Er moeten veel meer volkstuintjes komen, want dat is gezond, vinden Britse onderzoekers

Volkstuinier in Blijdorp.

Een volkstuintje is goed voor zelfvertrouwen, humeur en gezondheid van de tuinier. De volksgezondheid kan dus verbeteren door tuinieren in een volkstuintje aan te moedigen. Dat schrijven Britse onderzoekers in een vandaag uitgekomen artikel in het Journal of Public Health.

Volkstuintjes worden vanouds gebruikt door stadbewoners die rond hun eigen huis geen tuin hebben om groente in te verbouwen. Er zijn naar schatting drie miljoen volkstuintjes in Europa, schrijven de onderzoekers. In het Verenigd Koninkrijk worden de tuintjes steeds populairder. De wachtlijst groeide in 20 jaar tijd van 13.000 naar 100.000 belangstellenden.

Stadsbewoners die weinig groen om zich heen hebben, hebben een grotere kans op psychiatrische ziekten en lichamelijke aandoeningen. Eén verblijf ‘op de tuin’ verbeterde het zelfvertrouwen al meetbaar. En angst, depressieve gedachten, angst en verwarring namen af. Dat bleek uit vragenlijsten die aan het begin en het eind van een tuinsessie werden afgenomen.

En de volkstuintjehouders scoorden ook beter dan de niet-tuiniers die in de supermarkten in de buurt werden geronseld. De onderzoekers vinden dat lokale bestuurders de aanleg van volkstuincomplexen moeten stimuleren.