Rusland wil beslist geen IS in zijn achtertuin

Volgens Rusland infiltreren IS-strijders zowel Afghanistan als diens buurlanden in Centraal-Azië. Tijd voor actie.

IS-aanhangers leren Afghaanse kinderen schieten in de provincie Kunar. Foto Ghulamullah Habibi/EPA

Inlichtingendiensten geven wel vaker waarschuwingen af, maar het beeld dat Aleksandr Bortnikov woensdag schetste was wel héél alarmerend. Volgens de chef van de Russische geheime dienst FSB infiltreren strijders van terreurgroep Islamitische Staat (IS) een reeks landen in Centraal-Azië. Bortnikov sprak van „autonome cellen, die klaarstaan voor sabotage en terroristische aanslagen”.

Bortnikovs uitspraken staan niet op zichzelf. Vorige week, tijdens de vaste briefing van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, zei woordvoerder Maria Zacharova: „We maken ons zorgen over de concentratie van IS-strijders in de noordelijke provincies van Afghanistan, dicht bij de grens van Tadzjikistan en Turkmenistan”, zei ze.

Sinds de Russen onlangs begonnen Syrië te bombarderen vertelt Moskou een consequent verhaal. De luchtaanvallen zijn gericht op het bestrijden van IS en andere ‘terroristische organisaties’. Deze groeperingen zijn niet alleen actief in Syrië en Irak, maar in een brede gordel van landen die zich uitstrekt van Libië tot Pakistan. De Russische luchtaanvallen boven Syrië zijn volgens Moskou daarop het antwoord.

In de afgelopen tijd is Rusland zich nadrukkelijker gaan bemoeien met Afghanistan. Deze week werd bekend dat Afghanistan Rusland om militaire hulp heeft gevraagd. Moskou zal artillerie, kleinkaliberwapens en Mi-35-gevechtshelikopters leveren aan Kabul.

Rusland heeft bovendien zijn oog gericht op de landen die grenzen aan Afghanistan: Turkmenistan, Oezbekistan en vooral Tadzjikistan, waar nog altijd duizenden Russische militairen zijn gelegerd. Vorige maand vond in de Tadzjiekse hoofdstad Doesjanbe een conferentie plaats van de Collectieve Veiligheidsverdragsorganisatie (CVVO). Tot dit militaire bondgenootschap, waarvan Rusland veruit de grootste lidstaat is, behoren ook drie oud-Sovjet-republieken in Centraal-Azië. Ze spraken hun zorg uit over de situatie in Afghanistan, de dreiging van IS, en de noodzaak om de grens met Tadzjikistan te versterken.

Crisissituaties aan buitengrenzen

Twee weken geleden, op een top in Kazachstan van een ander samenwerkingsverband dat ontstond toen de Sovjet-Unie uiteenviel, het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), werd bekendgemaakt dat de GOS-landen een ‘taskforce’ zullen vormen om „crisissituaties aan de buitengrenzen” het hoofd te kunnen bieden.

Dat klinkt logisch. Maar de presidenten van de Centraal-Aziatische landen leken niet over te lopen van enthousiasme voor de Russische plannen, zo merkt Arkadi Doebnov van het Carnegiecentrum in Moskou op in een analyse. De autocratische leiders van Kazachstan, Oezbekistan of Turkmenistan weten heel goed dat bondgenootschappen voor Rusland vooral een middel zijn om invloed uit te breiden.

De ex-Sovjetrepublieken in Centraal-Azië kijken daarom met argusogen naar het Russische wapengekletter in hun regio. De vraag is bovendien of er wel een militair antwoord is voor het oprukkende extremisme in de regio. Het grootste gevaar komt uit de landen zelf. Hoewel harde cijfers ontbreken, is het duidelijk dat veel jongeren uit Centraal-Aziatische landen meevechten bij IS in Syrië. FSB-directeur Bortnikov meldde gisteren dat ten minste „tien groeperingen binnen IS” bestaan uit vrijwilligers uit Rusland en andere GOS-landen.

Juist deze strijders, en geen extremisten van buiten, zijn volgens de FSB-directeur bezig met het plannen van een terreurcampagne in hun landen van herkomst: „Nadat ze zijn getraind in samenzwering, het hanteren van explosieven en urban warfare.”