Column

Lief zijn

Afgelopen donderdag stelde PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch voor om asielzoekers niet enkel taallessen aan te bieden, maar ze mee te nemen naar het Verzetsmuseum, de redactie van Opzij en het COC – om hen Nederlandse normen en waarden te laten „beleven en ervaren”. De dag ervoor berichtte de Volkskrant over een bezoek van de Liberaal Joodse Gemeente aan gevluchte Syriërs in een voormalige gevangenis in Amsterdam – met zang en muziek. Er was rekening gehouden met incidenten, dus had organisator Koos Koelewijn posters in het Arabisch opgehangen en bij de vluchtelingen geïnformeerd of ze misschien van plan waren antisemitisch te doen. Daar was geen sprake van. Men kwam zelfs met een plan „bloemen uit te delen in een Joodse buurt in Amsterdam”. Dat plan werd bijgesteld. Een gevluchte Syriër: „Het zou geen goed signaal zijn, want we zijn álle Nederlanders erkentelijk.” Hoe snel zo’n inburgering kan gaan.

Het bezoek bleek, na een aarzelend begin, een succes. Er werd „gedanst onder aanvoering van mannen in oranje T-shirts”. Een van de bezoekers, Ron van der Wieken, voorzitter van het Centraal Joods overleg, is overigens tegen de opvang van vluchtelingen in een Amstelveens kantoorpand, omdat in die buurt veel Joden wonen. Dicht op elkaar, dat is ook weer niet de bedoeling, want wat doe je als de muziek stilvalt en bloemen op zijn? Hij legde het zo uit: „De opdracht aan ons, Joden, luidt: wees barmhartig tegenover vluchtelingen. […] Maar het is niet onze opdracht om naïef en dom te zijn. Laten we het risico van incidenten alsjeblieft zo klein mogelijk houden.”

We willen best lief zijn, maar we zijn natuurlijk niet gek.

Je kunt honend doen over de bevoogding van Marcouch en Van der Wieken, ze doen tenminste iets. Dat valt te prijzen. Maar die angst om naïef te zijn! Van der Wieken ziet het als een Joods dingetje, door ervaring wijs geworden, maar het is die angst die de afgelopen weken overal de toon aangeeft, tijdens de inspraakavonden en op de opiniepagina’s, in sociale media en praatprogramma’s. Het is een verlammende angst, de angst dat de vluchteling misbruik maakt van onze goede bedoelingen, ons de kaas van het brood gaat eten, ons te kijk zet als Gekke Henkie. Alles liever dan dat. Dus lees je overal dat empathie een slechte basis voor beleid is. Dus wordt de houding van Angela Merkel ten opzichte van de vluchtelingencrisis „sentimenteel” en „moralistisch” genoemd – alsof de Drama Queen van ons asieldebat, Geert Wilders, niet bij uitstek sentimenteel is.

Als je je afvraagt waarom de gemoederen over vluchtelingen hier hoger oplopen dan in andere landen, is dit een antwoord: in het oververhitte vluchtelingendebat geven de angst van de ontnuchterde progressief voor een te rooskleurig mensbeeld en de oer-Hollandse angst dat een ander misbruik maakt van jouw goedheid, elkaar een stevige hand. Het Wilderiaanse sneren naar mensen die „beertjes brengen naar azc’s” vat goed samen wat je dan krijgt – beter afwijzend en cynisch, dan sentimenteel en naïef. De terechte constatering dat we niet het leed van de hele wereld op onze schouders kunnen nemen, wordt dan al gauw synoniem met je helemaal nergens meer iets van aantrekken, voor een bangige, claustrofobische, smetvrezerige blik op diezelfde wereld. Het is een wereldbeeld van niks, maar het wordt als moedig en realistisch voorgesteld.

‘In Nederland worden zaken uitgepraat en niet uitgevochten,” sprak onze koning zorgelijk tijdens zijn staatsbezoek in China. Gelooft hij het zelf? In Nederland worden zaken uitgevochten door steeds luider langs elkaar heen te praten – kom je er met woorden even niet uit, doe een kogelbrief op de bus. Iedereen neemt elkaar de maat, niemand laat zich iets zeggen. In de oproep van de fractieleiders deze week om de toon van het debat te matigen, stond: „Verwar dreigementen en beledigingen niet met argumenten.” Dat is niet het probleem. Het probleem is dat ieder argument als een persoonlijke belediging wordt opgevat. In Nederland krijgt niemand het voordeel van de twijfel.

Gezellig is het niet, die vergaande verzuring van de samenleving. Maar staan we aan de rand van de afgrond? Loopt het echt uit de hand? Tussen 2007 en 2014, werd eerder deze maand bekend, daalde het aantal misdrijven in Nederland met 23 procent. Met. Bijna. Een. Kwart. Ik heb er niemand over gehoord.