Hoe radicaal razendsnel acceptabel kan worden

De Amerikaanse politicoloog Joseph P. Overton (1960-2003) stelde dat er een ‘raam’ is, een zone, waarbinnen politieke ideeën levensvatbaar zijn en waarbuiten niet. Verschuif dat raam en ondenkbaar wordt radicaal, radicaal wordt acceptabel, acceptabel wordt verstandig, verstandig wordt populair en populair wordt beleid. Je ziet het Overton-window voortdurend aan het werk. Zwarte Piet: het begint met de demonisering van Quincy Gario, het eindigt met nieuw beleid bij Albert Heijn. Keurige politici kunnen vandaag dingen zeggen waarvoor Hans Janmaat twintig jaar geleden achter de tralies ging. . Er komt een dag dat wij lachen om dat ‘minder, minder, minder’ van Wilders, of een dag dat wij ons verbijsterd afvragen waarom hij toen niet meteen in de boeien werd geslagen. Welke van de twee het wordt, is afhankelijk van de koers van het Overton-raam.

Aan het raam wordt getrokken, van buitenaf, en geduwd, van binnenuit. Wilders, Fortuyn en Janmaat zijn trekkers, buitenstaanders die extreme dingen roepen en daarmee de mainstream hun kant op trekken. Overton was werkzaam bij een conservatieve vrije-markt denktank en rechts brengt zijn theorie ook echt in praktijk. Wij verbazen ons over het gooi- en smijtwerk van extremisten als Rush Limbaugh en, op eigen bodem, van Wilders, want wij benaderen hun kretologie met de rede, maar het is slechts Overton-noise. De enige functie van hun hysterische hyperbool is om fractioneel minder extreme ideeën de schijn van redelijkheid te geven. Ooit zal Geert Wilders in zijn memoires uitleggen dat de PVV een Overton-experiment was. En geslaagd!

Om het window in beweging te krijgen zijn ook duwers nodig, gezaghebbende insiders die obstakels wegnemen en de antikrachten vermurwen. Nederlandse voorbeelden van Overton-duwers zijn Frits Bolkestein en Paul Scheffer. Dat Bolkestein het immigratie-window van de VVD naar rechts duwde is logisch, daar was winst te behalen. In zijn spraakmakende essay het Multiculturele Drama, vijftien jaar geleden, ontwikkelde Scheffer geen alternatieve visie met duwkracht naar links, maar loodste hij weldenkend Nederland als een zorgzame schaapherder naar rechts: integratie begint met een culturele make-over en de publieke belijdenis van ‘onze Europese waarden’. En dat is dus inderdaad het spoor waar de huidige minister voor integratie, Scheffers partijgenoot Asscher, op inzet, met zijn monitoring en visitatie van religieuze organisaties die ‘de integratie niet bevorderen’. Dit met instemming van VVD en PVV, want zo wordt het naar rechts trekken van het Overton-window licht werk.

‘It’s the economy, stupid”, schreef ik destijds. De sleutel tot succesvolle integratie is ontplooiing! Een immigrant die de Nederlandse taal niet kent, „kan niet delen in onze collectieve herinnering”, zoals Scheffer het pastoraal uitdrukte, en dat is spijtig, maar hij kan ook niet bij McDonalds werken, en dat is pas echt spijtig. Eerst komt het eten en dan de moraal, wat zegt het dat een linkse intellectueel dat vergeet?

In zijn stuk vorige week in deze bijlage, over de asielgolf, doet hij min of meer hetzelfde. In omzwachtelde bewoordingen zegt hij: deze mensen zijn een potentiële bron van sociale en financiële ellende, laten wij de grenzen ‘stabiliseren’ en een quotum instellen. Wie Heel Holland Bakt volgt, is vertrouwd met het begrip ‘afslappen’. Welnu, Scheffers stuk is een afgeslapte versie van wat Zijlstra en Wilders over de vluchtelingenkwestie roepen. En opnieuw creëert hij – ongetwijfeld onbedoeld – ruimte voor nog hardere taal.

Coen Teulings’ aanval op Scheffer, afgelopen woensdag in deze krant, was schril, warrig en en totaal onverdiend, maar dat Scheffer ook nu weer met aplomb aan de verkeerde kant van het Overton-window trekt, valt niet te ontkennen.