Stemmen? Blijf vooral thuis

Iedere tegenstem telt immers mee bij de berekening van het opkomstpercentage, aldus Bas de Gaay Fortman.

Door een meerderheid van ‘linkse’ partijen samen met Wilders’ PVV is in ons land bij gewone wet de mogelijkheid geopend tot een raadgevend referendum over reeds aanvaarde wetten. Wat mij nog het meest heeft verbaasd, is dat ook de Eerste Kamer aan deze gekkigheid heeft meegedaan. Dat op publieke aandacht gerichte opportunisten deze toetsingsmogelijkheid zouden kapen, was te voorzien. De website GeenStijl—nomen est omen— heeft die dan ook aangegrepen om onder de naam GeenPeil een negatief oordeel van de kiezers uit te lokken over een EU-associatieverdrag met Oekraïne. De achterliggende bedoeling is „een democratische revolutie waarin burgers weer zeggenschap krijgen en waarin de politici gedwongen worden te luisteren naar de mensen die hun salaris betalen”, legde de woordvoerder uit.

Een votum van wantrouwen tegen het democratisch principe van volksvertegenwoordiging dus.

De rol van de gekozen volksvertegenwoordiging willen de populisten van GeenStijl vervangen door een continu geregistreerde ‘stem des volks’.

Vanuit de kring van voorstanders van de nieuwe referendummogelijkheid, zoals D66, is intussen al duidelijk gemaakt dat men bij een negatief oordeel van de opgekomen kiezers de aanvaarding van dat EU-verdrag gewoon zal handhaven. Niet onbegrijpelijk; ging het anders, dan werd daarmee de hele EU-besluitvorming getorpedeerd. Maar terecht concludeerde een voorstander van de wet dat wanneer Kamerleden partijen bij voorbaat te kennen geven zich van de uitslag niets aan te zullen trekken, daarmee de hele idee van volksraadpleging om zeep wordt geholpen.

Intussen blijft elke nieuw uitgeschreven referendum een aanslag doen op de schatkist van minstens dertig miljoen euro.

Wie nu met een ‘nee’ tegen het voorstel naar het stemhokje gaat, bevordert daarmee toch de aanvaarding van het volksadvies dat aan de orde was. Die tegenstem telt immers ook mee bij de berekening van het vereiste opkomstpercentage van dertig. Het is dan ook effectiever om niet op te komen. Het is een wonderlijk element in dat gekunstelde raadplegend referendum.

Logisch dat de organiserende groep GeenPeil al bekend heeft gemaakt niet voor een ‘ja-stem’ campagne te gaan voeren, maar alleen voor een hoge opkomst. Wie dit voorstel van GeenPeil wil dwarsbomen en daarmee liefst ook de hele referendumwet, kan dan ook maar beter niet gaan stemmen.

Vreemd blijft dat ons parlement zo weinig oog heeft voor de grondslagen van ons staatsbestel. In artikel 50 legt de Grondwet het principe van volks-vertegenwoordiging vast: „De Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk.” Bij de motivering van zijn tegenstem die in 1999 het beslissend referendum deed sneuvelen, beriep het Eerste Kamerlid Wiegel zich op Artikel 81 van de Grondwet: „De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk.”

Inderdaad, in ons staatsbestel past het referendum niet en leiden al die pogingen tot directe democratie alleen maar tot verwarring. Die is er trouwens al en niet alleen op nationaal niveau.

Vele gemeenten worstelen met alle voorzieningen die nodig zijn nu burgers op basis van een aantal handtekeningen in de gelegenheid zijn gesteld zich tegen aanvaarde wetten te keren. Het is een model dat in de politieke praktijk onwerkbaar is.

Om aan deze aanval op het vertegenwoordigingsprincipe een einde te maken, kunnen we gelukkig volstaan met thuis blijven.