Word je ziek van megastallen?

In het buitengebied van Bergeijk komen twee stallen met intensieve veehouderij. De kwestie verdeelt de bewoners. Een deel is bang om ziek te worden. De rest wil niet zeuren.

Simone Houbraken tegenstander van de megastallen. De foto's voor dit verhaal zijn gemaakt door Merlin Daleman.

Simone Houbraken (46) kan er niet van slapen. Ze woont in Hoeve de Vrijheid in Bergeijk, onder Eindhoven, vlak bij de Belgische grens. Achter haar huis grazen de bejaarde paarden die ze opvangt. Het is er stil. Simone kijkt over de uitgestrekte maisvelden die haar huis omringen. Ze wijst. „Daar, achter de mais, gaat het gebeuren. Daar komt die stinkfabriek. De stal die ons hier allemaal ziek gaat maken.”

In De Pielis, het buitengebied van Bergeijk, heerst onder een deel van de bewoners onrust over de komst van twee megastallen. Waarschijnlijk dit jaar nog een nertsenstal met 13.000 moederdieren, waarbij de zes jonge nertsen per nest nog moeten worden opgeteld. En, als het bestemmingsplan wordt goedgekeurd, ook nog een varkensstal met 8.000 dieren.

Twee kampen

Simone organiseerde samen met andere bezorgde bewoners vorige maand een informatieavond. Daar bleek hoe gevoelig de kwestie ligt. Ze piekert nog weleens over haar woedende buurtgenoten, vertelt ze. Buurtgenoten die voor de komst van de stallen zijn, gingen tekeer tegen de artsen die ze had uitgenodigd als gastsprekers: „Wat een lulverhaal”, riepen ze. En: „Allemaal geleuter.” Sinds die avond krijgt Simone boze mailtjes en gingen vriendschappen in De Pielis kapot. „Er zijn echt twee kampen ontstaan”, vertelt Simone.

Lees ook: Laat volksgezondheid meewegen bij megastallen

Er is tweespalt in De Pielis, het Bergeijkse boerengebied dat is vernoemd naar voormalig grootgrondbezitter baron Gilles de Pélichy en dat pas na de Tweede Wereldoorlog werd ontgonnen. Tweederde van de bewoners is voor de komst van de stallen, eenderde is tegen.

Onder de tegenstanders zijn mensen als Simone en haar man, die van hun boerderij met koeien en akkerbouw sinds 2013 een boerderij met akkerbouw en een paardenbejaardentehuis hebben gemaakt. En mensen als Maranca Luijten (60) en haar man, die hun boerenbedrijf hebben omgebouwd tot tuinterras. De tegenstanders begrijpen niet waarom de voorstanders voor zijn. Hun buren zijn toch ook gewoon boeren met mooie duurzame familiebedrijven, zeggen ze. Heel anders dan de dierenfabrieken die hier nu dreigen te komen van boeren uit andere dorpen – met als risico dat de boeren uit Bergeijk straks niet meer kunnen uitbreiden.

Niet mieren over geur

Onder de voorstanders zijn traditioneler boeren zoals Mart Aarts (56), voorzitter van de buurtvereniging van De Pielis, die in blauwe overall ontvangt. „Mijn vader moest het dorp uit, omdat boeren niet meer in het dorp pasten”, vertelt hij. „Hij heeft hier op arme grond iets moois opgebouwd. Net als andere boeren. De Pielis is nu van de boeren. Hier moet je niet mieren over geur en mopperen over gezondheid.” Aarts vreest niet voor zijn gezondheid.

„Ik sta liever hier tussen de varkens dan op een druk kruispunt in de stad.”

Mart Aarts heeft een akkerbouwbedrijf. Zijn buurman heeft varkens en komt op zijn laarzen binnen om ook mee te praten. „Als je hier komt wonen, moet je de agrarische bestemming accepteren. Als je zelf overschakelt van boerderij naar een andere activiteit, moet je niet proberen de agrarische bestemming te onderdrukken”, zegt hij. Hij is juist blij met de komst van nieuwe boeren naar het gebied. „Dat houdt De Pielis leefbaar. Er gaan weer meer kinderen naar school, naar de harmonie, de voetbalvereniging.”

Ruzies en schreeuwpartijen

De varkensboer wil niet met zijn naam in de krant omdat hij vindt dat de bewoners van De Pielis eerst eens met elkaar om tafel moeten. Hij lijdt onder de ontstane tweespalt, zegt hij met strakke kaken. „Ik hoop hier nog jaren bij iedereen achterom te kunnen.”

De emoties rond de komst van grote stallen zijn heel herkenbaar voor Willem Sanders, huisarts uit het Noord-Brabantse Reusel waar op een bevolking van bijna 13.000 mensen een kleine 300.000 varkens worden gehouden. „Ik ken verhalen over schreeuwpartijen op het schoolplein en ruzies die families splijten.”

