Paling zwemt 2.400 kilometer voor seks

Het mysterie van de voortplanting van de paling is ontrafeld. Een vis met zender zwom tot aan de Sargassozee.

Amerikaanse paling Foto Wikimedia Commons

Voor het eerst is een paling gevolgd tijdens zijn lange trek van de kust tot aan de paaiplaatsen in de Sargassozee. Canadese zeebiologen meldden hun observatie dinsdag in Nature Communications.

Alen of palingen leven als jongvolwassen vis in rivieren. Als ze klaar zijn om te paaien, trekken ze naar zee. Europese palingen (en die van de oostkust van Noord-Amerika) trekken naar de Sargassozee, een groot gebied in de Atlantische Oceaan ten oosten van de Caraïben. Biologen twijfelden er niet aan dat palingen naar de Sargassozee trekken, omdat daar de kleinste palinglarven voorkomen. Dat is in het begin van de twintigste eeuw al gemeten.

Tot nu toe had echter nooit iemand in de Sargassozee een volwassen aal gevangen, laat staan dat de hele palingtrek in kaart was gebracht. In de afgelopen jaren zijn in Europa enkele pogingen gedaan om Europese palingen (Anguilla anguilla) met zenders uit te rusten. De vissen konden ruim duizend kilometer gevolgd worden, maar nooit helemaal tot aan de Sargassozee. Er waren allerlei technische moeilijkheden.

Een Canadees team van biologen probeerde het intussen ook, met verwante Amerikaanse palingen (Anguilla rostrata). Die vissen trekken, zover bekend, ook naar de Sargassozee. Het team onder leiding van de Université Laval (Quebec) voorzag 38 palingen van zenders, tussen 2012 en 2014. Bij 17 vissen werkte de zender lang genoeg (enkele dagen tot maximaal twee maanden) om te reconstrueren waar ze gezwommen hadden. De meeste palingen vorderden in die periode minder dan een paar honderd kilometer.

Maar vorig jaar ontvingen de Canadezen van één van die palingen uiteindelijk een signaal dat bijna uit de Sargassozee kwam. De paling had toen 2.400 kilometer afgelegd.

Deze ene paling zwom eerst oostwaarts langs de Canadese kust, om vanaf de rand van het continentaal plat plots naar het zuiden af te buigen. Opvallend was dat de paling niet profiteerde van zeestromingen. De Canadezen speculeren dat het dier aangeboren kennis heeft van magnetische velden, en zo zijn route bepaalt. Daar zijn bij trekvogels en zalmen ook aanwijzingen voor.

De biologen willen graag meer palingen zenderen, om meer te leren over trekroutes en -omstandigheden. Dat de paling zich eindelijk laat volgen over zee, is belangrijk voor fundamentele kennis. Maar ook om paling zich uiteindelijk in kwekerijen te laten voortplanten. Dat kan nu nog niet.

Het zenderen van palingen is echter lastig. Biologen bevestigen zenders op de rug van de vissen. Die verzamelen gegevens over waterdiepte, licht en temperatuur, waaruit de locatie van de palingen afgeleid kan worden. Na een aantal weken laten de zenders automatisch los. Ze drijven dan naar het zeeoppervlak en sturen hun gegevens naar een satelliet.

In het Canadese onderzoek werden de palingen vaak opgegeten door andere vissen. De zenders zelf hinderen de palingen ook, en vielen te vroeg af. Ook liet de data-overdracht in eerste instantie te wensen over – een jaar later kochten de biologen zenders bij een andere fabrikant.