Lekker, het Europese feestje verpesten

De anti-Europese fractie in het Europees Parlement, in juni opgericht door onder meer de PVV, groeit en bloeit dankzij de vluchtelingencrisis. „Dit laat zien wat voor illusie de supermacht Europa is.” 

Marine Le Pen, voorzitter van het Front National (met koptelefoon) in het Europees Parlement

De missie van de nieuwe, uiterst rechtse fractie in het Europees Parlement? Daar hoeft Marcel de Graaff (PVV) niet lang over na te denken. „Het feestje verpesten.” Dat lukt steeds beter.

In juni richtte de PVV samen met het Franse Front National (FN) en zes andere partijen een anti-Europese fractie op: Europa van Naties en Vrijheid (ENF). Ruim vier maanden later is de stemming daar uitstekend. Door de toestroom van vluchtelingen zitten de deelnemende partijen electoraal in de lift. Volgens peilingen is de PVV nu de grootste partij van Nederland. In Frankrijk stevent het FN af op winst bij regioverkiezingen in december. De Oostenrijkse FPÖ is bezig aan een opmars, evenals het Italiaanse Lega Nord en het Vlaams Belang.

Logisch, zegt De Graaff. „De vluchtelingencrisis toont wat voor illusie ‘supermacht Europa’ is. Zonder enig schaamrood op de kaken moet Europa erkennen dat het zijn eigen burgers en grenzen niet kan verdedigen.” Europa, voorspelt hij, knapt als een zeepbel uit elkaar. „En het raarste is misschien nog wel dat wij daar zelf niet eens zoveel voor hoeven doen.”

Niet alleen electoraal gaat het de partijen voor de wind, ook financieel: als fractie krijg je in het Europarlement meer subsidie dan als losse partij. Voor het ENF gaat het om zo’n 3 miljoen euro extra per jaar. Voor andere fracties was dat slikken: zij moesten daartoe elk tot 3 procent van hun middelen inleveren. Daarnaast mag het ENF meer personeel aannemen, 43 mensen in totaal. Ook dat gaat om zo’n drie miljoen aan salariskosten. En een fractie heeft meer rechten in de plenaire zaal en de vele deelcommissies van het EP. „Hun zichtbaarheid en efficiëntie is grandioos toegenomen”, zegt Europarlementariër Wim van de Camp (CDA).

In eigen land mag De Graaff dan vrijwel onbekend zijn, in Brussel en Straatsburg is de lange Nederlander met woeste grijze haren steeds moeilijker te missen. Niet in de laatste plaats omdat hij het voorzitterschap van de fractie deelt met de welbekende FN-leider Marine Le Pen. Deze week stond De Graaff zelf opeens vol in de schijnwerpers, omdat hij tijdens een stemming in de plenaire zaal ten minste vier keer zijn stem heeft uitgebracht namens de even afwezige Le Pen, wat niet mag. Volgens Le Pen had ze er niet om gevraagd, maar handelde haar fractiegenoot „uit hoffelijkheid”. De Graaff riskeert nu wel een boete of een (korte) schorsing.

Jaren vijftig

De PVV’er zit in een kale werkkamer in Straatsburg. Meestal zetelt het Europees Parlement in Brussel, vier dagen per maand komt het in Frankrijk bijeen – zo kort dat niemand de moeite neemt om het gezellig te maken. Bij De Graaff hangt één item aan de muur: een PVV-flyer, met Geert Wilders achter een grenspaal en de tekst ‘Grenzen dicht!’

Met weemoed kijkt De Graaff terug op het Europa van de jaren vijftig. Een Europa van binnengrenzen en nationale munten. Dat Europa wil het ENF terug: „Wij zeggen: jullie zijn met z’n allen zo lekker hard bezig om een superpower te worden. Maar kijk eens ten koste van wat dat allemaal gaat.”

