Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Geopolitiek

Poetin zette het slappe Westen schaakmat

In en vlijmscherp betoog levert de Russische schaakgrootmeester en oppositiepoliticus felle kritiek op het westerse Ruslandbeleid. Het Westen is volgens hem laf en blind als het om de ware Poetin gaat.

Garry Kasparov wordt gearresteerd tijdens een betoging in Moskou, op 24 november 2007
Garry Kasparov wordt gearresteerd tijdens een betoging in Moskou, op 24 november 2007 Foto Reuters/Vyacheslav Kochetkov

Eigenlijk is het allemaal de schuld van president Obama, schrijft Garry Kasparov in Het wordt winter. De vergeten lessen van de Koude Oorlog. Hij doelt daarbij niet op Obama als Koude Oorlogshitser, zoals hij in de Russische staatsmedia wordt afgeschilderd. Nee, Kasparov beschuldigt de Verenigde Staten, en in mindere mate de EU, ervan ten opzichte van Rusland een politiek van appeasement te voeren en niet op te komen voor de mensenrechten en de waarden van de liberale democratie, zoals dat in de Koude Oorlog wel gebeurde.

Sterker nog, de schaakgrootmeester en oppositiepoliticus, die sinds 2013 in Amerikaanse ballingschap leeft, beweert dat als Obama Rusland onmiddellijk na de annexatie van de Krim zware sancties had opgelegd en defensieve wapens aan Oekraïne had geleverd, het in de Donbass nooit tot een oorlog was gekomen en de MH17 niet was neergehaald. Maar in plaats van een soevereine Europese staat tegen Russische agressie te beschermen, heeft Obama Oekraïne genegeerd en Poetin zijn gang laten gaan, waardoor deze nu steviger in het zadel zit dan ooit tevoren.

Gevaarlijke dictator

Volgens Kasparov is Poetin een gevaarlijke dictator en een agressieve pokerspeler. Hij hoeft niet per se van het Westen te winnen, omdat hij weet dat hij dit, als het tot een serieuze krachtmeting met de NAVO komt, toch niet kan. In plaats daarvan probeert hij de NAVO en de EU te verzwakken, door tweedracht en onrust te zaaien.

Ook meent Kasparov dat Poetin zich niet laat leiden door Ruslands nationale belangen, maar alleen door eigenbelang en dat van de paar mannen die hem in het zadel houden. Daarom is hij genoodzaakt zijn macht alsmaar te versterken door de oppositie en de vrije media te onderdrukken, en met militair spierballenvertoon in het buitenland Russische patriotten en nationalisten voor zijn zaak te winnen.

Aan Poetins topscore in de opiniepeilingen – vorige week steunde 89,9 procent van de Russen hem nog op grond van zijn Syriëbombardementen – hecht Kasparov in dit verband geen betekenis. In een politiestaat houdt immers iedereen die wordt opgebeld door een opiniebureau bij het beantwoorden van vragen eenvoudigweg rekening met mogelijke represailles.

Behalve felle kritiek op Poetin en het Westen bevat Het wordt winter een evenwichtige analyse van de vijfentwintig zware jaren die Rusland sinds de Val van de Muur heeft doorstaan. In een van zijn belangrijkste hoofdstukken over die chaotische periode behandelt Kasparov het uiteenvallen van het Sovjetimperium, op 25 december 1991. Hierin laat hij zien dat de Sovjet-Unie op de dag van haar officiële ontbinding al geen lidstaten meer telde, omdat die allemaal al eerder de onafhankelijkheid hadden uitgeroepen.

Opmerkelijk is dat Kasparov in dit deel van zijn boek beweert dat partijleider Gorbatsjov de coup van communistische haviken van 20 augustus 1991 waarschijnlijk zelf heeft georganiseerd om op die manier zijn tanende macht te kunnen herstellen. Vergeet niet dat hij al eerder opstanden in Georgië en Litouwen met bloedig geweld had laten neerslaan.

Tijdens dat ontbindingsproces hielden de Verenigde Staten zich ook al angstvallig op de vlakte. Vooral president Bush sr. maakte zich grote zorgen over de ineenstortende supermacht. In een poging het tij te keren gaf hij de Sovjet-Unie miljarden dollars aan leningen. Duitsland kwam met 8 miljard dollar over de brug als onderdeel van het akkoord over de Duitse eenwording. En dat bedrag nam alleen maar toe, want begin 1992 hadden de Duitsers in totaal zelfs 45 miljard dollar aan Moskou overgemaakt. Het jaar daarop schonk de G7 43 miljard dollar en maakte de Wereldbank 610 miljoen dollar over voor het moderniseren van de Russische olie-industrie. En dan waren er nog de miljarden die Moskou in de jaren negentig kreeg voor de ontmanteling van de kernwapens van Oekraïne, Kazachstan en Wit-Rusland.

Mythes

Aan de hand van die cijfers ontkracht Kasparov de door Poetins propagandamachine verkondigde slachtoffer- en omsingelingsmythes. Volgens die mythes heeft het Westen Rusland na 1991 vernederd en is het uit op zijn ondergang. Terwijl je toch eerder zou kunnen stellen dat Rusland door Poetin zélf is vernederd, omdat hij er, ondanks de miljardeninkomsten uit de olie- en gashandel, niet in is geslaagd zijn land te moderniseren.

Ter versterking van zijn betoog haalt Kasparov Robert Paxtons De anatomie van het fascisme uit de kast. In dit standaardwerk wordt het fascisme onder meer neergezet als ‘het geloof dat de eigen groep geslachtofferd wordt, een gevoel dat elke daad tegen in- of externe vijanden rechtvaardigt, zonder wettelijke of morele grenzen.’ Opgeteld bij de persoonsverheerlijking van Poetin, het uitschakelen van de oppositie, de gelijkschakeling van de media, en het feit dat de meeste Russen de door het Kremlin gecreëerde mythes geloven, schetst Kasparov in dit bij vlagen ijzersterke boek aldus een geloofwaardig beeld van een onvoorspelbaar land met overduidelijke fascistische trekken.

Volgens hem is Poetin niet uit op een Derde Wereldoorlog, maar wel op de ontwrichting van het Westen, met als enige doel zelf te overleven. En precies dat element is het gevaarlijkste wat het Westen dezer dagen kan overkomen. Niet voor niets roept Kasparov politici op te luisteren naar dissidenten, die als enigen de waarheid over Rusland vertellen; niet voor niets roept hij ons op om ons te verheffen uit onze zelfgenoegzaamheid en eindelijk eens daadkracht te tonen.