‘Politiek machismo’ bij D66

De buitenwereld ziet D66 vooral als constructief en redelijk. Op het Binnenhof zien andere partijen ook een andere kant: de democraten zijn meesters in het sluw spelen van het politieke spel.

Het was Stientje van Veldhoven van D66 die eruit haalde wat erin zat, een maand geleden. Wilma Mansveld, inmiddels afgetreden als staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, beleefde toen een lastige avond tijdens een debat over de financiële problemen bij ProRail.

De stugge Mansveld en de pinnige Tweede Kamer kwamen maar niet tot elkaar. Het werd later en later. Na uren debat overlegde Van Veldhoven in de wandelgangen achter de plenaire zaal met haar fractievoorzitter Alexander Pechtold. Ze liep naar voren en stelde voor: laat de Algemene Rekenkamer maar eens kijken hoe ProRail ervoor staat.

De andere partijen gingen akkoord. Het debat werd afgebroken en Mansveld bleef bungelen, zoals dat in Den Haag heet.

Dit was heus geen hogere wiskunde, zeggen de Kamerleden van andere partijen. Stientje wilde dat voorstel graag doen, nou prima. Bij de coalitie zeggen ze: ja, haar plannetje kwam er alleen van omdat wíj ermee instemden. Toch typeert dit voorbeeld hoe D66 in de Tweede Kamer opereert. Goed kijken waar de politieke winst te halen valt. Pechtold die even over de schouder van het Kamerlid in kwestie meekijkt. En binnenhalen maar.

In de buitenwereld en bij de achterban staat D66 – vandaag houdt de partij haar halfjaarlijks congres in Amsterdam – bekend als het redelijke alternatief. Politiek gematigd, constructief-kritisch. Maar aan het Binnenhof zien politici van andere partijen ook een andere kant van de democraten: D66’ers zijn politiek behendig, gehaaid, vilein. En je weet nooit zeker of het ze nu om inhoud of beeldvorming gaat. ‘Politiek machismo’, zoals een oppositiefractievoorzitter de D66-stijl typeert.

Klik of tap op de foto's

 

Pechtold-boys cirkelen om hem heen

De fractie van D66 heeft voor het Haagse werk de ideale omvang: twaalf zetels. Ze hebben genoeg Kamerleden om aan alle debatten mee te doen en geen last van de bureaucratie en onderlinge territoriumdrift die bij grotere fracties vaak speelt.

De D66-fractie – zes man, zes vrouw – is grofweg in twee soorten Kamerleden in te delen. Zij die vooral voor de inhoud gaan en de politieker ingestelde types. Die laatsten cirkelen dicht om fractieleider Pechtold heen. Bij andere politieke partijen hebben ze een bijnaam: de ‘Pechtold-boys’. Het zijn buitenlandwoordvoerder Sjoerd Sjoerdsma, sociale zakenspecialist Steven van Weyenberg en Kees Verhoeven, campagneleider bij de afgelopen drie verkiezingen. En hoewel niemand hun kundigheid betwist, leeft in de Kamer ook irritatie over hun werkwijze. Ze houden wel erg van politieke slimmigheidjes en wijzen op Twitter voortdurend op vermeende uitglijders of draaien van andere partijen.

Binnen de D66-fractie doen ze er niet moeilijk over: media-aandacht is belangrijk. Iets binnenhalen is mooi, maar je moet ook publiciteit krijgen. Bij D66 gaat dat verder dan de vraag welk Tweede Kamerlid het ‘nu.nl’etje van de dag’ haalt, een nieuwsbericht rond een eigen plannetje. De voorlichters van de D66-fractie twitteren graag en veel over andere partijen en benaderen verslaggevers actief met tips en observaties. Natuurlijk, dat doen alle partijen aan het Binnenhof. Maar bij D66 gaan die tips net iets vaker ook over anderen dan alleen over henzelf.

Vanwaar die nadruk op beeldvorming en mediastrategie? Een keerpunt, vertellen Kamerleden en voorlichters, was hun deelname aan het kabinet-Balkenende II van 2003 tot 2006. D66 werd toen als kleinste regeringspartij continu gepiepeld door de spindoctors van CDA en VVD. Een traumatische ervaring. Onder leiding van de nieuwe leider Pechtold werd besloten: dit gebeurt ons niet nog eens. „Als partij hebben we een degelijk en betrouwbaar imago”, zegt Kamerlid Kees Verhoeven. „Mensen vinden dat we verstandige dingen zeggen. Maar je moet dat verhaal kort, scherp en duidelijk overbrengen. Dat heb ik geleerd van Alexander.”

Drie vette verkiezingszeges

Die geslepenheid in combinatie met de middenpositie die D66 in het politieke spectrum nu eenmaal inneemt, deed de partij afgelopen jaren goed. D66-kiezers vinden dat dit kabinet de juiste dingen doet. Dus hielp D66 als ‘constructieve oppositiepartij’ VVD en PvdA aan een meerderheid in de Eerste Kamer. Die gedoogrol betaalde zich uit in prachtige peilingen en drie vette verkiezingzeges.

Maar sinds dit voorjaar is de D66-fractie zoekende. Een schemerfase, noemen ze het zelf. Eerst waren er de Provinciale Statenverkiezingen in maart. D66 verdubbelde het aantal zetels in de Eerste Kamer, van vijf naar tien, maar kan daar nu weinig mee. Doordat VVD en PvdA verloren, raakte de gedoogconstructie zijn meerderheid kwijt in de senaat. Zoals Kees Verhoeven het eufemistisch uitdrukt: „De getalsmatige combinatiekracht van D66 is afgenomen.”

En er was die dag, half juni, waarop VVD en PvdA bekendmaakten dat zij volgend jaar 5 miljard euro lastenverlichting voor de kiezers in petto hadden. De oppositie mocht alleen meepraten over een ander, veel onaantrekkelijker pakket belastingmaatregelen. Na een eerste baalmoment overheerste bij de meeste fractievoorzitters uit de oppositie toch waardering voor deze geraffineerde politieke zet.

Zo niet bij D66. Binnenskamers toonden de democraten zich verbolgen. Nog steeds kunnen D66’ers dit voorval niet echt relativeren. „Ik vind helemaal niet dat het kabinet dit handig heeft gedaan”, zegt Kees Verhoeven. „Leuk trucje. Maar nu zitten ze met een mager belastingplan. Laat ze dat maar verdedigen bij de volgende verkiezingen”. Andere partijen ventileren in de wandelgangen juist hun leedvermaak: Ha, D66 is een keer verslagen in het politieke spel.

Als D66 na de volgende verkiezingen in een coalitie stapt, bestaat het risico dat het scherpe opereren van Pechtold en de zijnen als een boemerang terugkomt. In de ‘gedoogtijd’ hadden VVD en PvdA een running gag: als ze wilden dat hun plannen uitlekten, bespraken ze die met de constructieve oppositie. En dan bedoelden ze niet SGP en ChristenUnie. Als ‘echte’ coalitiepartij kan zo’n gebrek aan onderling vertrouwen een probleem blijken.

Dit scenario ligt nog ver weg: Tweede Kamerverkiezingen staan pas gepland voor maart 2017. Tot die tijd is de fractie, zegt een prominente D66’er, net het span paarden dat getraind is om met Prinsjesdag voor de Gouden Koets te lopen. Ze zijn perfect afgericht en kunnen niet wachten tot ze naar buiten mogen.