca. 1530-1540. Dus na de dood van Bosch.

Hoofdzonden staat niet op eikenhout

Bij De Zeven Hoofdzonden (1505-1510) uit het Prado is de conclusie verrassender. Ilsink zegt dat men vorige week in het Prado „terughoudend” reageerde op de boodschap. Hij was daar toevallig voor onderzoek. „De conservator zei meteen dat het wél van El Bosco was.”

Ilsink had vier redenen voor „ernstige twijfel” over De Zeven Hoofdzonden. Een zestiende-eeuwse bron schrijft het toe aan een leerling die het werk uit eerbied met de naam Jheronimus Bosch signeerde. Alles van Bosch is op eikenhout geschilderd, deze op populier. Bovendien wijken de ondertekening en de schilderlaag af van de andere werken.

„Wij kunnen de hand van Bosch er niet in vinden, maar we hebben het niet zo goed kunnen onderzoeken als de andere werken”, zegt Ilsink. Het Prado stond niet toe dat hij eigen foto’s nam en ander technisch onderzoek deed. Wel mocht hij ter plekke infraroodfoto’s bekijken. „Maar ik kon ze niet delen met andere projectleden. Dat maakt het trekken van conclusies moeilijker en ze misschien ook wel meer betwistbaar.” Ilsink weet niet waarom het Prado terughoudend was. Hij wijst erop dat De Zeven Hoofdzonden in Spanje een bijzondere status heeft, omdat het in de kamer hing waar koning Filip II in 1598 overleed.

Van een tekening met scènes uit de hel denkt het BRCP dat het wél van Bosch is. Het werd tot nu toe toegeschreven aan zijn atelier. Een Vlaamse particulier kocht Hellelandschap in 2003 op een veiling in New York, voor 300.000 dollar. Volgens Ilsink zijn de kwaliteit en de vele markante details de voornaamste argumenten om het aan de meester zelf toe te schrijven.