Levend LED-lampje in het bos

Illustratie Irene de Goede

Niet elke dierentuin in Nederland kan twee reuzenpanda’s krijgen. Dus lieve dierentuinen, willen jullie dan misschien glimwormpjes gaan houden? Het zijn zulke mooie diertjes. Ze móeten er zijn, in de bossen of de duinen op een late zomeravond. Dat staat op internet. Maar dr. Zeepaard ziet ze nooit.

Jammer, want weinig dingen zullen ’s avonds zo sfeervol zijn als glimwormpjes. Ze geven lichtgroen licht in het donker. Het zijn net kleine LED-lampjes, die ’s avonds aangestoken worden tussen de bomen.

Maar die naam... nee, die zet je op het verkeerde been. Ze glimmen niet. Kerstballen en wijnglazen glimmen. Het allerstomste is dat glimwormpjes helemaal geen wormpjes zijn. Het zijn kevers. En ze zijn ook niet klein, ze zijn wel twee centimeter lang. Misschien heb je ook wel eens van ‘vuurvliegjes’ gehoord. Dat zijn dezelfde kevers, maar dan vliegen ze. Hadden ze maar lampkevers geheten.

Er is dus veel bijzonders aan die kevers, maar er is nóg iets. De vrouwtjeskevers geven veel meer licht dan de mannetjes en de larven. Zodra een vrouwtje volwassen is, steekt ze elke avond een paar uur haar lichtje aan. Het lichtje zit in haar achterlijf. Ze steekt het in de lucht en lokt mannetjes. Zodra ze gepaard heeft, doet ze haar lichtje uit en legt eieren. Een paar dagen later gaat ze dood.

Welke vrouwtjes zouden de mannetjes nou het leukst vinden? Goed geraden: de vrouwtjes die het felst licht geven. Voor de andere vrouwtjes, met een zwak lichtje, is dat best zielig. Die steken elke nacht helemaal voor niets hun lampje aan. En ze hebben maar twee weken te leven.

Maar voor de mannetjes is het een verstandige keuze. Dat hebben biologen ontdekt in Finland. Want vrouwtjes die fel branden, hebben vaak een groot achterlijf. En daar zitten veel eieren in. Dat betekent veel kinderen! En daar droomt elke glimwormman van.