Australische onverzettelijkheid

Geen team zo divers als dat van Australië, vandaag de underdog in de finale tegen Nieuw-Zeeland.

Een scrum tijdens de halve finale die Australië vorige week tegen Argentinië speelde, en met 29-15 won.

Zijn gezicht zit vol schrammen, zijn ogen zitten half dicht, zijn gebroken neus is gezwollen. Alsof David Pocock, zoals vroeger rond de boerderij van zijn opa in Zimbabwe, ten prooi was gevallen aan een stel roofdieren. Niet snurken’s nachts, prentte zichzelf de afgelopen dagen in. Het stramme lijf kreunt, kraakt en strompelt, na zes slopende weken op het rugbyveld.

Maar het breekt niet.

Pocock (27), rugbyer, mensenrechtenactivist, natuurfreak en voorvechter van homorechten, groeide de afgelopen weken uit tot het symbool van de Australische onverzettelijkheid op het WK. En van de unieke smeltkroes die de Wallabies vormen. Als één ploeg het de machtige All Blacks moeilijk kan maken, vandaag op Twickenham (17.00 uur Nederlandse tijd), dan is het Australië. Met David Pocock als ultieme uitdager van waarschijnlijk de beste All Blacks aller tijden, Richie McCaw. De winnaar van deze onderlinge strijd gaat er vandoor met de Webb Ellis Cup, zo is de verwachting.

De ‘rugby union’-variant van de sport heeft in Australië niet de uitstraling van Australian Rules Football, rugby league of voetbal, voor een WK-finale tegen aartsrivaal Nieuw-Zeeland zetten ook de Aussies morgenochtend vroeg hun wekker. De strijd om het rugbygoud is al de derde trans-Tasmaanse WK-finale van het jaar. Met cricket en netball was Australië de beste, in de eerste rugbyfinale tussen beide landen is Nieuw-Zeeland torenhoog favoriet.

Toch voelen de Wallabies zich niet kansloos. Net als Nieuw-Zeeland werden zij al twee keer wereldkampioen (1991 en 1999) – beide keren op Britse bodem. En hoewel de Nieuw-Zeelandse dominantie groter is dan ooit, versloeg Australië de All Blacks in augustus nog in Sydney. De positie van Pocock, met nummer 8 de belangrijkste man in de achterste rij van de Wallabies, is cruciaal in dat gevecht, verklaarde de Nieuw-Zeelandse legende Jonah Lomu afgelopen donderdag tegenover de BBC.

Een geboren Zimbabwaan als talisman: de Wallabies zijn niet bepaald een doorsnee rugbygezelschap van vroegere kostschoolmaten. De één is de kleinzoon van een oud-president van Fiji, de ander werd geboren op Tonga. Aanvoerder Stephen Moore werd geboren in Saoedi-Arabië, uit Ierse ouders, scrumhalf Will Genia komt van Papoea-Nieuw-Guinea, en Joe Tomane werd geboren in Nieuw-Zeeland en is van Tongaans-Samoaanse afkomst. „Extreem-rechts hebben we niet in ons team, maar wel van extreem links tot centrum-rechts, wat betreft onze denkbeelden”, zei bondscoach Michael Cheika deze week tegen persbureau Reuters. „We hebben lolbroeken, minnaars en strijders.”

Cheika past, als zoon van een Libanese immigrant, als geen ander boven deze groep: hij spreekt Frans, Italiaans en Arabisch, werkte jaren in de mode-industrie. Hij denkt dat diversiteit juist leidt tot saamhorigheid. Stronger as one, luidt de officiële slogan van de Wallabies. „Ik heb graag veel verschillende karakters in mijn ploeg, mensen die anders denken over alles.” Het werkt, want dit jaar verloren ze maar één wedstrijd. Van de All Blacks, dat wel.

Hij zet zich in voor de neushoorn

Misschien is Pocock, de onbreekbare oermens in de ruck, wel de ontbrekende schakel. Na twee kniereconstructies die hem bijna zijn profcarrière kostten, staat Pocock in elk geval op eenzame hoogte als het gaat om turnovers, ballen veroverd op de tegenpartij. De enige keer dat Australië op het WK in de problemen kwam, tegen Schotland in de kwartfinale, ontbrak hij wegens een blessure.

Zijn kansen op een rugbyloopbaan waren uitermate klein toen hij in 1988 werd geboren in het hart van Zimbabwe. Zijn ouders zagen zich gedwongen te emigreren onder het bewind van Robert Mugabe. Maar het Afrikaanse continent zit nog altijd diep in zijn ziel. Pocock staat bekend om maatschappelijke betrokkenheid, supporter van goede doelen die uiteenlopen van het behoud van de neushoorn tot de hulp aan minderbedeelden in zijn geboorteland. Terwijl zijn ploegmakkers het behalen van de eindstrijd vorige week op passende wijze vierden, keek Pocock op een hotelkamer naar zijn favoriete natuurserie over Afrika van zijn échte held, Sir David Attenborough. „Ik ben gek van rugby”, zei Pocock dinsdag tegen Reuters. „Ik ben heel dankbaar dat ik deze kans krijg, maar ik ben me er ook heel erg van bewust dat het uiteindelijk een spel is. Je moet ervan genieten, maar er is veel meer in het leven dan achter een rugbybal aanrennen.”

De Wallabies zullen hem hard nodig hebben. Om een idee te geven van de historische krachtsverhoudingen: van de 154 duels met de All Blacks, sinds 1903, won Australië 42 keer. Nog geen dertig procent.

Maar de Wallabies hebben iets om zich aan vast te klampen. Zij bleven op het WK ongeslagen in de ‘groep des doods’ en haalden in het hol van de leeuw – een stampvol Twickenham – misschien wel de mooiste zege uit hun geschiedenis, tegen gastland Engeland. Ze kunnen boven zichzelf uitstijgen.

En wat betreft de All Blacks: die hebben het altijd moeilijk in grote wedstrijden, vooral buiten Nieuw-Zeeland. Hun beide wereldtitels (1987 en 2011) behaalden de All Blacks thuis in Auckland. En eerlijk is eerlijk: de halve finale tegen Zuid-Afrika was niet best van Nieuw-Zeelandse zijde.

De Kiwi's omarmen hun eigen statistieken: van de laatste twaalf onderlinge duels verloor Nieuw-Zeeland er slechts één. En de Bledisloe Cup, de trofee waar beide kemphanen al sinds 1932 om strijden, is al dertien jaar stevig in hun handen.

De Wallabies zullen echt geschiedenis moeten schrijven, willen ze de All Blacks verslaan. Een eenvoudig dilemma, vindt bondscoach Cheika. „Wil je tevreden terugkeren naar huis, waar iedereen je een schouderklopje zal geven, of wil je iets bijzonders doen, iets bereiken dat je voor de rest van je leven vasthoudt? Dat zijn keuzes. En ik weet welke keuze dit team zal maken.”