Wilders is een zegen voor de democratie

De neiging om Wilders weg te zetten als gevaarlijk, speelt hem alleen maar in de kaart, meent populismedeskundige Matthijs Rooduijn.

Illustratie Hajo

Als er vandaag verkiezingen zouden zijn, zou de PVV van Geert Wilders volgens de peilingen de grootste partij van Nederland worden. Dit betekent dat Wilders best wel eens premier van ons land zou kunnen worden. Omdat Wilders’ populistische en radicaal rechtse uitspraken op gespannen voet staan met een aantal fundamentele beginselen van onze rechtsstaat, zou zijn succes een gevaar voor onze democratie vormen. Zijn deze zorgen terecht?

Sinds de vluchtelingencrisis zitten veel radicaal-rechtse partijen in Europa in de lift. Naast de PVV hebben ook de FPÖ in Oostenrijk en de SVP in Zwitserland electoraal de wind mee. Al deze partijen profiteren van een door de vluchtelingencrisis veroorzaakte vruchtbare voedingsbodem voor hun nationalistische boodschap.

Hoewel alles nu meezit voor de PVV, kan (en zal) dat in de toekomst ook weer veranderen. Zodra de media hun aandacht verschuiven naar andere thema’s, er een relletje uitbreekt binnen de PVV, of Wilders tijdens een belangrijk debat zijn dag niet heeft, kan het net zo makkelijk weer bergafwaarts gaan. De PVV heeft er wel vaker zeer goed voorgestaan in de peilingen. Tot op heden heeft de partij dat echter nooit weten te verzilveren bij verkiezingen.

Maar stel nu dat de PVV tóch de grootste partij wordt bij de volgende Kamerverkiezingen. Zelfs in dat geval acht ik de kans klein dat Wilders premier wordt. Andere partijen zullen niet snel akkoord gaan met een coalitie waarbinnen de PVV de regeringsleider levert. Een waarschijnlijker scenario is dat Wilders in dat geval in een coalitie stapt (of die gaat gedogen) zonder daarbij premier te worden.

Toch denk ik dat we ons ook in dat geval niet al teveel zorgen hoeven maken. Ten eerste is Wilders, in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, niet extreem rechts. Hij verafschuwt geweld en heeft zich altijd gedistantieerd van fascisme en nazisme. Ten tweede zullen zijn plannen afgezwakt worden omdat hij compromissen zal moeten sluiten met zijn coalitiepartners. In het verleden heeft Wilders als gedoger nauwelijks een deuk in een pakje boter weten te slaan.

In plaats van het succes van Wilders te zien als een gevaar voor de democratie, zou ik willen stellen dat dat succes juist aangeeft dat ons politieke bestel uitstekend functioneert. Een van de belangrijkste eigenschappen van een democratisch bestel is dat burgers hun stem kunnen laten horen als ze ontevreden zijn. Wat we nu zien gebeuren, is precies dát. Veel kiezers zijn bezorgd over de vluchtelingencrisis en zijn van mening dat de gevestigde partijen er niet in slagen de ontstane problemen het hoofd te bieden.

Om die reden overwegen ze bij de volgende verkiezingen over te stappen naar de PVV. Is dat een gevaar voor de democratie? Nee. Het is juist een zegen voor de democratie dat er een partij is die de zorgen van deze burgers verwoordt. Het echte probleem is niet dat Wilders gevaarlijk is, maar dat hij te makkelijk wordt weggezet als gevaarlijk. En dat gaat vaak ten koste van de inhoud. Neem Wilders’ uitspraak tijdens de Algemene Beschouwingen dat de Tweede Kamer een ‘nepparlement’ is. PvdA-Kamerlid Jan Vos stelde daarop dat Wilders met zijn uitspraken kenmerken toonde van ‘fascistoïde leiderschap’. Alexander Pechtold (D66) zei: „Stop met zeggen dat Kamerleden niet meer vertegenwoordigen waar ze democratisch op gekozen zijn. Dat hebben we in de geschiedenis te vaak meegemaakt”. Ze hadden minder dramatisch en meer op de inhoud kunnen en moeten reageren. Hoewel Wilders het met zijn nepparlement-uitspraak provocerend verwoordde, heeft hij inhoudelijk een punt. De boodschap van wat hij zei, is dat politici wat betreft hun opvattingen geen afspiegeling vormen van het electoraat. Politicoloog Armen Hakhverdian heeft op het blog Stuk Rood Vlees laten zien dat dit in veel gevallen inderdaad het geval is: volksvertegenwoordigers lopen behoorlijk uit de pas met de kiezer. Helaas ging het in het debat niet over die achterliggende boodschap; alle aandacht ging uit naar Wilders’ provocaties en de reacties.

Inmiddels hebben vrijwel alle fractievoorzitters in de Kamer (inclusief Wilders) een brief ondertekend waarin ze afstand nemen van de verharding van het asieldebat en hun zorgen uitspreken over het volgens hen ontstane „klimaat van bedreiging en intimidatie”. Opvallend genoeg twitterde Wilders niet veel later alweer over „bange, laffe neppolitici van VVD tot GL en SP”. Is dat in strijd met de brief die hij ondertekende? Nee. De brief ging over bedreigingen en intimidatie. Daar hebben de tweets niets mee te maken. Ze verdienen niet de schoonheidsprijs, maar ze vormen ook geen gevaar voor de democratie.

Andere partijen moeten minder heftig op zulke uitspraken reageren, en moeten inhoudelijker ingaan op de thema’s die de PVV aansnijdt. Door Wilders weg te zetten als gevaarlijk diskwalificeer je ook de vele mensen die op hem (overwegen te) stemmen. En dat maakt de sluimerende onvrede bij deze kiezers alleen maar groter.

Matthijs Rooduijn is politiek socioloog aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar populisme en radicalisme.