Tofik Dibi en zijn pogingen ‘het’ eronder te krijgen

Het is bloedheet als Tofik Dibi met lucifers, kooltjes, takjes en kruiden in de weer is om zich te verlossen van een ‘djinn’, zijn kwelgeest. Hij is alleen, in een grot achter een vuilnisbelt in een Marokkaans dorp. De insecten die onder zijn kleren kruipen, kunnen hem niet deren. Daar is hij te opgewonden voor. Want eindelijk zal hij ‘het’ eronder krijgen, zijn seksuele voorkeur voor mannen.

Een paar weken later ontdekt hij dat de alternatieve geneesmiddelen, geleverd door familieleden, geen soelaas hebben geboden.

Niets helpt, zo ontdekt de dertiger Dibi, die bekend is als oud-Kamerlid van GroenLinks. Zijn autobiografische boek Djinn maakt aannemelijk dat wat maatschappelijk nagenoeg geen probleem meer is, dat wel kan zijn op individueel niveau. Zeker voor een gelovig mens. ‘Het’ moest weg, vooral ook van Dibi zelf. ‘Ik wil een man zijn, geen mietje. Zeker nu papa er niet meer is.’

Toen Dibi in de Tweede Kamer kwam, had hij een extra reden om zijn geaardheid te verbergen. Want als politicus identificeert hij zich met het lot van Marokkaanse Nederlanders die minder welwillend tegenover homoseksualiteit staan dan zijn GroenLinks-collega’s. Tegelijk biedt de politiek een vermomming, schrijft Dibi, door fel een vrijheid te verdedigen die hij zichzelf niet gunt, van homo’s, transgenders, enzovoorts. ‘Ik hoop dat iedereen denkt: hoe kan iemand die zo progressief is, zoiets zo geheim willen houden? Dan zal hij 'het’ wel niet zijn.’

Hoewel Dibi Djinn opdraagt aan ‘mijn broeders en zusters’, is het geen pamflet. Daarvoor schrijft hij te goed. Zo heeft hij de gave van de terloops vertelde anekdote. Zoals over een ‘oud Turks mannetje’ dat hem bespuugt in zijn vaste internetcafé in de Amsterdamse Kinkerstaat en zelf naar foto’s van kleine meisjes blijkt te gluren. Ook zijn dialogen zijn sterk, zoals die met zijn moeder, die ‘geobsedeerd is door wat ‘ze’ over ‘ons’ zeggen’ en die niet kan begrijpen waarom de niet-Marokkaanse Femke Halsema voor ‘ons’ opkomt. Zelfs het geweld dat Dibi wordt aangedaan (inclusief verkrachting) weet hij overtuigend en zelfs spannend op te schrijven.

Tegelijk is Djinn een tragisch verhaal. Tegen een gecompliceerde achtergrond – vader sterft, stiefmoeder blijkt een heks, echte moeder verhuist naar Amsterdam – blijkt Dibi een succesnummer, geliefd onder vrienden en familie. Maar door ‘het’ kan hij er moeilijk van genieten, mede doordat hij vreest dat acceptatie van zijn geaardheid hem zijn geloof kost.

Hij gaat daarom koortsachtig op zoek naar ‘massavernietigingswoorden’ in de koran en bij islamitische geleerden: citaten die bewijzen dat de profeet homo’s afwijst. Pas als hij ontdekt dat die er niet zijn en dat de geleerden van mening verschillen, lukt het hem zichzelf te accepteren. Ten slotte lijkt hij ‘het’ zelfs te associëren met een door Allah gegeven eigenschap. Pas dan hoeft hij niet meer te kiezen tegen zichzelf, een goedgebekte, tikje overmoedige gelovige uit Vlaardingen die valt op mannen.

    • Pieter van Os