Opa en oma voorin, caravan erachter

Bas van Putten voorspelt dat de Hyundai Tucson veel te zien zal zijn op péages. Aardappelen in de koffer.

Verkoopmanager Ruud Schot en verkoopadviseur Kevin Kieviet (r) bij de Hyundai Tucson bij autobedrijf Leo van der Wel B.V. in Bergschenhoek.

De Tucson is een Hyundai, maar het had ook een Volkswagen of Mazda kunnen zijn. Misschien werkt zijn Franse, Spaanse of Chinese ontwerper intussen dáár wel. Een jobhoppende designerscene heeft de stilistische diversiteit op de automarkt met de grond gelijk gemaakt. Identiteit betekent niks meer. De laatste Land Rover-tekenaar die ik sprak, was een bij Kia weggeplukte Italiaan.

Hyundai is van Koreaanse herkomst, maar de Tucson is in Duitsland onder een Duitse chef ontworpen. Men noemt hem SUV – van Sports Utility Vehicle – maar het is gewoon een middenklasser nieuwe stijl, de modieuze troonopvolger van de stationcar die Tucson-mensen vroeger namen, een comateuze Mondeo. Het concept is populair bij ouderen met uitgevlogen kroost, die met hun kleinkinderen naar het pretpark willen. Heeft die achterbank toch nog zin.

De Hyundai Tucson is een auto die niet zonder reden prat gaat op zichzelf. De slogans ‘een klasse méér’ en ‘prestaties van topniveau’ zijn niet zo overtrokken dat ik rode kaarten trek. Onder de streep is hij als al zijn soortgenoten: een degelijke, volkomen anonieme cross-over. Geen idee wat Hyundai bedoelt met de Fluidic Sculpture-designtaal die hem boven het maaiveld moet verheffen. De Tucson neemt met dezelfde stijlmiddelen dezelfde handschoen op als alle SUV-bouwers: dress to impress. Grote grille (denk Audi), veel vlees aan de haak (massief scoort), lichtbakken met gemeen loerende lenskoplampen (dreigen moet). Laat niemand denken dat die Koreanen voor de poes zijn.

Dan nu de realiteit. Deze auto zal, met een caravan of vouwwagen aan de haak, veelvuldig op péages worden aangetroffen. Voorin opa en oma, de aardappelzakken in de koffer en plukrijpe quotes voor de Vakantieman die op de aires met camjo aan zijn zijde de tevreden babyboomerconversatie opvangt. „Je leeft maar één keer hè?” „Lekker de zon tegemoet”, en „lachen is gezond”, dat zullen ze zeggen. De achterbank blijft onbezet, want de kleinkinderen staan met papa’s leasehybride één vakantiefile verderop.

Daar is hij dus voor, om Hollandse pensioengelden naar Azië te laten afvloeien. En als die senioren allemaal zo’n auto willen, ga je als fabrikant geen nee verkopen. Het SUV-label is daarmee wel een loze huls geworden. Auto’s als deze zijn sportief noch utilitair, ze zijn gewoon de nieuwste mode. De enige rationele verklaring die ik voor hun populariteit heb, is de hoge instap die op zekere leeftijd toch een hele troost wordt. De feitelijke meerwaarde van de Hyundai lijkt me minimaal.

Te groot

Al die SUV’s zijn te groot. Probeer die knoeperds maar eens door de smalle poort van een parkeergarage heen te persen. Hun ruimte gaat ten koste van de openbare ruimte. Ik zou er als fabrikant juist naar streven auto’s met behoud van interieurvolume compacter en vooral smaller te maken; veel auto’s zijn tegenwoordig onhandelbaar breed. Toch zal geen merk die uitwijkroute volgen. Out of the box wacht geen verdienmodel. De auto-industrie is zo reactionair en opportunistisch als de pest. Het welvaartsvet moet aan de grote klok, de lemmingen winnen.

De Tucson zal hier aantreden tegen andere degelijke, volkomen anonieme cross-overs als de Kia Sportage, de Nissan Qashqai, de Volkswagen Tiguan, de Renault Kadjar en de Mazda CX5. Voor meer geld, dat je niet uit moet geven, rijd je bij Audi, BMW of Mercedes volgens dezelfde formule premium: Audi Q3, BMW X1, Mercedes GLC.

Als auto dicht ik de Tucson goede kansen toe. Het is niet lang geleden dat Hyundai doorging voor de Aldi onder de automerken, maar de Aziatische ambitie mee te tellen heeft zijn vruchten afgeworpen; de Tucson is een oerdegelijke en eersteklas rijdende auto. De motoren zijn in orde, de tweeliter turbodiesel van het topmodel is met zijn 186 pk een voortreffelijke krachtbron. De Tucson ligt bovendien opmerkelijk strak op de weg.

Anderzijds maakt die innerlijke groei hem kwetsbaar. Kwaliteit heeft een prijs. Van het betaalbare alternatief is Hyundai in een mainstreammerk veranderd dat zijn financiële troeven heeft verspeeld. De Tucson die ik rijd, de 2.0 CRDI HP Premium, kost 55.000 euro. Voor dat geld, wie had het ooit gedacht, heeft de pensionado ook een SUV van BMW. Na mijn eerste Tucson-ronden moet ik hem er wel op wijzen dat hij géén betere auto koopt.

Wie het niet laten kan, neme een niet te dure Tucson. De meeste klanten zullen terecht kiezen voor de benzinemotoren met en zonder turbo, of de minst vermogende turbodiesels. Vanaf 26 mille mag je aanschuiven en dan is hij met de Mazda CX5 de beste koop in zijn genre. Zucht.