Geef me mijn dictator terug

Zoals u niet op een Arabier zit te wachten die u vertelt hoe het moet in uw land, zo zitten democratieloze landen niet te wachten op onze militairen die democratie afdwingen, meent Tahmina Akefi.

Portret van Tahmina Akefi. Foto Andreas Terlaak

‘Dames en heren, goedenavond! Na de hevige gevechten van de afgelopen week heeft het Arabische leger een groot deel van Nederland onder controle. Verwacht wordt dat de rest van het land binnen enkele uren in handen van de Saoedi’s zal vallen. De Arabische wereld maakt zich al langer zorgen over het beleid van de Nederlandse regering en besloot dit jaar in te grijpen. Het Saoedische leger krijgt steun uit Syrië, Afghanistan en Iran. Die landen beginnen binnenkort met het stationeren van hun troepen in Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. Bij de aanvallen van de afgelopen dagen zijn duizenden onschuldige burgers om het leven gekomen, vooral in Amsterdam en Rotterdam. De missie is er volgens commandant der strijdkrachten, Abu Bakr Al Rohani, vooral op gericht om de hearts and minds van het Nederlandse volk te winnen.”

Stelt u zich voor dat dit de opening van het Achtuurjournaal zou zijn. Arabieren die ons van Rutte en de zijnen komen verlossen, omdat ze vinden dat hun bestuursvorm hier moet worden toegepast, want hoezo democratie? Weg ermee! Zij weten veel beter wat hier wel en niet werkt. Een belachelijk gang van zaken, vindt u niet? Want het gaat die Arabieren helemaal niets aan wie hier aan de macht is. Toch?

Maar vond u dat ook toen de ‘internationale gemeenschap’ (lees Amerika) Afghanistan, Irak en Libië binnenviel om daar ‘democratie’ te brengen? Nee, dat beleefde u hoogstwaarschijnlijk anders. Maar ik kan u vertellen dat mensen daar, aan de andere kant van de wereld, net als u niet zitten te wachten op de bemoeienis van de ‘internationale gemeenschap’. Een Amerikaanse militair in een tank die in hun land de baas speelt, is net zo ongewenst als een Arabier in een lange jurk en een kromzwaard in de hand in úw wijk. Heeft u daar weleens bij stilgestaan?

Ooit, toen ik nog niet zo lang in Nederland woonde, keek ik met hele andere ogen naar Nederlanders en de Nederlandse regering. Een sterk volk dat voor niemand buigt. Dat alles wilde weten voor te oordelen. Die kritische houding wilde ik mij eigen maken. Maar toen was het 11/9 en even later viel Amerika Afghanistan binnen. Ineens was de kritische houding ver te zoeken. Zelfs de media waren eenzijdig in hun opvattingen. Wie zijn de Taliban? Wie heeft de Taliban vanaf het begin gesteund en van wapens en geld voorzien? Welke rol heeft Amerika daar bij gespeeld? En waarom geeft de ‘internationale gemeenschap’ Pakistan er niet van langs, terwijl dat land een specialist is geworden in het opleiden van zelfmoordterroristen? Een van de redenen waarom Amerika Irak aanviel, was notabene dat dat land internationaal terrorisme zou steunen.

Pakistan is de grote sponsor van de terroristen in de regio, maar laten we daar vooral niet over praten. Als bondgenoot van het Westen zal het land daar vast wel een goede reden voor hebben, is kennelijk de redenering.

Dat het Nederlands publiek altijd het naadje van de kous wil weten, behalve als het om Amerika gaat, werd mij pas echt duidelijk toen Irak werd aangevallen. Ik stond versteld van de Nederlandse houding. Alles wat de Amerikaanse propagandamachine de wereld in slingerde, werd klakkeloos overgenomen. Het Iraakse volk had genoeg geleden en moest worden verlost uit de klauwen van de dictator. Amerika zou democratie brengen. Alsof je democratie kunt kopen bij de supermarkt, om het als ‘Zweeds wittebrood’ uit te storten boven ‘zielige landen’ die haar ontberen.

