Column

Worst

Mijn dochter was elf weken oud. Hoewel ze nog niets gepresteerd had waren we ontzettend trots op haar. Andersom zag ze ons waarschijnlijk als vriendelijke schimmen. Ik was de zwarte vlek waaruit geen melk kwam, die haar oppakte als ze huilde en die haar verschoonde. Een lekker ruikende zwarte vlek bovendien, want met roken was ik na haar geboorte natuurlijk zoveel mogelijk gestopt.

Daarmee was ik er nog lang niet.

Voor de vriendin was dit het moment om door te pakken.

Het bioritme moest omgedraaid, de handen moesten vaker gewassen, de tanden beter gepoetst en met het ‘pubereten’, de verzamelnaam waaronder alles viel wat ik lekker vond, moest het ook maar eens afgelopen zijn.

Hoe leuk was een naar paprikachips ruikende vader, hield ze me voor. Of helemaal geen vader, want daar stevenden we op af. Besefte ik wel hoe snel of het allemaal ging?

Nu was ik nog een schim, maar binnen afzienbare tijd was ik een voorbeeld. Dan volgden die schattige, blauwe oogjes me overal en zagen ze een man die vloekte als de Nutella op was en die zonder reden op de gekste momenten winegums in zijn mond propte.

Publicitair kreeg ze afgelopen week de wind weer eens in de zeilen.

„Worsteters hebben 200 procent meer kans op darmkanker”, meldde ze haast triomfantelijk vanachter haar krant. „Dit gaat over de dingen die jij eet”, voegde ze eraan toe.

Dat kon er na de longkanker van Johan Cruijff nog wel bij.

In gedachten nam ik alvast afscheid van de Herz-salami, filet americain en Bifi-worst in de koelkast.

Voor het evenwicht thuis zou het prettig zijn als ze een keer iets in broccoli zouden vinden, of in die sperzieboontjes, haar lievelings, die we avond na avond wegkauwden. Een prijs voor de wetenschapper die een keer viel over de schilletjes van zilvervliesrijst.

De relativering die ik in deze krant vond in een column van hoogleraar voedingsleer Martijn Katan, toch niet de minste, waarin ik voor haar het zinnetje ‘uw kans om nooit darmkanker te krijgen is 94 procent met vleeswaren en 95 procent zonder’ met een marker had gearceerd, werd met een simpel ‘Gezond is het in ieder geval niet’ weggehoond.

Als we het dan toch over percentages hadden: de kans dat mijn dochter later, net als haar moeder, vegetariër werd, leek me inmiddels ook wel met een paar honderd procent gestegen.