Wat de ENF-politici ook gemeen hebben, is hun sympathie voor Rusland. Dat gaat bij de ene partij verder dan bij de andere. Le Pen steunde de annexatie van de Krim en accepteerde een miljoenenlening van een Russische bank. Le Pen, FPÖ-leider Heinz-Christian Strache en Vlaams Belang-voorman Filip Dewinter bezochten Moskou. Hun partijen stuurden waarnemers naar het omstreden, door Moskou georkestreerde Krim-referendum in maart 2014.

Dat ging de PVV te ver. Geert Wilders sprak zich uit tegen de annexatie. Maar van te veel kritiek op Rusland is ook hij niet gediend. Toen PVV-Kamerlid Raymond de Roon zich uitsprak tegen de levering van Franse marineschepen aan Rusland, riep Wilders hem tot de orde. Ook De Graaff neemt het op Twitter vaak voor Rusland op. „Beangstigend. Expansiedrift EU en NAVO bedreigen vrede”, schrijft hij in reactie op een bericht dat Rusland uit een internationaal wapenverdrag wil stappen. Het MH17-onderzoek, onder leiding van Nederland, stelt weinig voor, getuige de tweets van De Graaff. Zo linkt hij naar een internetbericht: „Finse rechter/diplomaat: hele MH17-onderzoek farce..!!”

In Straatsburg blijkt De Graaff inderdaad minder voorzichtig dan zijn partijgenoten in Nederland. Die zijn sinds het neerhalen van MH17 niet meer te betrappen op pro-Russische uitspraken. „Vanuit het belang van Oekraïne kan ik me dat voorstellen”, antwoordt De Graaff op de vraag of het waarschijnlijker is dat Oekraïne MH17 heeft neergehaald dan de pro-Russische opstandelingen in het oosten van het land. Toch ontkent hij dat zijn fractie onder invloed van Rusland staat. Is Poetin een voorbeeld? „Dat zou ik zo niet... Nee. Kijk, Rusland is een grootmacht, en een om rekening mee te houden. Het land is economisch belangrijk voor West-Europa. Het is in het Nederlandse belang dat wij Rusland niet van ons vervreemden.” De Graaff vindt de sancties tegen Rusland, deels ingesteld na het neerhalen van de MH17, voorlopig wel op zijn plaats.

Ludovic de Danne, secretaris-generaal van het ENF en naaste medewerker van Le Pen: „Dat we een lening hebben gekregen van een bank die voor de helft in Russische handen is, betekent niet dat we eigendom van Rusland zijn. Wel spreekt het idee van een multipolaire wereld ons meer aan, zoals er ook mensen zijn die denken dat de wereld onderworpen moet zijn aan de VS. Ieder zijn eigen kijk!”

Ook het Poolse fractielid Michal Marusik, van het Congres van Nieuw Rechts (KNP), kan zich vinden in de „realistische” houding ten opzichte van Moskou. Een geluid dat in zijn geboorteland, dat lang zuchtte onder Russische overheersing, zelden klinkt. „Dat Rusland zijn belangen in Oekraïne met militaire middelen verdedigt is het gevolg van een duidelijk met steun van het Westen uitgevoerde revolutie. Rusland moest wel reageren op die anti-Russische agressie.”

Europese elites

Een groot deel van de ENF-fractie ziet Poetin vooral als een handig middel om de EU te destabiliseren, zegt politicoloog Cas Mudde, verbonden aan de Universiteit van Georgia, in de VS. „Dit gaat niet over Rusland, deze partijen richten zich tegen de EU-elites. Tegen Oekraïne zijn en tegen het MH17-onderzoek, is ook tegen de EU zijn”, zegt Mudde. Volgens hem wordt de fractie in Europa onterecht afgeschilderd als pion van Poetin. „Als Le Pen moet kiezen, zal het altijd voor het Franse belang zijn. Alleen Matteo Salvini van Lega Nord is een echte Poetin-fan. Die loopt met T-shirts van hem rond. Wilders vindt het alleen maar leuk dat Poetin Europa lastigvalt.”

