Wispelturige burgers en politici die tijdgeestverwarring creëren

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen?

Deze week: bedreigde fractievoorzitters die extra bedreigingen bestellen.

Oftewel: politici verstrikt in Hollandse taboes en tijdgeestverwarring.

En zo werd deze week een nieuwe grens overschreden. Drie fractievoorzitters, Buma (CDA), Pechtold (D66) en Klaver (GroenLinks), die in Nieuwsuur ineens spraken over persoonlijke bedreigingen en de aangifte die zij daarvan deden.

Dit nadat diezelfde dag Zijlstra (VVD) in een interviewtje even een kogelbrief aan zijn adres vermeldde. Alles in de context van de wens van zowat alle fractievoorzitters, Wilders inbegrepen, om bedreigingen en intimidaties in het vluchtelingendebat tegen te gaan.

Ik keek ervan op.

Die brief was natuurlijk prima: opstaan tegen iedereen die agressie en repressie verkiest boven normaal argumenteren. Tegen de schreeuwers, tegen de brandbommengooiers.

Maar misverstanden genoeg. Je had mensen die dachten dat Wilders er zich niets van aantrok: de brief van de fractievoorzitters stond nog niet in de Volkskrant of hij had het alweer over de „laffe neppolitici” van de andere partijen. En het klopt: collegialiteit is nooit een kwaliteit van de PVV-leider geweest.

Maar denk niet dat Wilders’ afkeer van fysiek geweld gespeeld zou zijn. De man minacht iedereen, PVV’er of niet, die de minste insinuatie in die richting doet. In de binnenkamer begint zijn favoriete drieletterwoord met een g en eindigt op een k, en voor mensen met een hang naar fysiek conflict spreekt hij dat veelvuldig in meervoud uit. Gekken.

Tegelijk zijn ze er in die PVV al weken beducht voor dat regionale medewerkers, in hun ijver de verzetsoproep van hun baas te volgen, in de fout gaan.

Wat dat betreft gaf Jesse Klaver, de initiatiefnemer van de gezamenlijke brief, zijn PVV-collega deze week een gouden kans.

Het duurde dus niet lang voordat Wilders, nadat hij dinsdagmiddag rond het vragenuurtje door Klaver was benaderd, met het principe van die brief instemde.

En toen de GroenLinks-leider zijn concepttekst diezelfde dag, aan het begin van de avond, aan de andere fractieleiders verstuurde, kostte het een paar uurtjes, en schrapping van enkele zinnen, om er een akkoord over te krijgen.

Bij GroenLinks waren ze verrast over het gemak waarmee dit rondkwam.

Pas de dag daarna, woensdag, ging het serieus mis. Achteraf begreep ik dat die uitspraken over bedreigingen en aangiften van de vier fractievoorzitters, zoals dat gaat, eerder toeval dan tactiek waren. In hun gezamenlijke brief verwezen ze naar de jarenlange bewaking van Wilders, en gezien het klimaat was het logisch dat journalisten hen ook naar hun ervaringen op dit gebied vroegen.

De antwoorden vielen uit hun mond. Het spéélt, de meesten hielden het klein. Maar het ANP was zo alert er berichtjes van te maken. Zo eindigde de dag die begon met afkeer van bedreigingen met het nieuwsfeit dat talrijke andere fractievoorzitters ook bedreigd worden.

Ik belde Sybrand van Hulst, die tot 2007 hoofd van de AIVD was. Ik zei: het is in de inlichtingenwereld toch standaard dat u bedreigde politici aanraadt er nooit – nóóit – publiekelijk over te spreken? Omdat het leidt tot kopieergedrag, vaak van pubers, met meer bedreigingen als gevolg?

Hij beaamde het. „Wij hadden de stelregel: hoe meer poeha je in de publiciteit maakt, hoe groter de aantrekkingskracht op de bedreigers”, zei Van Hulst. Hij maakte het voorbehoud dat hij acht jaar weg is, „maar ik kan me slecht voorstellen dat men nu anders denkt”.

Hij wees erop dat ook aangiftes van bedreiging door politici overbodig zijn. Misschien leuk voor de publiciteit, zei ik, maar zinloos voor de opsporing? „Je hebt echt geen aangifte nodig om een onderzoek te beginnen”, zei Van Hulst.

Ik merkte dat ze in de huidige inlichtingenwereld hetzelfde denken – maar mensen schuwden formele uitspraken.

Voor de zekerheid belde ik oud-politiecommissaris Henk Jansen (70), tot zijn pensionering tien jaar terug de meest ervaren recherchechef van het land. Het probleem, zei hij, is „de morele superioriteit” van politici. „Ze willen allemaal boven hun bedreiger gaan staan.” Ze zoeken profiel. „Ze willen laten zien: ik word bedreigd, dus ik heb het goed gedaan.”

