Na veertien jaar is Shaker Aamer vrij

De laatste Britse ingezetene op Guantánamo Bay is weer thuis in Londen. Al in 2007 zeiden de VS dat hij mocht vrijkomen.

Een kop koffie, en daarna een grondige medische keuring „alsof ik een buitenaards wezen ben”. Dat waren de eerste prioriteiten gisteren bij thuiskomst in het Verenigd Koninkrijk voor Shaker Aamer, de laatste Britse ingezetene die vastzat op Guantánamo Bay.

Veertien jaar werd hij vastgehouden, eerst enige maanden op de Amerikaanse basis Bagram in Afghanistan en daarna in de gevangenis die de VS op Cuba inrichtten voor vermeende Al-Qaeda- en Talibaanstrijders. De Amerikanen verdachten hem ervan „een naaste medewerker” te zijn geweest van Osama bin Laden, het brein achter de aanslagen van 9/11, met een verleden als „jihadistische terrorist”.

Maar bewijs daarvoor was er niet. De 46-jarige Aamer is, net als honderden anderen die de VS overbrachten naar Guantánamo Bay, nooit aangeklaagd. In 2007 bepaalde de Amerikaanse regering-Bush dat hij kon worden vrijgelaten, een besluit dat door president Obama in 2009 werd herbekrachtigd.

De vrijlating van gevangene 239 duurde uiteindelijk nog acht jaar. Deels omdat Aamer weigerde aan zijn geboorteland Saoedi-Arabië te worden uitgeleverd, waar hij vrijwel zeker gevangen gezet en gemarteld zou worden (bovendien had hij sinds zijn huwelijk met de Britse Zin Siddique een verblijfsvergunning voor het Verenigd Koninkrijk, en wonen zijn vrouw en vier kinderen in Londen). En deels omdat, zo zeggen zijn advocaten en denkt Aamer zelf, hij getuige en slachtoffer is geweest van mishandelingen en martelingen op Guantánamo Bay, en hij de details daarvan na vrijlating wereldkundig zou maken.

De vloeiend Engels en Arabisch sprekende Londenaar was de onofficiële woordvoerder van de gevangenen. Hij leidde hongerstakingen als protest tegen de opsluiting zonder enige vorm van proces, en belandde daarvoor in afzondering. In een motie die zijn advocaten in 2006 indienden, stond dat hij toen al 360 dagen achtereen in eenzame opsluiting zat.

Aamer zegt dat de Britten wisten dat hij door zijn Amerikaanse ondervragers werd mishandeld. Op enig moment zou MI5 zelfs in Bagram aanwezig zijn geweest toen hij werd geslagen. De Britse regering ontkent dit, maar schikte in 2010 voor een onbekend miljoenenbedrag een civiele zaak, aangespannen door twaalf andere vrijgelaten Britten wegens onwettelijk gevangenschap. Premier Cameron beloofde toen een onderzoek naar Britse betrokkenheid bij marteling.

Zijn advocaat Clive Stafford Smith zei gisteren dat een moeilijke tijd voor Aamer aanbreekt. Diens fysieke en mentale gezondheid zijn „vreselijk”. „Hij heeft in geen jaren een echte dokter gezien.” De Londenaar werd op Guantánamo Bay louter door Amerikaanse militaire artsen behandeld. Die vertrouwt hij niet omdat zij bij hongerstakende gevangenen sondes toebrachten om hen zo te laten eten.

Pas als hij zeker is dat hij zijn familie niet blootstelt aan iets besmettelijks, zou hij ze weerzien – of in het geval van zijn jongste zoon: voor het eerst ontmoeten. Faris werd geboren op de dag dat Aamer werd overgebracht naar Guantánamo Bay.

„Hij zal zijn relatie met hen opnieuw moeten opbouwen”, zei Stafford Smith. „Hij is in geen jaren ‘Shaker’ of ‘papa’ genoemd. Hij zei me dat hij alleen reageert op zijn gevangenennummer.” Op den duur wil Aamer volgens Stafford Smith een liefdadigheidsorganisatie oprichten.