Walhalla voor de suikerbiet

Tosca Niterink en haar dans- en wandelpartner Anita Janssen hebben sinds kort een atelier in de culturele vrijhaven Ruigoord.

Ik weet niet of het in de rest van het land ook aan de hand is, maar hier in de culturele vrijhaven is de herfst gearriveerd. Als hij er bij u nog niet is, houd moed, hij komt vast nog wel. Zo niet, dan moet u zelf maar de bladeren van de bomen blazen denk ik.

In Ruigoord boffen we, daar gaat het vanzelf, in één nacht was het groen uit de bomen gejaagd. „Toch wel mooi die kleuren”, zeg ik in een poging er nog een klein beetje iets van te maken. Je moet je er toch doorheen vechten: het liefst ging ik onder het dressoir plat op de vloer liggen, net zo lang tot het groen weer terug is.

De kikkers hier doen dat ook. Zoiets is gewoon noodzakelijk. Al sinds eeuwen schijnt. Toen de Romeinse geschiedschrijver Tacitus schreef „Het terrein is er woest, het klimaat is ruw, het leven en landschap somber, hier kom je alleen, indien het je vaderland is” moet hij visioenen van het Westelijk Havengebied hebben gehad. Het was altijd al een bar gebied en momenteel beleeft het een piek.

U raadt het al, ik heb zo’n platenboek van ‘Ruigoord door de eeuwen heen’ voor mijn neus liggen. De plek heeft nog een bijrol gehad tijdens de schermutselingen tussen de Spanjaarden en de Geuzen. De vloot van die laatsten lag daar verstopt want Ruigoord was een poosje een eiland! Zoiets als Urk, maar dan niet met vis maar met suikerbieten. Ruigoords vette klei was een walhalla voor de suikerbiet. En de grauwe bevolking hield ook wel van kleinattigheid en vieze nagels. Het boek staat vol deprimerende foto’s en houtgravures uit een tijd waarin niemand nog wist wat een culturele vrijhaven was. Ik bekijk de hongergezichten van ongewassen polderjongens en grauwe ontevreden wijven in lange stinkrokken met vette knotjes in de nek geplakt, zodat het niet uit model kon waaien in de trekschuit of tijdens het kinderen krijgen.

De trekschuit heeft plaatsgemaakt voor de groepstaxi en wie geluk heeft verplaatst zich in een Canta LX; zo’n rood invalide-autootje waarmee je op de stoep kunt parkeren en waar je geen rijbewijs voor hoeft te hebben! (Wat veel mensen niet weten, je hoeft er niet eens invalide voor te zijn.

Daarom is het heel populair bij de jonge jongeren hier. Mijn overbuur heeft zo’n ding, en daarmee brengt-ie elke dag die twee meiden naar de Vrije School in Amstelveen. )

Nee, we hebben niet stil gezeten na de uitvinding van de trekschuit, maar gelukkig is er is nog veel hetzelfde sinds de Tachtigjarige Oorlog. Het landschap is sterk veranderd, maar minstens even somber gebleven, zeker in de herfst zoals nu. Je zou er niet dood gevonden willen worden, tenzij het je vaderland is en daar je Ikea zit.

Het kan ook nog dat je op weg naar die goedkope autowasserette waar je de hele zaterdag in de rij kan staan, de kant van de culturele vrijhaven op verdwaalt. Dat je ineens ziet dat het ook anders kan, dat je gelukkig kan zijn in een ongewassen Canta LX! En als je net als ik een vette ongezelligheidsaanval hebt, kun je altijd nog onder je dressoir gaan liggen. De winter is zo voorbij. Misschien wel een rustig idee voor de wat zwaardere gevallen.