Het gevolg is dat de politie straks „dag en nacht bezig is met die bedreigingen”. Daar is de politie voor, zei hij, het is alleen zo zinloos. „Laat ze hun mond houden. Wat nu gebeurt hoeft niet. Het helpt niet.”

Dus het resultaat van deze week was bepaald dubbelzinnig: politici die pleitten voor minder bedreigingen en in feite binnen 24 uur méér bedreigingen over zich afriepen. Welk misverstand was hier aan het werk?

Zelf schoot me deze week een paar keer de term tijdgeestverwarring door het hoofd. Het wordt voor burgers blijkbaar steeds ingewikkelder te bepalen in wat voor tijd zij leven. En wispelturige burgers produceren wispelturige politici.

Ik bedoel dit. Nog maar vier jaar geleden schafte dit land massaal de biografie van de overleden Apple-goeroe Steve Jobs aan. De invloedrijkste ondernemer van deze tijd, de man achter al onze iDingen, werd zoals bekend in 1954 verwekt in Homs, Syrië. Het Homs dat wij nu alleen nog van de oorlog kennen.

Zijn biologische vader was de Syrische moslim Abdulfattah Jandali. Na zijn geboorte stond Jobs’ Amerikaanse moeder hem af voor adoptie: zijn grootvader kon het niet verkroppen dat zijn dochter een baby van een Syrische moslim kreeg. Zo kon het gebeuren dat Jobs, jongetje met Syrische roots, onder de hoede van Paul and Clara Jobs opgroeide, zijn adoptieouders uit de regio San Francisco.

Nu weet ik ook wel dat je de huidige massaliteit van Syrische vluchtelingen onmogelijk kunt vergelijken met één briljant jochie met een Syrische vader uit geboortejaar 1955. Maar gezien Jobs’ levensverhaal is het natuurlijk wel frappant dat het nu voor politici vrijwel onmogelijk is de potentiële voordelen van Syrische immigratie te benoemen. Wie dat doet pleegt politieke zelfmoord. Spreek daarentegen van Syrische testosteronbommen met terreurplannen en je schiet omhoog in de peilingen.

Soortgelijk ongemak – ook tijdgeestverwarring – had ik deze week bij dat Fyra-rapport. Een goed rapport, vaardig geschreven – het logische einde van staatssecretaris Mansveld. Maar een rapport met een manco.

Na lezing van het stuk wist je dat dit drama zich niet had voltrokken wanneer de politiek in de jaren negentig niet vóór opsplitsing van NS in onder meer reizigersvervoer en spoorbeheer had gekozen: het drama komt er direct uit voort.

Maar het punt is: wie zich in de jaren negentig tegen opsplitsing van NS keerde (de PvdA-fractie overwoog dit even), plaatste zich in feite buiten de politiek: marktwerking van nutsbedrijven in vervoer en energie was onomstreden.

Dus nu afgeven op de negatieve gevolgen van die keuze is mogelijk, maar ook contextloze politiek. Je kunt over tien jaar in een enquête kritisch zijn dat in 2015 niemand zocht naar de potentiële Steve Jobsen onder Syrische vluchtelingen: het zou hetzelfde naoorlogse verzet zijn.

Het probleem van Hollandse politiek, het probleem dat de huidige heftigheid in het vluchtelingendebat verklaart, is dat hier de gewoonte en de tolerantie niet bestaan om alle geluiden te horen, en alle belangen te zien. En ik denk niet dat ze dit zelf zo ervaren – maar momenteel zijn het vooral opponenten van nieuwe vluchtelingen die daarvan voordeel hebben.

Zo is het verzet tegen asielzoekerscentra voor een groot deel geïnitieerd door een groep, AZC Alert, waarachter Anita Hendriks schuilgaat. Zij is medewerker van de PVV-Statenfractie in Brabant. Ook is zij, zag ik in een e-mail van haar aan Wilders, sinds najaar 2013 de schakel tussen de Statenfractie en de vrijwilligers van de PVV. „Laten we hopen op spoedige verkiezingen!!!”, schreef Hendriks in datzelfde mailtje aan Wilders. Niets mis mee natuurlijk. Maar goed om te weten: daar denkt ze ook aan.

En omdat wij hier gewoonlijk niet alle belangen kennen, en niet alle geluiden horen, is het gevolg telkens hetzelfde. Taboes, ontstaan uit consensusdrang, blijven te lang voortbestaan en spatten ineens, met een daverende knal, uit elkaar. Het zijn de periodes waarin de tijdgeestverwarring het grootst is. En het zijn de periodes waarin politici zich in de raarste bochten wringen, zoals het (onbewust) uitspelen van bedreigingen, om iets van geloofwaardigheid te behouden.