Nieuwe bacteriën

Sanders was aanwezig op de informatieavond die Simone Houbraken in Bergeijk had georganiseerd. Hij deelt met achttien huisartsen in zijn omgeving zorgen over het te dicht op elkaar wonen van te veel mensen en dieren. „Wij zien allemaal nieuwe bacteriën opduiken, die hun oorsprong vinden in de intensieve veehouderij.”

Zo zien ze het aantal besmettingen met de vee-gerelateerde MRSA-bacterie toenemen – een bacterie die infecties kan veroorzaken bij mensen met verminderde weerstand. Ze komen steeds vaker blaasontstekingen tegen die maar niet overgaan na antibioticakuren – mogelijk als gevolg van aanwezige ESBL-producerende bacteriën die voorkomen in pluimveehouderijen en waar geen antibioticum tegen helpt. Ze treffen steeds vaker uitzonderlijke zaken zoals hepatitis E – „waarschijnlijk vee-gerelateerd.”

Op de achtergrond een stal waarnaast een nertsstal zal komen.

Vergelijking met asbest

En ondertussen blijft het aantal dieren in hun omgeving al jaren toenemen, zegt hij. „Gemeenten blijven maar vergunnen.” Hij trekt een vergelijking met asbest. „Daarvan vermoedden we begin vorige eeuw al dat het schadelijk was, maar voor we sluitend wetenschappelijk bewijs hadden, waren we tientallen jaren verder. Pas eind vorige eeuw kwam er wetgeving die asbest verbood. Hetzelfde geldt voor roken.”

Jos van de Sande, specialist infectieziektebestrijding bij GGD Nederland, vindt dat er iets moet gebeuren. „Hoe meer vee en mensen op elkaar, hoe groter de kans dat een dierziektecrisis de volksgezondheid in gevaar brengt. De Q-koorts, die mensenlevens heeft geëist, heeft daarvoor bewijs geleverd. Het is wachten op de volgende crisis. Ik vind dat we zo’n nieuwe crisis niet moeten afwachten. We moeten de afstand tussen grote stallen en de bevolking vergroten, net als de afstand tussen grote stallen onderling. Als dat niet kan, moeten we geen nieuwe concentraties dieren willen in ons dichtbevolkte landje.”

Behalve voor Q-koorts is er geen sluitend wetenschappelijk bewijs voor een verband tussen gezondheidsrisico’s en intensieve veehouderij. Wel zijn er indicaties voor mogelijke risico’s gevonden in een onderzoek van het RIVM uit 2012. Naar aanleiding daarvan is het RIVM met diverse partners in opdracht van de ministeries van Volksgezondheid en Economische Zaken een diepgravender onderzoek begonnen. De kosten bedragen 3,4 miljoen euro. Bioloog Kitty Maassen van het RIVM leidt het onderzoek. Ze verwacht halverwege volgend jaar te komen met resultaten. Wat daarmee gebeurt, is wat haar betreft een politieke discussie.

„Wij dragen bij aan de wetenschappelijke kennis, zij mogen afwegen welke risico’s wat hen betreft acceptabel zijn.”

De ruimte geven

In De Pielis zal de nertsenstal in de achtertuin van Simone Houbraken er naar alle waarschijnlijkheid komen, zegt wethouder Mathijs Kuijken (landbouw en natuur, CDA). De aanvraag van de vergunning past in het bestemmingsplan. „Ik verleen vergunningen op basis van wetgeving, dus ik kan niet anders. Maar ik sta er ook achter. Ik snap de zorgen van de bewoners heel goed, maar De Pielis is een agrarisch gebied. Als boeren hier willen ontwikkelen, willen we hen ook de ruimte geven.”

Naast deze stallen komen de nertsstallen.

Kuijken vindt het wel een probleem dat hij de gezondheid van de inwoners niet kan meewegen bij het wel of niet verlenen van vergunningen. „Geen gemeente kan een vergunningaanvraag van een veehouderij weigeren wegens gezondheidsgevaar”, zegt hij. „Daar is jurisprudentie over. Dan wint de veehouderij aan het einde van de rit.” Hij zou dat graag anders zien. „Dat zou vanuit Den Haag in de wet verankerd moeten worden.”

Voor Simone Houbraken maakt dat weinig verschil meer, zo zegt ze terwijl ze over de weide achter haar boerderij kijkt. „Daar komt straks een hal vol nertsen van zo’n drie voetbalvelden groot. Vooraan wordt verse lucht binnengezogen. Achteraan wordt de afgewerkte lucht via 24 schoorstenen twaalf meter de lucht in geblazen. Het is hier 70 procent van het jaar westenwind. Dan komt die lucht onze kant op.”

Ze schudt haar hoofd, draait zich om en loopt terug naar huis.