Turkije stemt, strak van de spanning

Zondag gaan de Turken weer naar de stembus. Lid worden van de EU, die door de asielcrisis ineens weer toenadering zoekt, boeit kiezers amper. De Syrië-oorlog die dreigt over te slaan des te meer.

Atilla Irmak, een 55-jarige eigenaar van een juwelierszaak in het centrum van Istanbul, neemt de tijd om duidelijk te maken dat Turkije de Europese Unie totaal, maar dan ook totaal niet nodig heeft. „Misschien wordt het voor ons wat makkelijker als we zonder visa EU-landen in kunnen”, zegt hij nonchalant. „Maar ach. De EU staat toch al op instorten.”

„Pas nu ze ons nodig hebben, overwegen ze ons toe te laten. Vooral voor de EU zelf zou het beter zijn Turkije te accepteren.” Hier spreekt de handelaar, die weet hoe hij de beste prijs krijgt voor zijn waren. „Geloof me, het doet er niet toe of we toetreden of niet. Interesseert me niet.”

In Europa worden de Turkse verkiezingen met spanning gevolgd. Europese regeringen hopen dat Turkije vluchtelingen op doorreis tegen wil houden en zelf op wil vangen. Daarvoor is een stabiel Turkije nodig, dat graag bij Europa wil horen.

Maar vraag een Turk op straat naar de EU en je krijgt smalende blikken, argwaan en opgehaalde schouders. EU-toetreding speelt geen enkele rol in de parlementsverkiezingen, zondag. Die staan in het teken van terreur. Mensen maken zich grote zorgen over dat Turkije wordt meegezogen in het geweld in het Midden-Oosten. Europa biedt geen houvast meer.

Daarvoor zijn de onderlinge verhoudingen de afgelopen jaren te zeer bekoeld. Turkije werd welvarender en zelfverzekerder. De Europese Unie afstandelijker, verdeelder en, zeggen veel Turken, ‘racistischer’. Europeanen moeten moslims niet.

„Europa draait om Europese standaarden. Die hebben we hier allang,” doceert Irmak alsof hij een regeringsgezinde krant napraat. Hij kijkt naar links de brede winkelstraat Istiklal in. Wat hij ziet, weerlegt zijn woorden. Zijn zaak is vlakbij het pleintje voor het Galatasaray Lisesi, waar bijna dagelijks kleine betogingen worden gehouden door linkse groeperingen.

In de vensterbanken ertegenover hangen agenten in burger. Iets té gewoon gekleed om niet op te vallen. Vrijwel iedere middag parkeren in de steeg ernaast donkerblauwe gepantserde bussen met speciale eenheden politie met mitrailleurs, die ingrijpen voor een betoging substantie kan krijgen. De vingers liggen op de trekkers.

Het plein geldt als een van de vele plekken met verhoogd risico, in een land strak van de spanning.

Aan de vooravond van deze parlementsverkiezing, de tweede in een jaar tijd, voelen Turken zich van alle kanten bedreigd. In het zuidoosten wordt hard gevochten tussen de strijdkrachten en de gewapende Koerdische PKK die aanslagen uitvoert en delen van steden bezet. Sinds een paar weken worden vrijwel dagelijks cellen van Islamitische Staat opgerold in huizen in de grote steden. De machtige regeringspartij AKP laat intussen jacht maken op aanhangers van imam Fethullah Gülen, een voormalige bondgenoot, die óók terroristen worden genoemd.

Deze week werden twee tv-stations binnengevallen en uit de lucht gehaald omdat ze banden met Gülen zouden hebben. Mensenrechtenorganisaties veroordeelden de actie in felle bewoordingen. Uit Brussel klonk amper protest. Zolang Turkije meedoet aan de strijd tegen IS, krijgt het weinig commentaar op de mensenrechtensituatie in eigen land. De Koerdische minderheid voelt zich daarom in de steek gelaten door Europa.

Vriend, vijand, niemand weet het

Media staan zwaar onder druk, waardoor onafhankelijke berichtgeving ontbreekt. Het draagt bij aan het onbehagen. Turken weten niet wie vriend is en wie vijand. Een deel van hen komt daarom liever niet met zijn of haar naam in de krant. „Als ik je vertel wat ik denk word ik volgende week meegenomen”, zegt een Koerdische veertiger die in een kebabzaak in de keuken staat.

Al in 1963 werd door Turkije een eerste associatieverdrag met de voorganger van de EU getekend. Turkije is een EU-kandidaatlidstaat. Sinds 2005 wordt onderhandeld, maar niemand maakt haast. Op tal van onderwerpen rusten veto’s van Europese landen.

„De verhoudingen tussen beide kanten verslechterden al op de dag dat de onderhandelingen werden geopend”, vertelt Senem Aydin-Düzgit, die Turks-Europese relaties doceert aan de Bilgi Universiteit in Istanbul. In de documenten werd niet expliciet gezegd dat het doel is dat Turkije volwaardig lid wordt. Dit gebeurde wel bij Kroatië, dat op dezelfde dag met onderhandelen begon en inmiddels is toegetreden. „Je begint zo’n proces dus al met de aanname dat het iets anders wordt. Dat is een fout. De politieke wil ontbreekt in Europa.”

Heel even leek het afgelopen maand alsof ‘Ankara’ en ‘Brussel’ de banden aanhaalden. Een kritische voortgangsrapportage over het gebrek aan persvrijheid en onafhankelijke juridische macht werd door de Europese Commissie uitgesteld tot na de Turkse verkiezingen. Angela Merkel kwam in Istanbul op bezoek en zei dat het tijd was dat Turkije weer op de Europese familiefoto’s kwam te staan.

Twee weken later zijn de verhoudingen alweer bekoeld. In Brussel heet het dat de Turkse regering „zich beraadt”. In Turkije is de voorlopige conclusie dat het in Europa wederom aan de wil ontbreekt om echt samen te werken.

‘EU vraagt veel en geeft weinig’

„Ik was even bang dat de regering het op een akkoordje met Europa zou gooien om wat stemmen te winnen”, zegt Senem Aydin van de Bilgi Universiteit. Die angst was ongegrond. „De EU vraagt zo veel en geeft zo weinig dat er voor de regering niets bij zit om binnenlands te kunnen gebruiken.”

Concrete beloften in ruil voor verbeterde vluchtelingenopvang en samenwerking bij het stoppen van illegale migratie heeft Turkije nog niet gehad. En bij de Europese migratietop van afgelopen zondag waren de Turken niet uitgenodigd.

„Een fout”, zegt Aydin. „Maar het verbaast me niets. Ik verwacht niet dat er nu noemenswaardige samenwerking van de grond komt.” Het wederzijds wantrouwen is te groot, analyseert ze. De Turken eisen naast een ruime financiële bijdrage van de EU aan opvang ook het openen van een aantal ‘hoofdstukken’ in de onderhandelingen en de garantie dat de visumplicht voor Turken komt te vervallen.

Aydin ziet de eis van het schrappen van de visumplicht als een ‘manier om de betrouwbaarheid van de EU te testen’. „De regering wil zien in hoeverre de EU dit keer bereid is te onderhandelen. Zodra de EU zegt: ‘ja maar dát doe ik niet’. Dan is het ‘oké, dat wisten we van tevoren eigenlijk al wel’. En dat is ook hoe ik het beleef. Frustrerend.”