Niets zo gevaarlijk als tevredenheid

Interview Bob van Dijk

De topman van het Zuid-Afrikaanse Naspers vindt dat we in Europa te weinig ambitie hebben en niet hard genoeg werken. „Vergelijk dat eens met de Chinezen, wat die willen doen om verder te komen in het leven.”

Door onze redacteuren Anne Dohmen en Jannetje Koelewijn Foto Roger Cremers

Bob van Dijk: „Je moet geld van investeerders uitgeven alsof het je eigen geld is Foto Roger Cremers

Bob van Dijk (43) wil alles goed doen en verdraagt het slecht als hij faalt. Toen hij econometrie studeerde in Rotterdam en voor het eerst iets niet begreep, bleef hij avondenlang op zijn kamer zitten, sommen maken, tot hij het wel begreep. Dat werd dus afstuderen met een negen. Hij zegt: „Ik heb nog nooit een onvoldoende gehaald, mijn hele leven niet.” Daarna: „Eigenlijk wel tragisch.”

Tragisch?

„Misschien heb ik wel te hard gewerkt. Misschien had ik het ook wel gehaald als ik minder hard had gewerkt.”

Een poosje geleden had hij het daarover met een van zijn beste vrienden, succesvol ondernemer in de internetbranche. „Extreem intelligent en extreem lui. Overal altijd net een zes voor gehaald. Ik zei dat hij de dingen kennelijk efficiënter deed dan ik.”

Wat zei hij?

„Dat hij me nooit op feestjes had gemist. En dat is zo. In mijn studietijd heb ik niet bezuinigd op mijn sociale leven.”

Hij noemt zichzelf „extreem uitkomstgericht”, dus zal hij nooit zoiets als een puzzel doen (nutteloos), heeft hij een hekel aan fietsen (te langzaam) – alleen met zijn twee dochters doet hij het weleens – en zal hij niet snel een boek van een of andere moeilijke Duitse filosoof lezen. „Als het alleen om de uitdaging van het begrijpen gaat – nee.”

Bob van Dijk vergaart geen kennis om te weten, maar om wat hij ermee kan doen. En kijk waar het hem gebracht heeft. Baas bij eBay, baas van Marktplaats en, sinds april 2014, baas van Naspers in Zuid-Afrika. Naspers: een multinationaal mediaconglomeraat (kranten, internet, televisie) met een marktkapitalisatie van 65 miljard dollar, een jaaromzet van 5 miljard dollar en hoofdkantoren in Hongkong, Kaapstad en Hoofddorp.

Hoofddorp, ja. Daar zitten we nu, op het terras van een tot restaurant verbouwde negentiende-eeuwse langgevelboerderij onder een van de aanvliegroutes van Schiphol. Even eerder kwam hij aanrijden in een zwarte BMW, geen minuut te laat en geen minuut te vroeg. Nu roert hij in zijn koffie, voorover leunend, alsof hij elk moment kan opspringen. Geen koekje. Niet dat hij op dieet is ofzo, hij houdt gewoon niet zo van zoetigheid. Stonden er bitterballen op tafel, dan zou hij zich niet inhouden.

Je bent geboren in Helmond.

„Mijn familie woont er nog steeds, mijn broer en zus wonen er in de buurt. Ik ben er naar de middelbare school gegaan, prima naar mijn zin gehad, en toen ik ging studeren...”

Wat deed je vader?

„Haha, ik dacht, laten we maar meteen naar het professionele deel van mijn leven gaan.” Nu leunt hij naar achteren en je ziet hem denken: als zij over details willen praten in plaats van over de grote lijnen, dan moet het maar.

Zijn vader was aannemer in de bouw. In de zomervakanties werkte Bob voor hem, vanaf zijn twaalfde. Stenen sjouwen, vloeren schrobben, voor vier gulden per uur. „Een goede motivatie om te gaan studeren, dus toen ik naar Rotterdam ging...”

