Overweldigd door het onvoorstelbare

De documentaire begint met een rodeo in Dallas, Texas. In het publiek zit een oude tanige man, met een cowboyhoed. Zijn blik is onbewogen, maar als het echt spannend wordt juicht hij mee. Later vertelt hij over de boerderij uit zijn jeugd en zijn avonturen als straaljagerpiloot in de jaren vijftig op een groot vliegdekschip. Best gevaarlijk werk.

Wij, de kijkers, weten natuurlijk al lang waarom deze oude Amerikaan een documentaire verdient. Hij is de laatste man die op de maan stond. Eugene Cernan (1934) is de commandant van Apollo 17 die op 14 december 1972 het deurtje van de laatste maanlander Challenger sloot en vertrok.

Last Man on the Moon is een van de meer dan 50 films die komende week worden vertoond in een groots opgezet wetenschapsfilmfestival InScience in Nijmegen, van woensdag 4 tot zondag 8 november in het cultuurcentrum Lux. Er zijn debatten en lezingen en heel veel wetenschapsfilms, van de speelfilm Interstellar tot documentaires over Noam Chomsky, de melkweg, robots, pinguïns, creativiteit, mugshots, antieke steden in Afghanistan, enzovoorts.

De film over Cernan is een fijn verhaal met veel bekende elementen uit de Apollo-geschiedenis: de grote haast en zorgvuldigheid van de technici, de kameraadschap en rivaliteit van de astronauten, de grote schok van de dood van de eerste Apollo-bemanning. En de korte paniek in Apollo 10 toen boven de maan in de laatste testvlucht de maanlander ging tollen. „We hadden een schakelaar verkeerd gezet.”

Maar één ding valt echt op. Vlak voor het vertrek in december 1972, na drie dagen op de maan, werd Cernan bevangen door een onwerkelijk besef. „Ik wilde op de bevriesknop drukken, dat de tijd stil zou staan. Wat betekende dit? Ik keek naar de aarde, dat was de realiteit. Ik wilde iedereen daar deze ervaring laten delen.” Wat die ervaring precies was, vertelt Cernan niet, maar evident was het overweldiging door het enorme, het totaal onmenselijke van de maan. De foto’s en films van de astronauten in het bizarre landschap zeggen eigenlijk genoeg.

Het fascinerende van Last Man on the Moon is dat contact: een knappe piloot als Cernan komt door een reeks toevalligheden op de maan en hij wordt er diep door geraakt. Maar tegelijkertijd leidt hij een gewoon leven, met een scheiding en een grote liefde voor paarden.

Zonder dat ik dat van te voren besefte heeft de andere film van InScience die ik van tevoren wilde zien hetzelfde thema: de aanraking met het onbegrijpelijk andere. Het is de Deense documentaire The Visit, waarin militairen, overheidsfunctionairissen en geleerden praten over wat ze moeten doen als er een buitenaardse schip op aarde landt. Sommige stukken zijn in scène gezet en het eindresultaat ziet er uit als een soort 2001 Space Odyssey meets Wim Kayser.

De Cernan van die documentaire is de raketgeleerde Chris Weich die zich voorstelt hoe hij door een buitenaards schip dwaalt, als vooruitgeschoven post van een eerste verkenning. „Het is heel raar dat al mijn huidige gevoelens straks intensief bestudeerd worden.” Met geringe middelen weet The Visit te bereiken dat je als kijker intensief gaat nadenken over de Ander. Hoe zullen zij onze aarde ervaren? „Alleen al bedenken dat zoiets kan is een enorme uitbreiding van onze menselijke ervaring”, zegt iemand in de film. En Cernan was echt op die maan, denk ik. Volgende week zullen in Nijmegen best veel peinzende mensen over straat lopen.