Liedjes na de inzinking

Ergens tussen jazz en pop in maakte zangeres Fridolijn een ‘intuïtieve soundtrack’ na een lastige tijd met een burn-out en een verbroken relatie.

Fridolijn is wat verlegen tijdens concerten: „Ik ben geen podiumbeest.”

Niet jazz genoeg voor de jazzclubs en niet pop genoeg voor de poppodia. Zangeres Fridolijn (31) valt met haar muziek tussen de genres in: een singer-songwriter die met haar fluweelzachte zang via een intiem folky jazzpaadje liedjes laat openbreken met synthesizers of broken beats.

Zelf wilde de zangeres het concert waarmee ze haar soloalbum Catching Currents ten doop hield, deze week in club Bitterzoet in Amsterdam, liever niet laten plaatsvinden in een jazzclub. Dat zou haar muziek meteen een jazzstempel geven. Had de muziek met haar vorige band Finn Silver veel solo’s voor bandleden – „die er soms mee aan de haal gingen” – nu voert ze haar liedjes uit „in dienst van de song”, met ruimte voor improvisatie en interpretatie.

Zangeres Fridolijn van Poll, een in Amsterdam geboren dochter van een danslerares en psychotherapeut, werd bekend met de jazzpopband Finn Silver. Die maakte eind 2011 een sprankelend dromerige combinatie van akoestische muziek en lagen elektronica, die met name in Azië heel erg aansloeg. „Onze doorbraak ontplofte nogal”, blikt Fridolijn nu terug. „Zeven maanden na de release van onze debuutplaat stonden we in Tokio. Alles wat we wilden en waarvan we droomden gebeurde ineens; een concert op het North Sea Jazz Festival, internationale shows.”

Na de burn-out kwamen de inzichten

Maar bij gebrek aan manager en label liep het mis. Het veelbelovende Finn Silver raakte in een stroomversnelling, „waar bijna niet tegenop viel te zwemmen”, zegt Fridolijn. „Ik maakte deals met China en Polen, liep de contracten na, plande al onze repetities, interviews en optredens. Omdat ik alles zelf deed, raakte ik er overwerkt door.”

Na haar burn-out kwamen inzichten. Over haar toekomst als zangeres, over het soort muziek dat ze wil maken. Dat laatste vond ze eigenlijk een diepere, lastigere vraag dan ze dacht. „Als je een album beluistert sta je eigenlijk niet zo erg stil bij de zoektocht die daaraan vooraf is gegaan. De simpele vragen over hoe je wilt klinken en waar je staat als zangeres, zeggen ook iets over waar je staat als mens. Dat is best eng en confronterend.”

Fridolijn heeft nu een platencontract als soloartiest. „De liedjes zijn zo persoonlijk en eerlijk dat het raar voelde er een bandnaam op te plakken.” Het zijn nummers waarmee ze zichzelf ‘vooruit duwde’ na haar inzinking en een verbroken relatie. „Zie het als een soort intuïtieve soundtrack van een lastige tijd, maar ook van groei. Het voelt erg persoonlijk dit te delen, maar het is wat ik wilde: mezelf tonen en daarmee mensen raken. Mensen luisteren tegenwoordig naar veel verschillende muziek, die one click away is. Dit is hopelijk aantrekkelijk en voelbaar.”

Schrijven op het Britse platteland

Via de Britse drummer Richard Spaven (bekend van zanger José James en Flying Lotus), met wie ze eerder samenwerkte binnen Finn Silver, kwam ze in contact met de Britse liedjesschrijvers Dave Austin en Danny Fisher. Met hen trok ze naar het Britse platteland waar ze het merendeel van haar album schreef. In de Londense Aviary-studio nam ze met hen, plus een toetsenist en een bassist, het album op, dat vervolgens afgemixt werd door Jazzanova’s Axel Reinemer in Berlijn.

Catching Currents heeft acht liedjes van delicate jazzpop die zacht landen. Als ze zingt gaat Fridolijn op in haar zangnoten die fijntjes tinkelen in de hoogte. Bij een concert kan ze een wat verlegen indruk maken. „Ik ben geen podiumbeest”, beaamt ze. „Ik vind het maken van muziek het mooiste wat er is, voor mensen die dat voelen en begrijpen. Als iedereen inzoomt op wat jij wilt neerzetten is dat zeer fijn.”

Fridolijn geeft een dag in de week zangles en ze programmeert muziek in een restaurant. Een blauwe maandag studeerde ze psychologie. Maar: „Een échte baan was geen optie. De muziek zal altijd aan me blijven trekken.”