Dus misschien toch maar praten met Assad?

Anarchie wordt te weinig verketterd, en een dictator te veel, schrijft Sebastien Valkenberg.

President Assad in gesprek met Libanese officials. Foto EPA

Samenwerken met de president Bashar al-Assad is uit den boze, maar het is kennelijk prima om de rebellen te steunen. Ziehier de gespletenheid van de politieke gemeenschap ten aanzien van Syrië. Nou ja, de politieke gemeenschap uitgezonderd Poetin. Maar voor de rest geldt: vanwaar het verschil in behandeling?

Wellicht scoort de één op de schaal van boosaardigheid hoger dan de ander. Assad is een schurk van de buitencategorie, maar zijn de rebellen echt boven hem te verkiezen? Vermoedelijk speelt hier iets anders. De eerste is een dictator en die is te mediageniek. Het kwaad dat een gezicht krijgt, maakt nu eenmaal meer indruk dan het kwaad dat (min of meer) anoniem blijft.

Dus staart de tronie van Assad de NRC-lezer sinds enige tijd aan. De foto is onderdeel van een nieuwe campagne van de krant. Eronder staat alleen een vraag: ‘Vijand of bondgenoot?’

Alsof iemand niet vijand én bondgenoot kan zijn. Inderdaad bleek dit een moeilijk voorstelbare combinatie de afgelopen jaren. Dictators zijn booswichten waar je zo snel mogelijk vanaf moet. Met de Arabische Lente moest de een na de ander – Moebarak, Gadaffi – het veld ruimen. Eerder hadden de Amerikanen Saddam Hoessein al gewipt.

Het Midden-Oosten is er niet van opgeknapt. Toch is er voorlopig geen koerswijziging aanstaande. Eerder dit jaar opperde VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra zo’n heroriëntatie. Wellicht zijn we in het verleden te lichtzinnig geweest; misschien lag het accent te veel op ‘snel omverwerpen’ van dictatoriale regimes. Oei, de suggestie alleen al. We zijn toch voor mensenrechten, vrijheid en democratie? Nou dan!

Al dit moois heeft het inderdaad zwaar te verduren in een dictatuur. Maar dit is slechts een deel van het verhaal. Onderbelicht blijft dat anarchie even desastreus uitpakt. Tegenwoordig hebben groeperingen als IS, Al-Qaeda, Al-Shabaab vrij spel, waar deze voorheen stevig onder de knoet werden gehouden. Ook niet echt de ideale omstandigheden voor mensenrechten, vrijheid en democratie.

Dit is de les van vijf jaar Arabische Lente. Aanvankelijk heette het dat ze tot meer vrijheid zou leiden, maar dit was slechts een mooi woord voor chaos. De strijdende partijen doen hun uiterste best om het gelijk van Thomas Hobbes te bewijzen. De afwezigheid van een krachtig centraal gezag, aldus de 17e eeuwse filosoof, leidt tot een „oorlog van allen tegen allen.”

Er heersen meer schadelijke misverstanden. Zo heten de tegenstanders van het Assad-regime ‘rebellen’. Dat is een nogal geromantiseerde aanduiding. De associaties met Pietje Bell en Herman Brood dienen zich aan – doerakken wier enige kwaad bestond uit kattekwaad.

Dat er weinig aanleiding is tot dit soort tot romantiek, bleek onlangs maar weer. De afgelopen jaren hebben de Verenigde Staten rebellengroepen (hun woordkeuze, niet de mijne) bevoorraad met wapens. Vooraf hebben ze hun partners in de strijd tegen Assad nog wel getoetst op hun gematigde karakter.

De vermeende partners hielden zich echter niet aan het script. Joshua Landis, Syrië-expert aan de Universiteit van Oklahoma, schat dat „wellicht 60 tot 80 procent van de wapens die de VS Syrië hebben binnengesmokkeld bij Al-Qaeda en aanverwanten zijn beland.”

Wat is het meest verontrustende? Dat veel wapens nu in handen zijn van terroristen? Of de aanname dat je het inferno in het Midden-Oosten in goede banen kunt leiden via de juiste interventies? Hier wreekt zich de gedachte dat de vijand van onze vijand automatisch onze bondgenoot zou zijn. Niet dus.

Dit heldere overzicht ontbreekt. De uitzinnige chaos in het Midden-Oosten laat zich niet in één beeld vangen en je kunt er al helemaal geen kritische mediacampagne van maken. Jammer, want gezien de huidige ordeloosheid is hier alle reden toe. Waar anarchie onvoldoende is verketterd, is dat met de dictatuur overmatig gebeurd. Misschien toch maar eens gaan praten met Assad.

Sebastien Valkenberg is filosoof en schrijver.