Kamerleden wilden koop Rembrandts forceren

De fractievoorzitters die nauw betrokken waren bij de aankoop van twee Rembrandts wilden een dreigement van de Franse premier om de exportvergunning in te trekken, trotseren. Vooral Halbe Zijlstra (VVD) en Alexander Pechtold (D66) hebben geprobeerd de koop van beide portretten door te zetten, terwijl dit al een diplomatieke kwestie aan het worden was. Dat blijkt uit een reconstructie die NRC van het aankoopproces heeft gemaakt.

Op woensdag 30 september maakte minister Bussemaker (PvdA, Cultuur) bekend dat Nederland en Frankrijk samen eigenaar worden van de huwelijksportretten die Rembrandt in 1634 schilderde van koopman Maerten Soolmans en Oopjen Coppit. De doorbraak in het onderhandelingsproces, blijkt nu, was een dreigement van de Franse premier Manuel Valls.

Op donderdag 24 september had Frankrijk bekendgemaakt dat het 80 miljoen euro beschikbaar had voor één portret. Valls maakte daarna via diplomatieke kanalen duidelijk dat Frankrijk niet zou toestaan dat beide portretten in Nederlands eigendom zouden komen. De Franse regering zou zo nodig de exportvergunning van één van de werken intrekken.

In Nederland werd dit tegenbod aanvankelijk beschouwd als bluf. Het plan was om alsnog 160 miljoen overheidsgeld beschikbaar te maken, en de doeken zo snel mogelijk van de Franse bankiersfamilie Rothschild te kopen en naar Nederland te halen.

Op zaterdagavond beseften de fractievoorzitters dat ze de Fransen niet zouden kunnen passeren. Premier Rutte deed op maandag bij de VN in New York bij president Hollande een laatste poging om beide doeken te bemachtigen. Pas daarna gaven de fractievoorzitters en Pijbes het op.

Lees de reconstructie hier: Hoe Frankrijk genadeloos door Nederland voor het blok werd gezet en toch zegevierde: het volledige verhaal van de slag om de Rembrandts