Deze verkiezingen draaien vooral om Erdogan

Turkije heeft vandaag voor de tweede keer in een half jaar gestemd. Turken zijn bang dat het land wordt meegezogen in het geweld in het Midden-Oosten.

President Erdogan brengt zijn stem uit. AFP / Ozan Kose

Het stemmen tellen is begonnen in Turkije. Vanavond wordt duidelijk of de partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling AKP van president Erdogan een meerderheid in het parlemet behaalt. Anders moet er een coalitie komen.

Dertien jaar lang regeerde de AKP met een absolute meerderheid in Turkije. Recep Tayyip Erdogan was drie termijnen premier, voor hij afgelopen jaar de eerste gekozen president werd. Zijn partij wil de grondwet wijzigen en de president meer macht geven. Maar daar zijn de andere partijen tegen. Hoewel Erdogan niet deelneemt aan deze parlementsverkiezingen, draaien die toch grotendeels om hem.

„We staan hier onze tijd te verdoen vanwege één man. Je weet over wie ik het heb,” zegt Selcuk Baytas (53) buiten een stembureau in een school in het centrum van Istanbul. Hij heeft vandaag op de republikeinse partij CHP gestemd. „Ik verwacht niet dat deze verkiezingen iets veranderen, maar toch moeten we weer komen opdraven.”

De verkiezingen vandaag zijn een herhaling van de verkiezingen van 7 juni. Toen haalden vier partijen de kiesdrempel van tien procent. In de dertien jaar daarvoor waren dat er maar drie. De nieuwkomer was de Democratische Volkspartij HDP, voortgekomen uit de linkse Koerdische beweging. De dag na de verkiezingen bleek al dat de grootste partij AKP, gewend aan alleen regeren, totaal geen zin had in het vormen van een coalitie. De andere partijen al net zo min. De ultranationalisten van MHP sloten samenwerking uit. Zowel de republikeinse CHP als de HDP staan op veel vlakken lijnrecht tegenover de AKP. Volgens de grondwet moeten nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven als het niet binnen 45 dagen lukt een regering te vormen. Nog voor onderhandelingen begonnen voorspelden media dichtbij de AKP al nieuwe verkiezingen in de hoop dat AKP de meerderheid terug zou krijgen en instabiliteit door de nieuwe machtsverhoudingen.

Turkije in de ban van geweld

Instabiliteit kwam er. Turkije is sinds begin van de zomer in de ban van geweld. Zelfmoordaanslagen door terreurgroep Islamitische Staat eisten ten minste 135 mensen het leven. Bij aanslagen door de Koerdische PKK kwamen meer dan honderd militairen en politiemensen om. Bij de gevechten tussen PKK en de Turkse strijdkrachten zijn aan beide kanten slachtoffers gevallen en burgers omgekomen. „Het grootste verschil met vorige verkiezingen? Meer dode mensen,” zegt yogalerares Nur Taran (33). Ze stemt op de HDP.

„Deze oorlog is de schuld van AKP en HDP samen,” zegt lederhandelaar Ali Yilderim (48). „Het is voor mij glashelder dat de HDP zijn orders krijgt van de (verboden) PKK. En Erdogan is bereid dit land mee te slepen in een oorlog zolang hij de macht maar krijgt.”

Aanklagers niet onafhankelijk

Aanklagers zijn in Turkije niet onafhankelijk. Ze buigen als knipmessen voor de machthebbers en zijn een belangrijk obstakel in de vrijheid van meningsuiting. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de zaken tegen mensen die Erdogan beledigd zouden hebben. Er zijn tientallen aanklachten. Daarbij gaat het vaak om tieners die soms niet meer op hun geweten hebben dan een kritische tweet of het van de muur rukken van een poster met een afbeelding van de president.

Media voor of tegen regering

Je hebt in Turkije media die voor de AKP-regering zijn en media die alles fout vinden wat die regering doet. Daar zit weinig tussenin. Welk kamp ze kiezen wordt meestal bepaald door de eigenaar. Dat zijn vaak ondernemers die zaken doen met de regering of hun concurrenten. De afgelopen maanden staan media die kritisch zijn op de AKP zwaar onder druk. Meerdere tv kanalen zijn van de kabel gehaald. Op 28 oktober is de grote Ipek Koza Holding, een mijnbouw- en mediabedrijf binnengevallen door de politie en onder toezicht gesteld. Op slag veranderde de toon op de 2 tv-kanalen en 2 kranten van het concern van kritisch op de regering in lovend.

De economie staat er slecht voor

Het geweld in Turkije en de zorgen over het afglijden van de Turkse democratie hebben hun weerslag op de economie. Investeerders zijn aarzelend. De Turkse lira verliest waarde. De toerismesector had een slechte zomer. De strijd in buurlanden Irak en Syrië bemoeilijkt de handel met het Midden-Oosten. De werkloosheid stijgt en Turkse werknemers klagen over de concurrentie door de enorme aantallen Syrische vluchtelingen die zwart en onder de prijs werken. „Alle partijen hebben schuld aan hoe slecht het gaat,” zegt kapper Ali Agca (35) die samen met zijn moeder op de AKP stemt. „Ik denk dat de AKP dit keer wel een coalitie sluit. Dat zal moeilijk worden, maar het moet. In het landsbelang.”