Wat deed je moeder?

„De boel gaande houden en voor ons zorgen. Ze was opgeleid tot doktersassistente en tandartsassistente, maar toen trouwde ze en kwamen er meteen twee kinderen. Zes jaar later kreeg ze mij nog. Haar cadeautje noemde ze me.”

Een meisje uit een katholiek gezin, tien kinderen, alleen de jongste zoon ging studeren. „Gemiste kans, ja. Ze was” – en nu zegt hij iets dat, op een enkeling na, alle mannen in deze serie zeggen – „zeer intelligent. Intuïtief, snel. Je vangt meer vliegen met honing, dat heb ik van haar geleerd. Ze was zeer ambitieus voor haar kinderen.”

Dus je ging naar het gymnasium?

„Het atheneum. Het dichtstbijzijnde gymnasium was twintig kilometer fietsen. Dat vond ik niet per se nuttig.”

Hoge cijfers werden op dat atheneum een beetje raar gevonden, daar liet hij zich dus niet op voorstaan. Achter in de klas zitten, lawaai maken. Niet om geaccepteerd te blijven, zegt hij, maar omdat hij zich verveelde. Om zijn energie kwijt te raken sportte hij veel. Paardrijden, kickboksen, kajakken in de Ardennen, als hij zijn vader zo gek kon krijgen hem er naartoe te rijden.

Zijn moeder is nog altijd katholiek, of beter, gelovig. „Op haar manier dan.” Zelf deed hij op de basisschool een poging om misdienaar te worden. „Communie, vormsel, ik heb het allemaal gedaan. Als je me nou zou vragen wat ervan is blijven hangen...” Hij maakt zijn zin niet af en kijkt naar de Boeing 747 die zich in de verte van de grond losmaakt.

Wat zou dan je antwoord zijn?

„Moeilijk om daar zomaar wat op te zeggen. Ik denk dat we een toevallig samenraapsel zijn van chemische bouwstoffen en dood is dood. Ik zou willen dat het anders was, want het is een weinig bevredigend wereldbeeld, maar het is wel het meest waarschijnlijke. Mag ik een zijstap maken? Ik studeerde dus econometrie en dan krijg je heel veel statistiek, en toen realiseerde ik me dat het bijzonder onwaarschijnlijk is, of eigenlijk compleet ondenkbaar, dat één van de drie of vier grote geloven die er zijn, elk met meer dan een miljard aanhangers, gelijk heeft en de andere niet. Dat betekent dat ze allemaal ongelijk hebben.”

Hij was lid van Laurentius, katholiek van oorsprong, maar dat was niet de reden. „Laurentius was gemengd.” Een jaar in het bestuur, vicepreses financiën, negen maanden studievertraging, maar wat een leuke tijd was het. In zijn laatste jaar werd hij door een goede vriend, recruiter bij Ebbinge, in contact gebracht met een paar mogelijke werkgevers. Hij had een „heel nuttig gesprek” met de baas van MeesPierson, toen de meest serieuze zakenbankier van Nederland. „Die zei: je kunt drie dingen willen in je leven. Als je beroemd wilt worden, moet je aan de universiteit blijven. Als je...” Hij denkt even na. „Wat was nou het tweede? Ik weet het niet meer.”

En de derde?

„Rijk worden. Als ik dat wilde, moest ik bij hem komen werken.”

Maar dat deed je niet.

„Nee, want ik wist al dat geld niet mijn doel was.” Hij denkt weer even na. „Wat was nou de tweede?” Hij weet het echt niet meer.

Je ging naar McKinsey.

„Ja, want mijn doel was een business bouwen en consulting leek me een goede manier om het te leren.”

Midden jaren negentig, het begin van de eerste internethype. Hij werd vooral op projecten gezet die over media en e-commerce gingen. Daar zouden de grootste veranderingen komen.