En wat waren we in het Westen blij en trots dat we mee mochten helpen bij het vervoeren van de door Amerika aan Afghanistan beloofde democratie. Het zal u vast zijn ontgaan dat juist Amerika zijn oude vrienden, de mujahedeen, in Afghanistan aan de macht hielp. Ik heb ook niet de illusie dat u veel te horen kreeg over de misdaden die de mujahedeen hebben gepleegd en hoe ze het land letterlijk en figuurlijk kapot hebben gemaakt. De IS-praktijken mogen nu elke keer de media halen, ze hadden weinig nieuwswaarde toen ze in Afghanistan werden beoefend. Na de val van de Taliban hielp Amerika de verantwoordelijken zo weer aan de macht. Zo werd de ene barbaar vervangen door een ander. En wat vertelden ze u? Dat ze de hearts and minds van het volk zouden winnen! Hoe dan? Door een stel terroristen aan de macht te helpen? Door woonwijken te bombarderen? Of door te bepalen hoe mensen zich in hun eigen land moeten gedragen?

Terwijl ik dit schrijf, moet ik aan de felle reacties en bedreigingen denken die recent zijn geuit aan het adres van politici en burgers die zich inzetten voor vluchtelingen. Het is angst, maar waar is die op gebaseerd? Hoeveel asielzoekers hebben zich schuldig gemaakt aan verkrachting? En hoe groot is de kans dat ruim zestien miljoen mensen zich moeten aanpassen aan hooguit tienduizenden moslims? Asielzoekers zullen niet de dienst gaan uitmaken in onze straat.

De militairen die in uw beleving democratie brengen in landen aan de andere kant van de wereld, doen dat wel. Zij bepalen de regels in een land waar ze niets te zoeken hebben. Wij staan er niet eens bij stil of deze landen überhaupt zitten te wachten op onze bemoeienis en zogenaamde democratie.

Landen als Syrië en Irak zijn voedingsbodem voor extremistische groeperingen. Worden deze niet bestreden, dan groeien ze uit tot monsters – maar let wel, die bestrijding is niet aan iedereen besteed, getuige de mislukte pogingen om IS en Taliban de kop in te drukken. Naast het gevaar uit extremistische hoek kennen deze landen allerlei stammen en etnische groeperingen. En binnen die groeperingen woedt de eeuwige strijd tussen shi’ieten en soennieten. Om hen bij elkaar te houden, is een sterke leider nodig – zo eentje die we in het Westen ‘dictator’ noemen. Een dictator weet de chaos die nu in Irak, Syrië en Libië is gecreëerd, te voorkomen.

Wist u trouwens dat er in tijden van dat ‘enge communistische regime’ heel veel Joden in Afghanistan woonden? Joden hoorden bij de Afghaanse samenleving, maar zodra de mujahedeen aan de macht kwamen, waren ze niet meer veilig. Want toen was het opeens normaal om mensen op te roepen Joden te doden. Dat zou je een extra bonuspunt opleveren voor het hiernamaals. Let wel, tijdens het communistische regime was het uiten van dergelijke extremistische ideeën verboden, ook in de moskee waar moslims tijdens datzelfde regime op een normale manier hun geloof konden belijden.

Het is de Amerikaanse en Westerse arrogantie om te denken dat zij (lees: wij) het beter weten; dat wij mogen bepalen wanneer we met bommen en granaten hun systeem omverwerpen. En we hebben uiteraard altijd een goede reden om in te grijpen. Toch? De oorlog in Irak, gebaseerd op een van de grootste leugens in de geschiedenis, kostte aan meer dan een miljoen Irakezen het leven. Meer dan vier miljoen burgers sloegen op de vlucht. Zou Saddam Hoessein zoveel burgers hebben vermoord als hij nog aan de macht was?

De democratie die we graag willen uitdelen, moeten we voortaan gebruiken om onze politici te dwingen af te blijven van landen waar ze niets te zoeken hebben. Als een volk klaar is voor deze vorm van bestuur, zal het zelf in opstand komen om de dictator op eigen kracht te verdrijven. Zoals u niet op een Arabier zit te wachten die u vertelt hoe het moet in uw land, ook niet met een VN-mandaat, zo zitten de democratieloze landen niet te wachten op onze militairen die democratie komen afdwingen met oorlog en geweld.

Tahmina Akefi is schrijver en journalist.