Column

Slecht voetbal

Voor een kleine acht euro zat ik woensdagavond bij Fox Sports te kijken naar de Nederlandse voetbalgrootmachten Feyenoord en Ajax. Dat is ons voorland, vrees ik: betaald tv-kijken naar betaald voetbal en straks mogelijk ook andere sporten. Ik merkte weer eens dat je niet altijd waar voor je geld zult krijgen. Wat ’n slecht voetbal! Rommelig, wild, gehaast. Weinig opbouw, machteloze aanvallers.

Het werd opnieuw duidelijk dat er van alles mis is met het Nederlandse topvoetbal. De uitschakeling voor het Europees kampioenschap is beslist geen toeval.

Hoe kon dat gebeuren? Misschien kunnen we het Nederlandse voetbal nog het best vergelijken met een bedrijf dat na een bloeiperiode bezwijkt aan zijn zelfgenoegzaamheid. Waarom zouden we iets veranderen? Het gaat toch goed? Men sluit zijn ogen voor de ontwikkelingen bij de concurrentie en klampt zich vast aan incidentele successen. De KNVB liet zich in slaap sussen door het geflatteerde succes op de laatste twee WK’s.

Sinds Nederland zelfs zwakker blijkt dan landen als IJsland, Tsjechië en Turkije komt er enig zelfonderzoek op gang. Het blad Voetbal International nam het voortouw met twee uitgebreide artikelen onder de noemer ‘De toekomst van ons voetbal’. Bij het eerste artikel stond een elftalfoto afgedrukt die mij frappeerde: het elftal van Jong Oranje dat in 2007 het EK onder 21 jaar won.

Dit waren ze: Waterman, Pieters, Kruiswijk, Maduro, Donk, Babel, Zuiverloon, De Ridder, Drenthe, Bakkal, Rigters. Ik herkende sommige gezichten nog maar al te goed, omdat ik door een toeval destijds in hetzelfde hotel logeerde – Tjaarda in Oranjewoud bij Heerenveen – waar zij zich met hun coach Foppe de Haan op hun wedstrijden voorbereidden. Aardige jongens zonder sterallures die nauwelijks opvielen in het hotel. Je kon merken dat Foppe de wind er goed onder had. Aan die generatie gaan we nog veel plezier beleven, dacht ik destijds.

Was het maar waar geweest. In VI lees ik nu: „Van de veertien jeugdkampioenen die tijdens de finale meespelen, verovert later niemand een vaste plek in het Nederlands elftal. Velen van hen komen niet eens bij een topclub in eigen land terecht. (…). Ze zijn nu rond de dertig, maar hebben nooit hun belofte kunnen inlossen.”

Een jaar later, in 2008, nam De Haan een aantal van dezelfde spelers op in Jong Oranje voor de Olympische Spelen in Beijing; sommigen hadden inmiddels goede contracten met clubs afgesloten. Ze speelden slecht en werden in de kwartfinale uitgeschakeld. De Haan was geschokt: „In China bekroop me een gevoel dat ik nog nooit had. Dit kan mijn team niet zijn, hier hoor ik niet bij.” Hij hekelde de mentaliteit van zijn spelers. Ze hadden onvoldoende getraind in hun vakantie, ze kenden weinig zelfkritiek, sloten zich af voor de buitenwereld en waren daarom moeilijk te coachen.

Er kwamen meer van dergelijke waarschuwingen, maar de KNVB bleef er doof voor. In de jeugdopleiding werden creativiteit en persoonlijke inbreng vermoord, schrijft VI „Onze jeugd is conditioneel en mentaal niet weerbaar genoeg.” Zo verloor het Nederlandse voetbal de aansluiting met de internationale top.

Toch blijven er talenten opkomen. Kijk naar Tete, Bazoer en Riedewald bij Ajax. Maar redden ze het ook? Maken zij mij nog gelukkig met een wereldtitel kort voor ik aan mijn eigen finale moet beginnen?