Strengere regels opvragen telefoongegevens

Opvragen telefoon- en internetgegevens mag voortaan alleen nog bij verdenking van ernstige strafbare feiten.

Foto ANP / Lex van Lieshout

Het wordt moeilijker voor politie en justitie om telefoon- en internetgegevens van burgers op te vragen. Dat mag voortaan alleen bij verdenking van ernstige strafbare feiten. En een onafhankelijke onderzoeksrechter moet vooraf toestemming geven. Dat staat in een nieuwe wet van minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) waar de ministerraad vandaag mee akkoord is gegaan.

Het kabinet was door de rechter gedwongen tot deze aanscherping van de wet. In maart sprak de kortgedingrechter in Den Haag zich uit over de plicht die providers hebben om telefoon- en internetgegevens te bewaren: de ‘bewaarplicht’. Die is “noodzakelijk en effectief”, oordeelde de rechter. Maar de privacybescherming schoot in de oude wet “onmiskenbaar tekort”.

Met de nieuwe wet blijft de bewaarplicht voor telecommunicatiegegevens bestaan. Providers moeten telefoongegevens (zoals nummers en gespreksduur) een jaar bewaren, en internetgegevens (zoals IP-adressen) een half jaar. Dat is “voor de opsporing van criminelen van groot belang”, zegt Van der Steur in een verklaring.

Kabinet zou veiligheid boven privacy stellen

Het kabinet wordt al langer verweten dat het zoveel nadruk legt op veiligheid, dat de privacy van burgers in het geding zou komen. Woensdag won minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) de Big Brother Award van burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom. Hij kreeg de publieksprijs voor zijn nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Daarin wil hij de diensten meer vrijheid om gegevens van burgers te verzamelen. Te veel vrijheid, vinden onder meer het College voor de Rechten van de Mens en het Nederlands Juristen Comité. Zij pleiten voor een onafhankelijke instantie die vooraf toestemming moet geven om af te tappen. Plasterk wil dat niet.