Weersverwachting voor een beursgang

ABN Amro is klaar voor de beursgang. Maar hebben beleggers er ook zin in? Het klimaat voor aandelenuitgiftes had beter gekund.

Banken EU krabbelen een beetje op

„Als de aandelenmarkt instort, dan zeg ik: ho.” Aldus topman Gerrit Zalm van ABN Amro toen hij dinsdag de voorgenomen beursgang van de bank toelichtte. Daarmee raakte Zalm aan een belangrijke variabele rond de hele operatie: het dan heersende beursklimaat.

De bank is al een keer goed weggekomen. De rel rond de salarisverhoging van de top van ABN Amro, afgelopen maart, zorgde voor een uitstel van de beursgang met een paar maanden. Zo had de operatie oorspronkelijk dus bijna plaatsgevonden in september, toen Chinese angsten en grondstoffenpaniek op de wereldwijde beurzen een forse klap uitdeelden.

Voor ABN Amro, en trouwens ook voor de staat, was de salarisrel dus achteraf een geluk bij een ongeluk. Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) herinnerde er nog aan bij zijn wekelijkse gesprek met RTLZ. De angst- index van de beurs van Chicago, de VIX, bereikte begin september zijn grootste piek in vier jaar. Maar intussen is de rust alweer een beetje terug.

Eén beursgang, drie voorwaarden

Zijn de tijden straks beter? Op 9 november, bijna een week vroeger dan gepland, presenteert Zalm de derdekwartaalcijfers van de bank. Veel tijd voor de beursgang is er dan niet meer. De laatste weken van het jaar sluiten beleggers de boeken, is het vakantieperiode en is de handel op de beurs te dun. De laatste drie weken van november, of uiterlijk de eerste week van december moet de beursgang van ABN Amro dus plaatsvinden.

In principe zijn de laatste twee maanden van het jaar niet slecht: in de afgelopen 25 jaar stegen de koersen op het Damrak tussen eind oktober en eind december gemiddeld met 4,26 procent, tegen een gemiddelde koersstijging van 3,92 procent in de tien maanden daarvoor.

Maar dat betekent niet dat ‘eindejaarsrally’s’ een natuurverschijnsel zijn. In 1998 en 1999 stegen de koersen in de laatste twee maanden met respectievelijk 19 procent en 17 procent. Maar in 1990, 2000, 2002, 2007 en 2008 gingen de koersen juist in die tijd van het jaar hard naar beneden.

In de brief waarin minister Dijsselbloem maandag groen licht gaf aan de beursgang van ABN Amro, noemde hij drie voorwaarden: de bank moet er klaar voor zijn, de financiële sector moet stabiel zijn en er moet voldoende animo zijn bij beleggers.

Van de eerste voorwaarde, de voorbereiding bij ABN Amro zelf, mag worden verwacht dat eraan voldaan is. Is, tweede voorwaarde, de financiële sector zelf stabiel? Daar kunnen nog steeds hele boeken over worden geschreven. Maar de meeste wet- en regelgeving rond banken is gereed.

Rust, reinheid en regelmaat

Dat betekent niet dat banken zich nu in een voorspelbaar en planbaar landschap bevinden: deze week nam het Europees Parlement nog wetgeving aan die hen, vooral wat hun financiële handel betreft, verder aan banden kan leggen.

En banken zelf zijn, vaak door eigen toedoen, zeker niet veilig voor de ijverige toezichthouders. De Rabobank bleek deze week door de Amerikaanse justitie te worden onderzocht in verband met witwasserij aan de Amerikaans-Mexicaanse grens.

Deutsche Bank kreeg tweemaal last van 6 miljard euro: eerst de 6 miljard die abusievelijk op de rekening van een grote investeerder werd gestort. Daarna een verlies van 6 miljard in het derde kwartaal, onder de nieuwe topman John Cryan, die het probleem onder meer wil oplossen door minder actief te worden als zakenbank. De koers duikelde met 7 procent.

Dat laatste kan ook worden gezien als goed nieuws voor ABN Amro. Verre avonturen zijn riskant, capriolen op de financiële markten ook. Dat zou beleggers enthousiast kunnen maken voor de middelgrote bank met getemde ambities die ABN Amro onder Gerrit Zalm is geworden.

Hebben beleggers er zin in?

Dat leidt tot Dijsselbloems derde voorwaarde: de animo van beleggers. Het klimaat voor aandelenuitgiftes is de laatste tijd grillig.

Vóór de beursgang deze week van Poste Italiane, een bank- en postbedrijf, was gehoopt op een marktwaarde van 10 miljard euro. Dat werd 8,8 miljard euro bij de beursgang op dinsdag, terwijl het bedrijf de week eindige op een marktwaarde van 8,4 miljard.

Met technologiebedrijven gaat het ook niet zo goed. De beursgang van de Franse muziekstreamer Deezer werd deze week afgeblazen vanwege twijfels over voldoende animo van beleggers. En het rommelt intussen in de wereld van de beursrijpe start-ups.

De eenhoorns (unicorns) in deze sector, die op basis van de waardering door hun private investeerders een waarde van minstens een miljard dollar hebben, gaan gebukt onder groeiende argwaan: zijn zij deze bedragen echt waard als het er, bij een beursgang, op aankomt?

Aan de andere kant was dit wel een week waarin farmaconcern Pfizer het aandurfde een bod te overwegen op concurrent Allergan, wat een bedrijf zou opleveren met een beurswaarde van 330 miljard dollar.

Dat maakt, alles bij elkaar, het klimaat zelfs op een termijn van enkele weken onvoorspelbaar. Wat kan een bank die naar de beurs wil daaraan doen? Niets. Doorgaan en, in de woorden van Dijsselbloem, hopen „dat er geen gekke dingen gebeuren”.