‘Yuri moet weer Yuri worden’

Na een aantal moeilijke jaren zit ringenspecialist Van Gelder weer lekker in zijn vel. Nu is het tijd voor een medaille bij de WK in Glasgow, vindt hij. Nog belangrijker: zich plaatsen voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro.

Yuri van Gelder aan ringen tijdens de kwalificaties bij de WK turnen in Glasgow. „Ik heb een deel van mijn leven verkloot.” Robin van Lonkhuijsen/ANP

Zijn ogen glinsteren weer en de schuwheid heeft zijn lichaam verlaten. Yuri van Gelder heeft afgerekend met zijn cocaïneverleden en is helemaal terug als sportman. „Ja, natuurlijk heb ik een deel van mijn leven verkloot. Dat kan ik alleen mezelf verwijten. Ik heb iets goed te maken.”

Nee, als turner hoeft hij niets meer te bewijzen, vindt Van Gelder. Dat heeft de 32-jarige ringenspecialist al gedaan met drie Europese en één wereldtitel. Zijn leven was even ontwricht door cocaïnegebruik en een schorsing van één jaar. Maar na zijn verblijf in een Schotse afkickkliniek en talrijke momenten van reflectie heeft hij het gevecht tegen zijn verslaving gewonnen. Van Gelder heeft zich terug gevochten naar de top. En daar is hij fier op.

De sportman met bicepsen als staalkabels straalt hernieuwd zelfvertrouwen uit. In het teamhotel in Glasgow verstopt de getormenteerde turner zich niet langer als een schuw vogeltje op zijn kamer, maar verschijnt hij regelmatig goedgemutst in de lobby. Om een bakkie te doen of een praatje te maken. Hij is relaxter geworden, erkent Van Gelder. „Nee, ik heb niet bewust een andere houding aangenomen. Ik geniet gewoon weer van het leven. Dat ik voorheen mensen op afstand hield, heeft met mijn verleden te maken. Maar die periode heb ik afgesloten. Ik zit weer lekker in mijn vel.”

Tot zover zijn terugkeer als mens. De sportman Van Gelder heeft het aanzienlijk moeilijker. Hij levert een hard gevecht tegen de toegenomen concurrentie aan ringen. Een strijd die de turner moeilijk afgaat, want sinds zijn rentree heeft hij op internationale toernooien geen medaille meer gewonnen. Vaak ging het nét mis, zoals afgelopen voorjaar op de EK in Montpellier, waar hij drieduizendste punt te kort kwam voor de bronzen medaille.

Drieduizendste punt, hoe petieterig klein kan een gat zijn? Dat roept ook de vraag op of Van Gelder wel eerlijk wordt beoordeeld door de jury. Zou zijn cocaïneverleden een negatieve invloed op de cijferwaarderingen hebben? „In de eerste internationale wedstrijden na mijn schorsing was ik daar wel nerveus over”, reageert hij. „Maar nu heb ik dat idee niet meer. Ik heb meer het gevoel dat men blij is met mijn terugkeer.”

Juryleden niet oplettend

Van Gelder denkt dat er andere oorzaken zijn. Hij twijfelt meer aan de oplettendheid van de juryleden. Hij heeft daar ook aanwijzingen voor. De turner heeft meegewerkt aan het project ‘Slimme Ringen’ van InnoSportLab uit ’s-Hertogenbosch. Onderzoekers hebben de bovenbalk van het ringenstel voorzien van sensoren, die de kracht op de linker- en rechterring onafhankelijk van elkaar kunnen meten. Op de EK in Montpellier zijn metingen verricht om data te verzamelen. En wat bleek, volgens Van Gelder: twaalf keer werd een element niet afgewaardeerd.

Dat zit zo, legt de ringenspecialist uit. „Elk krachtelement behoor je twee seconden aan te houden. Ik doe dat altijd keurig. Maar op de EK is dat twaalf keer verzaakt, maar zonder de verplichte aftrek van drietiende punt. En dan mis ik brons op drieduizendste punt. Daarom durf ik te beweren dat mij een medaille is afgepakt. Nee, ik neem de jury niets kwalijk. Ik begrijp dat het moeilijk tellen is voor een jurylid. Daarom hoop ik dat in de toekomst ringen van die sensoren worden voorzien. Dat maakt de beoordeling makkelijker en vooral eerlijker. Het systeem is intussen bij de internationale federatie FIG aangeboden, dus wie weet.”

Innovatie is iets voor de toekomst, eerst moet Van Gelder met het heden dealen. Want hij wil naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Dat streven mag je in zijn geval een brandend verlangen noemen, want de turner heeft achtereenvolgens ‘Beijing’ en ‘Londen’ op een haar na gemist als gevolg van „complexe kwalificatie-eisen”. Wegblijven van de Spelen past niet bij zijn statuur, vindt Van Gelder. Stellig: „Ik heb NK’s, EK’s, WK’s en World Cups geturnd. Dan mogen Olympische Spelen toch niet ontbreken?”

In Glasgow moet het gebeuren, vindt Van Gelder, die nog een ontsnappingsroute met het nationale team achter de hand heeft. Maar dan moet Nederland op het olympisch kwalificatietoernooi, eind april in Rio, wel bij de beste vier van acht deelnemende landen eindigen. Liever wacht Van Gelder daar niet op. Een medaille zaterdagmiddag in de ringenfinale brengt hem als individuele turner naar Rio. Alleen de gedachte aan dat scenario windt hem op. Strijdlustig: „Deze keer moet het maar gebeuren. Gewoon een medaille winnen, de kleur maakt mij even niet uit. Het zou echt geweldig zijn als dat lukt.”

Naast de scherpe concurrentie zijn er in zijn geval nog twee onzekerheden. Ten eerste een gescheurde pees in zijn voet, die hij wee maanden terug heeft opgelopen. Met tape kan hij dat ongemak verhelpen.

Onzekerder is hij over zijn afsprong, die nog te vaak met een hupje gepaard gaat. Dat impliceert drietiende punt aftrek en vrijwel zeker geen podiumplaats. Om naar Rio te kunnen zal Van Gelder in de ringenfinale bij zijn afsprong moeten stáán. En hij beseft dat. „De kwaliteit van mijn oefening is gewoon goed, dat is het punt niet. Maar de marges zijn zo klein dat het echt uitmaakt of je staat of niet; dat kan het verschil tussen plaats één en plaats zeven zijn. Ik kan het, ik voel het. Ik ben fit en zelfverzekerd. Als ik stilsta bij mijn afsprong ga ik naar Rio, zeker weten.”

De finaleplaats in Glasgow heeft Van Gelder van één zorg verlost. Hij heeft zijn A-status voor komend jaar veiliggesteld en weet zich weer verzekerd van een inkomen. Van economische weelde is in zijn geval geen sprake meer. De ringenspecialist heeft bijna al zijn privésponsors verloren en wordt de laatste jaren minder vaak gevraagd voor lucratieve demonstraties.

Maar opgeven? Dat nooit. Het vuur van optimisme brandt nog volop. Komt wel weer, denkt de turner. Als de economie aantrekt en hij zich met een WK-medaille en een olympisch optreden weer op de kaart kan zetten. „Yuri moet weer Yuri worden”, vindt Van Gelder.