‘Sluiten ramen was vooral symboliek’

Anderhalf jaar geleden werd D66 de grootste partij van Amsterdam. Wat leverde dat de stad tot nu toe op? „Het is geen uitgemaakte zaak meer dat we bordeelpanden blijven opkopen.”

D66-leiderJan Paternotte: „De populariteit van Amsterdam levert ons ook veel op: banen, het Rijks.” Foto Rien Zilvold

Het wordt steeds serieuzer, zegt Jan Paternotte. Hij heeft het niet over zijn politieke loopbaan. In vier jaar evolueerde hij van student-raadslid naar belangrijkste politicus van de stad. Als hij morgen op het partijcongres van D66 komt, is het als leider van ’s lands grootste D66-fractie. „Ik vroeg aan Alexander Pechtold: hoe doe je dat, 14 fractieleden leiden? Hij had geen idee, hij heeft nooit zo’n grote fractie gehad.”    

Hij doet met overgave wat hij van zijn ouders meekreeg: interesse voor wat er om je heen gebeurt, politiek vertalen. De eerste keer dat hij zich daarvan bewust werd, was toen hij zijn ouders voor de tv Bill Clinton zag aanmoedigen als presidentskandidaat.

Nog serieuzer dan zijn politieke succes is dat hij een drukke baan heeft als consultant, dat hij is getrouwd en dat zijn vrouw in verwachting is. Jan Paternotte, met zijn jongensgezicht en Britse ironie, is nu 31 jaar en heeft vorig jaar een historische overwinning geboekt op de PvdA. Hij smeedde een onwaarschijnlijke coalitie met VVD en SP, en kijkt terug op een dik jaar serieuze bestuursverantwoordelijkheid.

Je kunt het verschil al een beetje zien, zei u in een interview met Het Parool. Loopt u wel eens over het Damrak de stad in?

„Ja, daar zie je nog steeds gewoon lelijke neonreclame, platte horeca. Daar is niks substantieels veranderd.”

Die plek krijgt al jarenlang intensieve aandacht van het bestuur. Wat moet je concluderen als er niks is veranderd?

„Dat je je kunt afvragen of het beleid werkt. De veronderstelling was: de eigenaren van die panden deugen niet en het is lastig om ze via het strafrecht aan te pakken, laten wij hen uitkopen. Dat gaat traag en het lijkt zo weinig op te leveren, dat je misschien toch beter alle energie voor de strafrechtelijke route had moeten inzetten.”

Anderhalf jaar geleden kon D66 nog oppositie voeren tegen dit beleid. Nu zitten er vier D66-wethouders in het college. Hoe moeilijk is het om dan tegen onderdelen van het collegebeleid te zijn?

„Dit 1012-beleid voor de binnenstad zit niet in de portefeuille van een D66-wethouder, maar van de burgemeester. Eberhard van der Laan is een fantastische burgervader, dat zeg ik zo vaak als het maar kan, maar op sommige terreinen zijn we het oneens.”

Softdrugsbeleid, 1012, prostitutie – daar staat D66 steeds tegenover hem.

„Hij heeft andere prioriteiten dan D66, zeker op het gebied van openbare orde. Als ik kijk naar het cameratoezicht, naar het sluiten van coffeeshops die te dicht bij een school staan, hoe hij zich opstelt inzake wietregulering, dan vind ik dat hij wel heel nauw samenwerkt met VVD-ministers Opstelten en Van der Steur. Hij is mij daar te volgzaam.”

Als het 1012-beleid niet werkt, waarom sturen uw wethouders dan niet bij? Kasja Ollongren is locoburgemeester. Er gaan stemmen op in uw partij die zeggen dat zij zich meer moet laten gelden.

„Zo’n project en dan twee kapiteins op één schip, dat is lastig. Ollongren kijkt sinds kort wel mee op dit dossier. Ik ben vooral blij dat de politieke meningsverschillen worden uitgevochten in de raadsvergadering. Ook voor GroenLinks is het geen uitgemaakte zaak meer dat we bordeelpanden blijven opkopen. Als we willen laten zien van wie de stad is, moeten we waken voor grote symbolen. Het sluiten van bordeelramen is dat in grote mate geweest: symboliek.”

En het invoeren van een vergunningstelsel voor ijssalons, waar Ollongren op zinspeelde in deze krant: is dat geen symbolische vuist tegen ‘pretpark binnenstad’?

„Je wilt niet dat de hele binnenstad naar Nutella ruikt, of dat overal McDonald’s staat. Bedrijven zeggen: er is nog ruimte in de markt. Maar de stad wordt minder aantrekkelijk als er twintig Subways staan. Ik ben een sociaal-liberaal: je moet plannen om je stad leefbaar en aantrekkelijk te houden.”

