Collectief zelfbedrog

Iedereen die wel eens een bouwproject heeft meegemaakt – nieuwe badkamer, nieuwe serre, nieuw huis – weet hoe moeilijk het is om binnen het budget te blijven, de planning te halen en ook nog te krijgen wat je wilt. Des te meer partijen er meedoen, des te moeilijker het wordt.

Mijn persoonlijke rampenproject is het elektrische hek bij ons huis. Een smid, een elektricien, een beveiligingsbedrijf en een aannemer moesten samen de klus klaren. Geen van hen voelde zich eindverantwoordelijk. Ieder vond dat hij zijn eigen taak goed had gedaan en diende z’n declaratie in. Intussen deed het hek niets.

Ik geloof er niets van dat de parlementaire enquêtecommissie die het mislukken van de Fyra onderzocht, echt „van de ene verbazing in de andere” is gevallen, zoals voorzitter Madeleine van Toorenburg beweert. Als zo’n hekje al mislukt, wat verwacht je dan van een – alleen al in financiële zin – meer dan een miljoen keer groter project? Bovendien was commissielid Ton Elias afgelopen jaar nog voorzitter van de tijdelijke commissie ICT-projecten. Daar had hij ook al geconcludeerd dat er miljarden worden verknoeid door onder meer slecht projectmanagement, ondermaatse besluitvorming en gebrek aan kennis.

Deze zomer was ik bij een presentatie van het Amerikaanse onderzoeksbureau CEB. Zijn stelling: de huidige wereldeconomie wordt gekenmerkt door complexe, steeds flexibelere samenwerkingsverbanden. Daarom is het essentieel dat leidinggevenden zich ontwikkelen tot ‘netwerkleiders’. Leiders die begrijpen hoe je teams, afdelingen en bedrijven met verschillende taken en belangen tóch goed laat samenwerken.

Een bevinding van de onderzoekers was dat wanneer – bijvoorbeeld door tegenslag – de stress binnen organisaties ietsje oploopt, de overgrote meerderheid van de leidinggevenden het tegenovergestelde doet en zich meteen weer richt op de eigen club en het eigenbelang.

Ik geloof er óók niets van dat bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu slechts een enkeling slechte resultaten verwachtte. Binnen het Fyra-epos ontbrak het vanaf het begin aan ‘netwerkleiderschap’. Tijdens de enquête verklaarde de ene na de andere getuige dat zijn organisatie precies had gedaan wat er in de taakomschrijving stond. Het ministerie, de inspectie, de Kamer, de NS, de Belgen, de Italianen. Iedereen concentreerde zich fanatiek op zijn eigen deeltaak en zijn eigenbelang.

Van samenwerken aan een gezamenlijk doel was geen sprake. Sterker nog, de commissie kwalificeerde de samenwerking tussen hoofdrolspelers ministerie en NS als een „jaren durende, destructieve strijd”. Hoopten de betrokken partijen werkelijk dat daaruit ooit iets moois zou voortkomen?

Tegen beter weten in eisen we van onze bestuurders dat zij onmogelijke projecten als de Fyra tot een goed einde brengen. En maar al te gretig beloven zij dat ze dit zullen doen. Vervolgens eisen wij periodiek goed nieuws. En als het dan uiteindelijk onvermijdelijk misgaat, doet iedereen zijn best om te spelen dat hij verbaasd is, en onschuldig bovendien.

Stiekem weten we best hoe het ook kan. Nuchter, met kleinere stappen. Met ruimte voor leren door fouten onderweg. Kritisch en eerlijk, zonder elkaar voortdurend de maat te nemen. Maar we doen net of dit niet geldt voor ons openbaar bestuur.

Het wordt tijd voor een parlementaire enquête collectief zelfbedrog.