Europa bijt alleen de kleine landen

Ja, sorry hoor, misschien ben ik niet kosmopolitisch, Europees gezind of weldenkend genoeg, maar ik kan de lafheid van de Europese Commissie deze week maar moeilijk verkroppen. Volkswagenschandaal of niet, in Brussel maken autofabrikanten de dienst uit, geholpen door de machtige landen waar ze hun oorsprong vinden: Duitsland en Frankrijk.

Nadat de Amerikanen hadden ontdekt dat Volkswagen de uitstoot van zijn dieselauto’s kunstmatig lager voorstelde dan die was (bij mij thuis noemen we dat fraude), klonken ook in Europa grote woorden. Nadat vervolgens was gebleken dat andere autofabrikanten misschien niet fraudeerden maar ook op grote schaal de milieunormen met hun dieselauto’s fors overschreden, vielen alweer grote woorden. Nadat vervolgens was gebleken dat elke bevoegde overheidsinstantie dit al jaren oogluikend toestond, werd van alle kanten de verwachting uitgesproken dat – grote woorden – dit schandaal toch eindelijk hét moment zou zijn om de macht van de autofabrikanten in Brussel te verminderen.

Het werd een teleurstelling. De Europese Commissie was begin van de week nog stoer. Maar woensdag werd onder druk van met name Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk besloten om die fabrikanten nog jarenlang de gestelde normen voor de uitstoot van stikstofoxiden fors te laten overschrijden, veel forser dan de Commissie wilde.

Even wat cijfers want die laten zien hoe erg het is. In 2017 wordt een nieuwe, realistischere test ingevoerd. De gestelde norm in Europa is 80 milligram stikstofoxiden per kilometer. De onderhandelingen deze week gingen over hoeveel de autofabrikanten de norm van 80 milligram mogen overschrijden (bij mij thuis snappen we er nu al niks meer van). De Commissie wilde dat auto’s 128 milligram mochten uitstoten tot eind 2019 – en daarna 96. Na druk vanuit de grote landen mogen dieselauto’s nu 168 milligram uitstoten tot begin 2021 – en daarna 120.

168 milligram, dat is twee keer zoveel als de norm van 80, nog jarenlang! Man, wat is het toch moeilijk om op dit soort momenten de glimlach die u hierboven ziet te behouden en niet te vervallen in oude-mannencynisme. Mag ik even onomwonden zeggen: bah!

Dat cynisme wordt gevoed door de indruk dat de Europese Commissie wel stoer is tegen kleine landen maar bang is voor de grote. Vorige week nog kregen Nederland en Luxemburg het van de Commissie om de oren. Staatssteun, oneerlijke belastingdeals, de Commissie gaat belastingontwijking van multinationals in deze landen keihard aanpakken! De onderzoeken tegen Ierland en België lopen nog.

Lekker het kleine mannetje op het schoolplein de hoek in intimideren. Knap hoor. Maar ik smacht naar de keer dat Brussel ook opstaat tegen de grote jongens – of in dit geval tegen hun aanvoerder, het grote meisje. Want dat veelgeprezen morele leiderschap van Angela Merkel is op dit soort momenten ver te zoeken. Zo hebben we in Europa strenge regels over de begrotingstekorten van landen. Aan die regels worden landen door de Commissie gehouden, behalve als het gaat om Frankrijk. Dat land mag nu al jaren de normen overschrijden.

Vanuit Frankrijk en Duitsland klinkt vaak het pleidooi voor meer gezamenlijk Europees economisch beleid. Daar zijn ook hier economen en politici steevast voor. Dat mag, maar laten we heel helder zijn: dat wordt dan een Frans-Duits economisch beleid. We hoeven niet te verwachten dat wij als klein land veel inbrengen.

In dit dieselauto-geval was Nederland voor strenge normen. We zijn een dichtbevolkt land en vieze lucht is een probleem voor de volksgezondheid. Maar ja, één Europese interne markt hè, dus denk niet dat we hier veel aan kunnen doen. Ook dat is Europa.