Al vroeg wist ik dat ik geen man en kinderen wilde

Tiny Klever (54) was secretaresse, beleidsambtenaar en consultant. Nu heeft ze een koffiehuis. „Er is in mijn leven nog nooit iets mislukt, dat geeft zelfvertrouwen.”

Tiny Klever: „Ik ben Chinees gaan studeren. Ik heb me wel regelmatig afgevraagd wat ik als veertiger aan het doen was tussen al die negentien- en twintigjarigen.”

Tiny: „Vier jaar geleden heb ik Francobolli geopend in Leiden. Je kunt er koffie drinken, een broodje eten en een kaart schrijven aan iemand. Die versturen wij dan op de juiste dag. Wat me voor ogen stond, was een soort Amsterdams koffiehuis: ontspannen, een beetje hip, een ontmoetingsplek. Dat is gelukt: ik heb klanten die elke week terugkomen en die zich afmelden als ze een keer niet kunnen. En er zijn klanten die me een kaart sturen als ze met vakantie zijn.

„Het ondernemerschap bevalt me wel. Ik vind het leuk om met personeel te werken, jonge mensen die zich vaak snel ontwikkelen doordat ze studeren. Ik kan me wel heel kwaad maken op leveranciers die er een potje van maken. Deze zaak is van mij en dat moet goed gaan. Ik vind het een veel emotionelere baan dan in loondienst.”

Studeren zat er thuis niet in

„Ik ben op mijn achttiende begonnen als secretaresse. Boeiend was het niet, maar ik had werk en ik kon uitgaan. Ik wilde altijd graag studeren, maar dat zat er thuis niet in. Financieel lag dat moeilijk, maar ik had ook geen flauw idee hoe ik dat moest aanpakken. Dat had ik niet van thuis meegekregen. Mijn vader was boer, mijn moeder deed het huishouden. Van jongs af aan wist ik dat het niet mijn ding was, zo’n dorp, dat het leven zich elders afspeelde. Het gekke is dat ik nu in mijn koffiehuis een dorpse sfeer probeer te creëren.

„Op een dag ben ik de universiteit binnengelopen en heb ik gevraagd hoe ik me moest inschrijven. Het moest wel een avondstudie zijn, want overdag wilde ik werken. Ik was inmiddels marketingassistent en ben later productmanager geworden, waardoor ik veel op reis was. Toen was ik 26. Terwijl ik politieke wetenschappen studeerde, ben ik bij de gemeente Leiden gaan werken. Het heeft me een aantal jaar gekost om te wennen aan het ambtelijke tempo.

„Een jaar na mijn afstuderen, in 1999, ben ik weggegaan bij de gemeente. Ik wilde reizen en ben mijn broer gaan opzoeken in Azië, die op wereldreis was. Ik heb af en toe heel erg behoefte aan een frisse blik. Even bezig zijn met totaal andere dingen dan mijn werk. Dat geeft me energie. Nu, met een eigen zaak, maak ik alleen nog korte reizen, er gebeurt genoeg in mijn werk.

„Na terugkomst uit Azië ben ik begonnen als zelfstandig consultant bij overheden. Ik had al snel veel opdrachten. Om niet alleen maar te werken, ben ik vrijwilligerswerk gaan doen: voorzitter van een stichting voor ontwikkelingswerk in Peru en voorzitter van het Comité Open Monumentendagen in Leiden. Heel verschillend en allebei heel interessant.”

Veertiger tussen de twintigers

„Ik ben altijd op zoek naar dingen die óf spannend zijn óf misschien een beetje te moeilijk. Er is in mijn leven nog nooit iets mislukt en dat geeft zelfvertrouwen om steeds een stapje verder te gaan. Toen ben ik Chinees gaan studeren. Ik vond die karakters zo mooi. Ik heb me wel regelmatig afgevraagd wat ik als veertiger aan het doen was tussen al die negentien- en twintigjarigen, en met een taal waar ik nooit iets mee had gehad. Maar ik heb de studie afgemaakt en heb ook een half jaar in China gestudeerd. Daar heb ik in een boekwinkel het idee van die kaartenwand in mijn koffiehuis opgedaan.

„Met mijn advieswerk had ik goed verdiend en ik geef niet veel geld uit, dus ik had na mijn studie wat spaargeld om een eigen zaak te openen. Mijn droom is nu om een vestiging op Schiphol te openen. Of op een station.”

Elke dag van de week werken

„Ik houd niet bij hoeveel uur per week ik werk, want veel dingen voelen helemaal niet als werk. Maar ik weet wel dat ik elke dag van de week werk. Zelfs op mijn vrije dag ga ik meestal even langs Francobolli. Ik heb altijd veel gewerkt. Niet dat ik zoveel energie heb, maar ik kan die heel goed verdelen. Elke dag een aantal uur. Ik zou niet vier dagen lang negen of tien uur per dag kunnen werken.

„Ik vind mijn balans tussen werk en privé goed. Ik houd tijd over om leuke dingen te doen, zoals laatst een bezoek aan het Mauritshuis en de Dutch Design Week. Ik vraag nu ook weer mensen te eten, de afgelopen vier jaar had ik het daarvoor te druk. Als beginnend ondernemer moet je zo veel werken. Ik moet wel zuiniger leven dan toen ik nog consultant was. Dat is niet erg, want ik kan goed met geld omgaan. Maar een duur kledingstuk aanschaffen, of schoenen van 400 euro bijvoorbeeld, dat zit er niet meer in. Ik geef nu het meeste geld uit aan uitgaan: uit eten, een expositie, een filmfestival.

„Ik heb al jong bedacht dat ik geen partner en kinderen wilde. Ik wilde zó veel doen in mijn leven en dat leek me moeilijk te combineren met een gezin. In mijn omgeving zag ik ook geen vrouwen die carrière maakten. Het waren altijd de mannen die leuke en interessante dingen deden. Ik heb het weleens gemist, een gezinsleven, maar over het algemeen ben ik gelukkig. Ik vind dat ik mijn leven prima vormgegeven heb.”