D66 wordt wel verweten te ontspannen te zijn als het om de drukte in de stad gaat.

„Ik woon zelf tegenover een nachtclub. Ik hoor de rolkoffers. Ik sta in de lift met mensen die Spaans of Engels spreken: Airbnb. De nachtclub gaat zijn deur verplaatsen van de voorkant, tegenover een flat vol kinderen, naar de achterkant. Er valt veel op te lossen. Als de horeca zelf verantwoordelijkheid neemt om mensen weg te sturen die voor de deur staan, dan kun je nog heel veel aan.

„Aan de andere kant, als we niet zo populair waren geweest, hadden we nooit dit Rijksmuseum, dit Concertgebouworkest kunnen handhaven. Of al die restaurants. Dat komt doordat Amsterdam niet alleen populair is bij de Amsterdammers, maar over de hele wereld. De populariteit levert de stad banen op. Je kunt niet zeggen dat je het probleem van jeugdwerkloosheid serieus neemt en intussen geen hotels willen, zoals GroenLinks.”

Wethouder Choho kreeg op zijn kop van burgemeester Van der Laan toen hij te laconiek deed over de overlast van festivals. Dat was een van de eerste keren dat hij eventjes in de schijnwerpers stond.

„Ik lunch elke week met de D66-wethouders. En elke week zeg ik: jullie worden nog steeds als saai gezien. Ga zo door! Boven een profiel van Kajsa Ollongren stond: ‘De wethouder die maar geen politicus wil worden’. Dat is helemaal D66. We hebben Udo Kock op zijn saaiheid uitgezocht.”

Udo Kock hing de ambtenaren op financiën laatst te drogen in een interview. Ja zeggen en nee doen – dat is de cultuur. Hoe sterk is het als een wethouder, die er intussen meer dan een jaar zit, zijn ambtenaren afvalt?

„Dat zegt hij niet.”

Bij AT5 zei wethouder Kock met zoveel woorden dat zijn ambtenaren moeite hebben om elke dag hetzelfde werk te doen.

„Hij koppelt dat niet aan personen.”

Hij koppelt het aan ál zijn ambtenaren.

„Dit is absoluut niet wat hij gezegd heeft.”

Ze volgen de procedures niet, zei hij. Dat betekent toch hetzelfde?

„Zijn belangrijkste punt was: wie is waarvoor verantwoordelijk? Dat is onhelder in de organisatie. Er is een cultuur van eigenwijsheid. In deze structuur is het mogelijk om geen verantwoording af te leggen. Het probleem zat niet zozeer in de kwaliteit van ambtenaren, maar in slechte procedures.

„Het is net als met scholen. Vertrouwen waar het kan, controle waar het moet. Een zwakke school, daar moet je bovenop zitten. Goede scholen moet je de ruimte geven.”

Onderwijswethouder Simone Kukenheim heeft enkele gunstige rapporten over het scholenbeleid van haar voorganger Lodewijk Asscher in de lade gehouden. Beleid waartegen D66 campagne voerde in verkiezingstijd. Toch niet zo slecht, kennelijk.

„Er is zeker veel goeds gedaan. Door dat beleid is het aantal zwakke scholen afgenomen. Maar de aanpak dreigde door te schieten. Het kwaliteitsbureau dat Asscher had opgetuigd, werd door zijn opvolger Pieter Hilhorst omgebouwd tot een bureau dat alles centraal zou controleren.”

Dat bureau was juist niet langer van de gemeente. De schoolbesturen waren verantwoordelijk voor dat bureau.

„Maar dat zou eens in de twee jaar inspectietje gaan spelen. Volgens mij was Hilhorst er zelf niet eens voor. Wat mij steeds opvalt: als het gaat om iets waar Lodewijk Asscher ooit verantwoordelijk voor was, wordt iedereen op de Stopera nerveus.”

Maar intussen liggen er rapporten in de la van een D66-wethouder.

„Dat is omdat het nog niet af is. De gemeenteraad wilde dat de Amsterdamse aanpak onderzocht zou worden, dat is gedaan, en wilde dat die aanpak zou worden vergeleken met andere steden. Het is al vergeleken met Rotterdam en Almere, maar ze kijken nu ook nog naar Utrecht, waar nul zwakke scholen zijn. En ik weet zeker dat in het eindrapport de positieve bevindingen over het beleid van Asscher nog zullen staan.”

Een wethouder die iets in de lade houdt – daar smult de oppositie van. U zou er vroeger pap van hebben gelust.

„Ja, waarschijnlijk wel. Ik heb ook wel eens een wethouder ter verantwoording geroepen. Maar niet wanneer een onderzoek nog niet volledig is en de wethouder nog op aanvullingen zit te wachten.”