Huisarts mag niet lijden onder iemands keuze voor de dood

Individuele vrijheid en persoonlijke autonomie – dat zijn, niet geheel onverwacht, de kernwaarden van de grote groep lezers die een NRC-vragenlijst beantwoordden over hun verhouding tot euthanasie. Bijna een kwart liet weten verlies van decorum en zelfstandigheid al voldoende reden te vinden om euthanasie te vragen. En een kwart vindt ook dat de arts een dergelijke vraag helemaal niet mag weigeren. Bijna de helft meent dat mensen ouder dan 75 jaar in beginsel zelf het tijdstip van hun dood moeten kunnen kiezen.

Dergelijk onderzoek is hooguit indicatief, maar het bevestigt wel de trend die huisartsen waarnemen onder vooral (oudere) patiënten en hun familieleden. Naarmate de medisch gereguleerde en strikt bewaakte euthanasiepraktijk meer gemeengoed wordt, neemt de vraag ernaar toe en verandert ze ook van karakter. Van een zelf bepaald en weloverwogen levenseinde voor terminaal zieke mensen die uitzichtloos en ondraaglijk lijden, dreigt euthanasie een remedie te worden voor een breder scala aan levensproblemen. Die soms, maar niet altijd, verband houden met ouder worden. En die overigens zeer reëel kunnen zijn: aftakeling, angst, depressie, eenzaamheid, doelloosheid, anderen niet tot last willen zijn. En dus verlies aan autonomie door zorgafhankelijkheid.

Euthanasie als vlucht of als uitweg dus, waarvoor men vrijelijk moet kunnen kiezen en die ook buiten het fysieke lijden mogelijk moet zijn. Daarbij vragen of eisen velen de medewerking van de medische stand. Of zien dat als vanzelfsprekend.

Onder huisartsen is hiertegen in toenemende mate protest. Zij vinden levensbeëindiging geen ‘normale keuze’ om problemen op te lossen die in hun visie nu eenmaal bij het leven horen. En waarom moeten artsen dat mogelijk maken? In een recent KNMG-onderzoek zegt 60 procent van de artsen dat burgers de wettelijke grenzen aan euthanasie te weinig onderkennen. En dat 90 procent niet in de gaten heeft welke belasting het actief beëindigen van een mensenleven vormt voor een arts. Een meerderheid van de artsen geeft aan ongewenste druk van familie of patiënt te ervaren.

Steeds meer huisartsen menen inmiddels dat de euthanasiepraktijk dreigt te ontsporen. Er lijkt een maatschappelijke norm te ontstaan waarin ieder die het leven wel gezien heeft, ‘gewoon’ voor de vrijwillige dood kan kiezen, mogelijk te maken door de arts. Die verandert daardoor onwillekeurig in het spiegelbeeld van de verloskundige, maar dan belast met het levenseinde. Dat is een functiewijziging die de samenleving de artsen niet mag opdringen. De medisch geïndiceerde euthanasiepraktijk, toegankelijk, prudent en gecontroleerd, met ‘uitzichtloos & ondraaglijk’ als maatstaf, is al moeilijk en zwaar genoeg. Die mag niet uitgehold worden.

Maar daarmee is de vraag nog niet beantwoord of degene die zijn leven in eigen regie wil beëindigen daartoe dan ook vrije toegang tot bijvoorbeeld een levenseindepil moet krijgen. Een krappe meerderheid van de lezers die de enquête invulden is er voor. En ook dat is te billijken. Wie zijn leven in vrijheid leefde, wil het ook vrij kunnen beëindigen. Maar het vrij in het verkeer brengen van een dodelijk middel, heeft meer nadelen dan voordelen. Ook hier geldt, hoe lager de drempel naar de pijnloze, zelfgekozen dood, hoe hoger de kans op misbruik en ook hoe zwaarder de druk er ook gebruik van te maken. Dat zo’n levenseindepil beschikbaar komt is voorstelbaar – maar de toegang ertoe moet gecontroleerd blijven.