In de zomer van 1999 werd hij met zes jonge collega’s voor een jaar naar INSEAD gestuurd, de business school in Fontainebleau bij Parijs. Hij leerde hoe hij een bedrijfsplan voor een start-up moest schrijven. Na een jaar ging hij er met een paar anderen mee „de boer op”. Maar een van de zes ging terug naar McKinsey. „Als je in 2000 ook maar een gram entrepreneurship in je had, was je met een start-up bezig. Internet zette alle economische modellen op zijn kop. Als je daar geen deel van wilde uitmaken, had je echt nergens zin in. En we hadden niets te verliezen. Ik was geen directeur van een krantenbedrijf ofzo, die wel een hoop te verliezen had als hij niet de goeie stappen zou zetten.”

De start-up: onlinederivatenhandel, in Londen. Toen barstte de internetzeepbel. Investeerders gaven geen geld meer, hij moest mensen ontslaan, het bedrijf werd voor niet al te veel geld verkocht en hij keerde terug naar McKinsey.

Pijnlijk.

„Een van de grootste tegenslagen in mijn leven. Mensen die ik al jaren kende had ik naar het bedrijf gehaald, omdat ik dacht dat het allemaal heel mooi zou worden. En als je dan tegen die mensen moet zeggen: er is geen plaats meer voor je, dan is dat niet fijn. Dan heb je dus eh...” – hij aarzelt even – „echt eh... gefaald.”

Nu spreekt de Hollander, die misschien wel katholiek is opgevoed, maar van binnen een calvinist is: „Het was mijn fout, mijn schuld.”

Jij kon het toch niet helpen dat die zeepbel barstte?

Hij roert een poosje zwijgend in zijn tweede kopje koffie. „Wat ik heel erg vind”, zegt hij dan, „is als mensen in een bedrijf elkaar de schuld geven van dingen die niet goed gaan. Ook al is het waar, het is geen oplossing. Wat ik nog erger vind: externe factoren de schuld geven. De dollarkoers, de concurrentie, iedereen heeft het gedaan, behalve jij. Zo gaan hele bedrijven kapot.”

Wat moet je dan wel doen?

„Wat ik toen deed was: mijn verlies nemen, lessen trekken. Dat je geld van investeerders moet uitgeven alsof het je eigen geld is. Dat je voorzichtig moet zijn met mensen aannemen met wie je een persoonlijke band hebt. Ik zal altijd beslissingen nemen die goed zijn voor het bedrijf, ik zou mezelf minachten als ik het anders deed, maar je moet er vervolgens wel mee leven dat je die mensen een klap in hun gezicht hebt gegeven.”

In 2004: eBay. In zeven jaar tijd zeven verschillende posities. Ondertussen werden zijn twee dochters geboren. Zijn vrouw, Tina, is een Noorse. Hij leerde haar kennen bij INSEAD en ze maakte carrière in de financiering van ondernemingen met risicodragend kapitaal. Ze is nu president-commissaris van twee private en twee publieke ondernemingen. Ze woonden in Londen en in Trondheim, en nu wonen ze in Amsterdam-Zuid. Dat is handiger dan in Kaapstad als je wekelijks de hele wereld over moet vliegen. Geen au-pairs, ze proberen het zo te regelen dat altijd een van hen thuis is.

In 2009 of 2010, hij weet het niet precies meer, werd hij voor het eerst gebeld door een headhunter voor een positie bij Naspers. „Headhunters bellen je voor van alles”, zegt hij. „Maar dit was voor een bedrijf dat ik kende en voor een interessante baan. Dus er was meteen een klik.”

Hij werd het niet, maar het contact bleef en in 2013 werd hij gebeld door Koos Bekker zelf, de man – Zuid-Afrikaan – die in 1997 de baas van Naspers was geworden en het bedrijf van een traditioneel krantenbedrijf met een marktwaarde van 1,2 miljard dollar heeft gemaakt tot wat het nu is.