Dankzij hun samenwerking hebben de ENF-leden nu ook toegang tot ‘de machinekamer’ van het parlement: de Conferentie van Voorzitters. In dit machtige gremium bepalen fractieleiders, onder leiding van parlementsvoorzitter Martin Schulz, de agenda. Le Pen, die president van Frankrijk wil worden, richt zich vooral op de politiek in eigen land en is er daardoor vaak niet. Dus schuift co-voorzitter De Graaff doorgaans aan. „Het is belangrijk voor de invloed van de PVV en voor de invloed van Nederland dat wij daar zitten”, zegt hij.

De Graaff maakt zich weinig illusies: de agenda wezenlijk beïnvloeden is moeilijk, aangezien pro-Europese fracties domineren. Maar soms een punt scoren kan wel. Zo kreeg het ENF gedaan dat Saoedi-Arabië in het kader van mensenrechtenschendingen bij naam wordt genoemd. Bij andere partijen ligt dat vanwege de handelsbelangen nog weleens lastig. Overigens kende het Europees Parlement de Sacharov-prijs voor de vrijheid van denken deze week toe aan de Saoedische blogger Raif Badawi, die door het regime zwaar is gestraft.

De ENF-partijen verwerpen het label ‘extreem-rechts’. Dat de vorming van de fractie zo lang duurde – de Europese verkiezingen waren al in mei 2014 – kwam juist doordat ze samenwerking met extreem-rechtse partijen, zoals het Hongaarse Jobbik, uitsloten, luidt hun redenering. Daardoor kwamen ze net leden tekort. Het Poolse KNP werd pas acceptabel na het vertrek van de racistische, homofobe leider Korwin-Mikke, die in de plenaire zaal zelfs de nazigroet bracht. Le Pen moest eerst politiek afrekenen met haar vader, FN-oprichter en antisemiet Jean-Marie Le Pen.

Hoewel de fractie daarmee van haar scherpste kantjes is ontdaan, blijft het lastig: Europees samenwerken met partijen die Europa afwijzen en in de eerste plaats loyaal zijn aan het eigen land. De Graaff ontkent niet dat er verschillen zijn: „Je zult ons niet snel met de Fransen zien meestemmen als het om landbouwsubsidies gaat.” Het FN en veel andere ENF-leden zijn, anders dan de PVV, ook tegen het homohuwelijk. De Pool Marusik beschouwt homoseksualiteit „als een trieste menselijke zwakte, die absoluut niet in het openbaar moet worden vertoond”.

Israël

Eurosceptische fracties kunnen snel imploderen, door gebrek aan samenwerking en ideologische samenhang. Maar politicoloog Mudde noemt het ENF „homogener dan welke voorganger in het Europees Parlement ook”. Oorzaak: Marine Le Pen, met wie het veel makkelijker samenwerken is dan met haar vader. Als partij is het FN volgens hem niet veranderd. Dat geldt ook voor de FPÖ, die „inhoudelijk niet anders is dan onder de omstreden Haider”. Beide partijen raakten in het verleden in opspraak vanwege antisemitisme.

Desondanks ziet Mudde geen grote risico’s op een breuk met de pro-Israëlische PVV. „Antisemitisme is in deze partijen nooit erg belangrijk geweest. Maar incidenten kunnen zich natuurlijk voordoen. Strache van de FPÖ plaatste een paar jaar geleden nog een duidelijk antisemitische cartoon op zijn site.” Mudde ziet eerder problemen ontstaan op het gebied van buitenlands beleid. De PVV is pro-Amerikaans, terwijl andere partijen sceptisch zijn over VS-dominantie, of ronduit anti-Amerikaans, zoals het Front National.

Volgens De Danne is er „meer dan genoeg” dat de leden van het ENF bindt. Hij somt de zes „pijlers” van het ENF op: de fractie is „tegen federalisme, migratie, de euro en islamitisch terrorisme en vóór directe democratie”. De zesde pijler? „We can agree to disagree.