Column

Universeel lawaai

S. Montag

Op het ogenblik dat ik aan dit stukje wilde beginnen, barstte er aan de andere kant van de muur een hels lawaai los, het zware, snelle knerpen van het boren in baksteen. Het was broodnodig. Maanden lang had de westenwind de regen door steeds wijder wordende kieren in de muur gejaagd. Bij een flinke depressie begon het water langs de binnenkant te druipen. Daar moest wat aan gedaan worden, maar eerst de ouwe rotzooi weg. Vandaar.

Ons moderne leven wordt begeleid door steeds meer soorten lawaai. Langs de grote verkeerswegen en drukke spoorlijnen heeft de overheid geluidswallen gebouwd zodat je het landschap niet meer kunt zien en de omwonenden lekker kunnen slapen. Ik woon niet ver van een nationaal feestterrein waar de liefhebbers om vijf uur ’s ochtends naar huis moeten, ook om de stadgenoten hun nachtrust te gunnen. Geen moeite is onze overheden teveel. Maar tegen het lawaai van het boren in een muur en het opbreken van een asfaltweg met pneumatische hamers is nog geen remedie gevonden.

In de Amerikaanse gevangenis Guantanamo Bay werden de gevangenen etmalen lang blootgesteld aan ongelofelijk harde muziek. Er is nooit bij vermeld van welke componist, orkest, zanger, of muzikaal gezelschap dat divertissement afkomstig was. Maar 24 uur per dag op volle kracht het Concertgebouworkest met Eine kleine Nachtmusik of Bill Haley met Rock around the clock, geloof maar dat je er gek van wordt en bereid bent alles te bekennen. Dat was daar niet genoeg. De muziek ging door, desnoods tot je de hand aan jezelf had geslagen. Nooit is bekend geworden wie die marteling verzonnen heeft.

En toch, het lawaai rukt steeds verder op. ’s Avonds naar de televisie kijkend kom ik weleens terecht in een dance-evenement. Altijd hetzelfde, zo te zien. Een groot weiland of een parkeerterrein met aan het einde een podium waarop de muzikanten en de ruimte ervoor propvol jongeren in staat van een eigenaardige betovering. Ze zwaaien hun armen boven hun hoofd, springen onophoudelijk op en neer. Natuurlijk op het ritme van de muziek maar ik heb het geluid afgezet.

Toen, een paar weken geleden kwam er iets zieligs in het nieuws: jongeren die half doof waren geworden of onophoudelijk een fluittoon hoorden, hoewel daarvan in geen velden of wegen een materiële oorzaak te ontdekken viel. Ze hadden te lang naar te harde muziek geluisterd. Er is nog geen feilloze therapie voor die kwaal maar wel een preventie. Oordoppen! Je steekt een paar elegante dopjes in je oren en meteen zijn alle geluiden tot de helft van de sterkte teruggebracht. Je blijft genieten want je weet dat buiten de oordoppen de wereld oorverdovend is, maar je hebt er geen last meer van.

Volgens mij zijn in deze eeuw de mensen ook steeds harder gaan praten. Is dat ook aan de televisie te wijten? Meestal zet ik bij de reclameblokken het geluid af, maar soms te laat en dan hoor ik de boodschappen van de MediaMarkt of een ander bedrijf dat je de hypermodernste snufjes wil verkopen. Er is één uitzondering: van een bank. Je ziet de raad van bestuur en daar voert een jongeman het woord. Hij belooft dat ze meteen rijk zullen worden als ze zijn advies volgen en hij wordt door de voorzitter met zachte stem de deur gewezen. Voorbeeldig, maar ouderwets.

Laten we trouwens niet alleen de jeugd de schuld geven. Ik luister graag naar de klassieke muziekzender die vroeger Hilversum 4 heette. Daar worden regelmatig belangrijke mensen uit de muziek geïnterviewd. Er zijn erbij die in een ongelofelijk tempo spreken, dan gaan ze schijnstotteren, er nodeloze uitdrukkingen tussendoor gooien, zegmaar ofzo. Ook met deze moderne versie van het stotteren worden wereldrecords gebroken.

Ik heb die conclusie al eens getrokken. De mens van deze tijd leeft steeds sneller, in alle opzichten, hij maakt er meer lawaai bij. Waarom dat zo is weten we niet, maar er valt niets aan te doen.