Satelliet vindt op maan weer inslagbekkens

In gegevens van de tweelingsatelliet GRAIL, die het zwaartekrachtveld van onze maan in kaart heeft gebracht, zijn drie nieuwe grote inslagbekkens ontdekt. Ook blijken enkele al bekende inslagbekkens groter te zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Deze structuren (>200 km) zijn vaak moeilijk herkenbaar, doordat ze door latere kleinere inslagen zijn aangetast (Science Advances, 30 oktober).

Een inventarisatie van alle 38 inslagbekkens laat zien dat op de voorkant van de maan meer inslagbekkens groter dan 350 kilometer te vinden zijn, terwijl de achterkant juist meer kleinere inslagbekkens telt. Een sluitende verklaring daarvoor ontbreekt. Een van de factoren zou kunnen zijn dat bij het ontstaan van het kolossale Zuidpoolbekken veel puin op de achterkant van de maan is terechtgekomen. Een dikke, poreuze puinlaag tempert het effect van grote inslagen.

Aangenomen wordt dat de meeste inslagbekkens op de maan zijn gevormd tijdens het ‘late zware bombardement’, enkele honderden miljoenen jaren na het ontstaan van het zonnestelsel. Dat bombardement wordt toegeschreven aan een verstoring van de planetoïdengordel, die een ‘planetoïdenregen’ veroorzaakte. De GRAIL-gegevens laten echter zien dat de grootteverdeling van de inslagbekkens op de maan niet in overeenstemming is met de grootteverdeling van de objecten in de huidige planetoïdengordel. Er is een overschot aan bekkens van 300-1200 km en een tekort aan nog grotere exemplaren. Dat lijkt in strijd te zijn met eerder genoemde aannames.

Dankzij de nieuwe GRAIL-inventarisatie staat de teller van bekende inslagbekkens op de maan nu op 75. Ruim een derde daarvan is kleiner dan 300 kilometer. Slechts drie zijn groter dan duizend kilometer.