Wat moet je zeggen als moeder van een massamoordenaar?

Zij is de bron, het fundament. Uit haar is hij ontstaan: de massamoordenaar. Draagt zij schuld? Viviane De Muynck belichaamt in GAZ de moeder van een terrorist. Schrijver Tom Lanoye gaf haar een stem. De Muynck spreekt vertwijfelde woorden richting het publiek. De kille betonnen ruimte die haar gestalte omvat – bunker, mausoleum – onderstreept haar eenzaamheid. Zij is verstoten omdat ze het kwaad heeft gebaard.

Wat maakt dat een zoon transformeert tot volksvijand?

De sociaal-maatschappelijke portee van de materie is groot, maar Lanoye maakt van GAZ een poëtische, onthechte exercitie. Hoe hypnotiserend het spel van De Muynck ook is, balancerend op de rand van de diepste afgrond, deze vrouw bestaat enkel in taal.

Mooi zijn haar herinneringen aan zijn geboorte. Teder kijkt De Muynck terug in de tijd, naar haar onschuldige baby met het verfrommelde voorhoofd. Maar over de warme herinnering verschijnt een waas van afschuw. De eerstvolgende keer dat ze hem van dichtbij bekijkt, op zoek naar de trekken die ze ooit zo goed kende, is in het mortuarium.

Die persoonlijke momenten zijn de kracht van GAZ. Wanneer Lanoye probeert het fenomeen jihadist te duiden, blijft hij steken in clichés – testosteron, de dader op zoek naar een ideaal. Lyrisch en bloemrijk verwoord, maar toch: platitudes. Ook de moeder-zoon-relatie is een sjabloon, een beeld.

Lanoye wenst niet te psychologiseren. Dat is een gemis, al tilt De Muynck de tekst hoog op. Schuldig voelt deze vrouw zich niet. Fel is ze, aanvallend, met vervaarlijk flikkerend oogwit. Een trotse leeuwin. Haar ongenaakbaarheid en decorum houden ons op afstand, zoals – als wij dan wel even mogen psychologiseren - ze misschien haar zoon op afstand hield.