‘Voorgelezen kind leert 1.000 woorden per jaar’

Dat schreven scholen tijdens de Kinderboekenweek om te benadrukken hoe belangrijk lezen voor kinderen is.

De aanleiding

Deze maand was het twaalf dagen Kinderboekenweek. Tijd voor scholen en onderwijsorganisaties om nog eens te benadrukken hoe belangrijk lezen is. Op posters, in folders en in nieuwsbrieven dook steeds ongeveer dezelfde bewering op. ‘Als kinderen 15 minuten per dag worden voorgelezen, leren ze 1.000 woorden per jaar’. Dat klinkt indrukwekkend.

Waar is het op gebaseerd?

In de folders staat geen bron vermeld. Al googlend stuiten we op de brochure Meer lezen, beter in taal (2011) van de openbare bibliotheken en de Stichting Lezen. Daar staat iets dergelijks, maar preciezer. „Een redelijke schatting is dat kinderen die behoorlijk kunnen lezen 1.000 nieuwe woorden kunnen leren als zij 1 miljoen woorden per jaar lezen (ongeveer een kwartier per dag).”

Kees Broekhof van onderwijsadviesbureau Sardes schreef de brochure. Hij putte uitgebreid uit het wetenschappelijk werk van de Amerikaanse onderwijsonderzoeker Stephen Krashen. Uit diens boek The power of reading: insights from the research (1993) haalde hij die veronderstelling.

En, klopt het?

Om te beginnen: dat lezen en voorlezen goed zijn voor kinderen, daaraan twijfelt niemand. Daar zijn meer dan honderdduizend studies naar gedaan.

Maar levert een kwartier lezen per dag duizend nieuwe woorden per jaar op? Eerst eens kijken hoeveel woorden Nederlandse kinderen per jaar leren kennen. Dat staat in het rapport Nederlands als tweede taal in het basisonderwijs (2005). Bij (autochtone) kinderen van 9 tot 12 jaar groeit de passieve woordenschat elk jaar met 1.500 à 3.000 woorden. Bij jongere kinderen, van vier tot acht jaar, is dat minder: 700 à 800 woorden per jaar.

Het zijn gemiddelden, maar dat een kleuter duizend woorden per jaar leert door voorlezen, is vrijwel onmogelijk. Bij oudere kinderen zou het wél kunnen. Kinderen in het voortgezet onderwijs leren per jaar nóg meer woorden dan kinderen in de bovenbouw van de basisschool, zegt onderzoeker Hilde Hacquebord van de Rijksuniversiteit Groningen.

Over de bewering van Stephen Krashen stuurt de Leidse leesonderzoeker Suzanne Mol een indrukwekkende stapel literatuur. De oorspronkelijke bron blijkt een Amerikaanse analyse uit 1987, waarin drie pedagogen die schatting onderbouwen.

Dat doen ze zo. Ten eerste: die miljoen woorden per jaar die lezende kinderen tot zich nemen. In Illinois hadden kinderen uit groep 7 (die zijn 10 of 11 jaar) bijgehouden hoe vaak ze in hun vrije tijd lazen. De helft van de kinderen haalde 9 minuten per dag. Ze lazen flink door (180 woorden per minuut). Als ze dat elke dag doen, komen ze op 600.000 woorden per jaar. Op school lezen ze ook nog een kwartier per dag, dan komen er nog evenveel woorden bij. Ruim een miljoen dus.

Ten tweede: hoeveel onbekende woorden zijn daar bij, die een kind kan bijleren? Dat is in de VS ook uitgezocht, ook in de jaren 80. In kinderboeken is 3 procent van de woorden zeldzaam; woorden als garnaal, plechtig of glippen. Dat zijn dus geen vergezochte woorden. Toch komen zeldzame woorden in gesprekken (ook van volwassenen!) nauwelijks voor. Om ze te leren, moet je lezen. De pedagogen houden het erop dat ze na een miljoen woorden 16.000 tot 24.000 onbekende woorden zijn tegengekomen. Als daarvan maar 5 procent beklijft (een percentage dat niet wordt onderbouwd), leren ze 800 à 1.200 nieuwe woorden per jaar. Voilà.

Waterdicht? Nee. Maar nieuwere publicaties bieden steun. Kinderen onthouden wel 15 procent, concludeerden twee onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam in 1999. Kleuters die 96 minuten e-boeken (prentenboeken) lazen, leerden in die tijd 12 nieuwe woorden.

Conclusie

De bewering dat kinderen per jaar duizend woorden leren door per dag een kwartier voorgelezen te worden, is te kort door de bocht. De uiteindelijke bron gaat over oudere kinderen, rond groep 7. Dat zij zoveel woorden leren door vrij lezen, is niet onderzocht, al noemen experts het aannemelijk. We beoordelen de stelling als half waar.