„Het ging om een rol die groot en uitdagend was. Het was binnen één gesprek geregeld.” Hij kreeg de verantwoordelijkheid over de internetactiviteiten in Oost-Europa en kort daarna ook over die in Azië, Latijns-Amerika en Afrika.

Was het idee toen al dat je Bekker zou gaan opvolgen?

„Ik hoorde later dat ze me vooral zagen als de opvolger van de tweede man van Naspers, Antonie Roux. De tragiek is dat die in 2012 overleed.”

En toen werd jij het, na ruim een jaar al. Op je eenenveertigste.

„Koos nodigde me uit voor een dinertje hier in het Conservatorium Hotel, begin 2014. Bij het voorgerecht zei hij: ik heb dit bedacht, het is al besproken met de chairman van de board, wij vinden het een goed idee, heb je er zin in? Ik zei: hartstikke leuk.”

Durfde je het aan?

„Ja.”

Geen enkele onzekerheid?

„Ik stel mezelf voortdurend de vraag of dingen beter kunnen en ik ben zeker niet complacent of zelfgenoegzaam. Maar of iemand anders het beter had gekund? Koos dacht van niet, en ik, eerlijk gezegd...”

Ook niet.

„Nee. Al weet ik natuurlijk niet welke kandidaten ze nog meer op het oog hadden.”

Maakte het voor Koos Bekker wat uit dat je Nederlander bent?

„Hij houdt van Nederland en van Nederlanders. Hij heeft hier gewoond, hij vindt Nederland mooi. En hij vindt dat we een open blik hebben op de wereld. We nemen onszelf niet al te serieus. En zeker in het verleden hebben we ons altijd redelijk ondernemend getoond. Maar ik denk niet dat mijn nationaliteit een overweging is geweest. Er werken bij Naspers zo veel verschillende nationaliteiten dat het geen issue is.”

Vind jij ook dat we in Nederland minder ondernemend zijn geworden?

„Vergeleken met Amerika wel, ja. Geldt voor heel Europa. Weinig ambitie, lage arbeidsmobiliteit. We willen niet te hard werken en op tijd met pensioen. Vergelijk dat eens met de Chinezen, met wie ik veel te maken heb. Wat mensen daar bereid zijn te doen om verder te komen in het leven.”

Je kunt ook denken: dat hoeven wij gelukkig niet meer.

„Prima, maar de kans dat we over dertig jaar nog relevant zijn in de wereld is vrijwel nihil. Mag ik er nog wat over zeggen? Tevredenheid is voor mij persoonlijk heel belangrijk. Maar voor een cultuur, ook voor de cultuur van een bedrijf, is het gevaarlijk. Er komt altijd een partij die bereid is net wat harder te lopen, net wat meer risico te nemen. Van achteroverleunen word je niet alleen niet beter, maar ook al heel snel slechter.”

Koos Bekker kreeg als bestuursvoorzitter geen salaris, alleen opties op aandelen. Nu is hij miljardair. Hoe laat jij je betalen?

„Ik krijg een salaris en ook opties, maar minder dan Koos. Dat hij zich zo liet uitbetalen was iets van de laatste jaren. Zijn beloning was volledig afhankelijk van het succes van het bedrijf.”

Jij mag ervoor zorgen dat het een succes blíjft.

„De verwachtingen zijn hoog, ja. Het zijn grote schoenen om te vullen.”

Wat is je doel met Naspers?

„We willen de Marktplaats van India en China en Latijns-Amerika en Oost-Europa worden. We hebben honderden miljoenen blije gebruikers, dat aantal wil ik verdrievoudigen. Plus: kwalitatief goede video-entertainment voor heel Afrika voor een redelijke prijs. En wat wij doen met print, al is het nog maar een klein stukje van het bedrijf, is ook belangrijk. Dat willen we in stand houden. Goede kranten, persvrijheid.”

Zolang er geld mee wordt verdiend.

„Anders houdt het op, ja.”