Eten als een monnik

Lokaal eten en zoeken naar zingeving is zó veertiende eeuws. In Italiaanse kloosters serveren monniken groenten uit eigen tuin (ook aan niet-gelovigen).

We willen alleen nog maar lokaal, puur en seizoensgebonden eten. En cursussen voor rust en zingeving in de vorm van retraites in Azië, of in zaaltjes op de Amsterdamse grachten zijn populair. Je zou bijna vergeten dat kloosters dit in principe al eeuwen bieden, voor een fractie van het bedrag en zonder ook maar een greintje hipheid. Een verademing. Een aantal kloosters in Italië verwelkomt bezoekers voor een simpele maaltijd. De perfecte gelegenheid om op een unieke, historische plek te eten, ver van de geijkte paden.

Studenten in T-shirts, een koppel met slapende baby, een clubje vijftigers en de broers en zussen van twee monniken. Van alles wat, maar buitenlandse toeristen zien ze er nauwelijks, zegt de ober van klooster Santa Scolastica bijna verontschuldigend. Van april tot en met september zijn ze dagelijks open voor lunch en diner, in de winter alleen in het weekend. „Maar als je even belt, en we toch wat eters hebben, kan het best zijn dat je toch kunt aanschuiven.”

De naast elkaar gelegen kloosters Santa Scolastica en San Benedetto in Subiaco (een uurtje rijden van Rome) bestaan uit een complex van gebouwen die in verschillende tijden en stijlen gebouwd zijn. Het belangrijkste gedeelte stamt uit de late Middeleeuwen, maar het hoogtepunt is het ondergrondse in rotsen gehouwen altaar. Hier in de Sacro Speco (de heilige grot), sloot de heilige Benedictus, de naamgever van het klooster, zich in de vijfde eeuw na Christus drie jaar op om dichter bij Christus te kunnen komen. Al meer dan duizend jaar leven hier monniken. Nog altijd wonen er 26 monniken, het merendeel brengt zijn tijd in absolute stilte door, zonder enig contact met de buitenwereld. Zo af en toe onderbreken ze hun kluizenaarschap om met hun bezoekende families samen te kunnen lunchen of dineren. Maar de keuken is ook open voor andere bezoekers.

Nergens een smartphone

In de kelder van het klooster van Santa Scolastica worden lunch en diner geserveerd in een gewelfde zaal met uitzicht op de groene heuvels van de vallei. Houten kruizen en fresco’s uit de vijftiende eeuw van het leven van Sint Benedictus sieren de muren. Op de houten tafels met ruiten kleedjes is nergens een smartphone te bekennen. Het is vol vandaag, omdat het een mooie dag is en er veel wandelaars in het gebied zijn. Tussendoor schuifelen een paar monniken die hun familie begroeten. Van restaurant spreken ze liever niet. Het eten is recht voor zijn raap. Iedere maand is er een nieuw menu voor 19 euro, inclusief wijn en water: een antipasto, een primo (pasta), een secondo (hoofdgerecht) en een toetje. Eten wat de pot schaft. Als voorgerecht krijgen we een mix van lokale worsten en kazen geserveerd met als absoluut hoogtepunt de bruschetta met ciauscolo (een kruidige, smeerbare worst), ook de rigatoni met bolognese is goed en de kalfslapjes met salie zijn prima. De prijzen dekken zeker de kosten en de monniken zullen er vast nog wel iets aan over houden, maar hun motivatie is vooral om de traditie voort te zetten; al eeuwen ontvangen monniken en nonnen in kloosters mensen die aankloppen voor een warme maaltijd.

Toevluchtsoord

Gelovig hoef je volgens de dame achter de kassa niet te zijn („het liefst wel natuurlijk”). Het klooster wil vooral een toevluchtsoord zijn voor mensen die hun drukke leven willen ontvluchten en een paar dagen (bezoekers kunnen in het klooster ook overnachten) in stilte en rust willen doorbrengen, waarbij zij ook samen met de monniken kunnen bidden en verschillende missen kunnen bijwonen. Maar er is ook begrip voor mensen die voor (niet-christelijke) bezinning komen en behalve de maaltijden hun eigen gang gaan, en bijvoorbeeld wandelingen maken in de omgeving. Uiteraard wordt tijdens het verblijf wel een bepaalde rust en ingetogenheid verwacht.

Behalve Santa Scolastica zijn er nog andere Italiaanse kloosters die maaltijden verzorgen voor bezoekers, allemaal vanuit de christelijke traditie dat ‘alle gasten die aankloppen worden ontvangen als ware het Christus’. Ook hier geldt: verwacht geen restaurant maar een simpele, voedzame, en zeker ook smakelijke maaltijd. Simpele gerechten met streekproducten die vaak uit de tuinen van het klooster zelf komen. Zo serveren de nonnen in het klooster van Sant’Antonio in Norcia nog altijd hun beroemde tagliatelle al tartufo: een saus – opvallend genoeg zonder truffel – van tomaten, basilicum, zwarte olijven en paddestoelen. In de Abdij van Montevergine in Mercogliano is het vlees van de grill en pasta met eekhoorntjesbrood (porcinipaddestoelen) beroemd. De wijn wordt hier door de monniken zelf geproduceerd, en is te koop. Ook de nonnen van het Klooster van Santa Caterina d’ Alessandria in Rieti koken vrijwel uitsluitend met zelf gekweekte groenten. Volgens de traditie schotelen zij pelgrims bonensoep en lamsragout voor, met als toetje anijskrakelingen. Al 700 jaar. Want waarom iets veranderen aan recepten die zich al eeuwen hebben bewezen?