Apple ziet zichzelf niet als grote dataverzamelaar

Zelfs Apple mengde zich in de discussie over privacy, tijdens een conferentie in Amsterdam. Het zet zich af tegen Google.

Illustratie Mariette Twilt

Conferenties organiseren is duur, dus moeten ook privacyvoorvechters soms pragmatisch zijn.

De internationale Amsterdam Privacy Conference werd afgelopen week gesponsord door Amerikaanse bedrijven die bekendstaan om de grote hoeveelheden persoonlijke data die ze verzamelen: Facebook, Google, Microsoft en Palantir, de softwareontwikkelaar die samenwerkt met geheime diensten.

Aan een gevoel van dubbelzinnigheid viel niet te ontkomen tijdens deze privacyweek, georganiseerd door de Universiteit van Amsterdam. Een maand geleden werd het Safe Harbor-verdrag opgezegd en sindsdien tasten bedrijven in het duister of en hoe gegevens van Europeanen buiten de EU kunnen worden opgeslagen.

Het College Bescherming Persoonsgegevens meldde voor de camera’s van RTL dat wat het CBP betreft alle smartphones eind januari „op zwart” konden gaan – het moment waarop de Europese databeschermers beoordelen op welke wijze onze gegevens bewaard worden. Dat dreigement lijkt vooralsnog nergens op gebaseerd; wel geeft de uitspraak aan dat het hoog tijd is voor nieuwe Europese regelgeving.

Apple Store

Zelfs Apple, dat conferenties normaal angstvallig mijdt, was van de partij. In de Amsterdamse Apple Store, na sluitingstijd, organiseerde ’s werelds grootste technologiebedrijf een besloten discussie tussen vertegenwoordigers van de Federal Trade Commission en de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming EDPS.

Hun pleidooien voor „meer transparantie” en „duidelijker gebruiksvoorwaarden” leverden geen nieuwe inzichten op. Wel nieuw is dat Apple zich in de privacydiscussie mengt.

Het is een strategie om zich te onderscheiden van concurrent Google en diens mobiele besturingssysteem Android, te vinden op 82 procent van de smartphones. Op vrijwel elke Android-telefoon staan apps als Gmail, Youtube en Maps, die gekoppeld zijn aan Googles advertentienetwerk.

De iPhone, waarvan er het laatste kwartaal 48 miljoen verkocht werden, moet het niet hebben van advertenties. „Wij verkopen producten, geen gebruikersprofielen”, aldus Apple-topman Tim Cook. Hij schreef eind vorige maand een open brief waarin hij consumenten op het hart drukte dat Apple adverteerders of overheidsinstellingen niet stiekem toegang geeft tot gebruikersdata.

Daarnaast gaat Apple er prat op dat iPhones beter beveiligd zijn tegen afluisteren en datadiefstal dan telefoons van de concurrentie.

Apples privacy-evangelie in een notendop: meer controle voor het individu, minder data voor Apple. Veel techbedrijven bewerken gebruikersgegevens in op externe servers. Apple probeert de personalisatie op het mobiele apparaat zelf te houden. Persoonlijke assistent Siri bewaart gebruikspatronen (populaire mailadressen en apps, veel geraadpleegde contacten) niet in de cloud.

Sinds besturingssysteem iOS9 kun je op een iPhone advertenties op webpagina’s blokkeren. Maar advertentievrij is de iPhone zeker niet: in de onlangs geïntroduceerde nieuws-applicatie Apple News zitten gepersonaliseerde iAd-advertenties.

iAd verdeelt consumenten onder in groepen van minstens 5.000 personen. Dat is minder fijnmazig dan de profielen die Facebook of Google van hun gebruikers aanleggen, benadrukt Apple. „iAd levert maar een fractie van onze omzet”, schreef Tim Cook. Waarom dan toch een advertentienetwerk beginnen voor zo’n 800 miljoen iPhone-gebruikers? Hetzelfde liedje: om Google te dwarsbomen.