Negeren als campagnestrategie

Op 6 april stemt Nederland over het EU-verdrag met Oekraïne. Het nee-kamp bruist van energie, het ja-kamp oogt futloos.

Foto HH

Hij verdiende ooit de bijnaam ‘Dr. No’ voor zijn succesvolle campagne tegen de Europese Grondwet, tien jaar geleden. Nu gaat SP’er Harry van Bommel er opnieuw vol tegenaan. Zijn partij gaat zich inzetten voor een ‘nee’ bij het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne. De campagne van de SP staat al in de steigers: flyeren op straat, optredens in zaaltjes en uitgekiende aanwezigheid op sociale media. Tv-spotjes, radiospotjes, billboards in bushokjes – ook een serieuze optie. Van Bommel hoopt „dat we dezelfde koorts veroorzaken als in 2005”.

Gisteren werd bekend op welke datum het referendum gehouden gaat worden: woensdag 6 april 2016. Op die dag kunnen alle Nederlandse stemgerechtigden laten weten of ze voor- of tegenstander zijn van het associatieverdrag, dat de politieke en economische banden tussen de Europese Unie en Oekraïne versterkt. Het referendum werd afgedwongen door GeenPeil, dat hiervoor 427.939 geldige handtekeningen wist te verzamelen.

De vraag is nu: wat gaan de politieke partijen doen in de campagne? Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer stemde vóór het verdrag; alle partijen behalve SP, PVV en Partij voor de Dieren. Maar het debacle van 2005 ligt nog vers in het geheugen: toen konden 128 zetels in de Tweede Kamer plus het kabinet niet voorkomen dat 62 procent van de bevolking tegen de Grondwet stemde.

Een eerste inventarisatie van de campagneplannen stemt opnieuw weinig hoopvol voor het ja-kamp. De tegenstanders van het verdrag tonen zich veel strijdvaardiger. De SP gaat de – altijd goed gevulde – eigen campagnekas aanspreken, zegt Harry van Bommel. „Anderhalve ton is geen onrealistisch bedrag.” Ook PVV-leider Geert Wilders heeft al laten weten uitgebreid de straat op te gaan voor een ‘nee’. Als het een beetje meezit voor de partij, loopt zijn huidige verzetstoer tegen asielzoekers naadloos over in die tegen het associatieverdrag.

Wel uitleg, geen foldertjes

Daar steekt het ja-kamp bleekjes bij af. De VVD is principieel tegen het referendum als politiek instrument. Dus zullen de liberalen, indien gevraagd, netjes uitleggen waarom ze vóór hebben gestemd in de Tweede Kamer. „Maar een grootschalige campagne komt er niet”, zegt fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Bij het CDA – ook tegenstander van het fenomeen referendum – hoor je hetzelfde verhaal: wel uitleg in de krant en op tv, geen foldertjes uitdelen in de regen.

De PvdA stemde voor het verdrag én voor het referendum, maar ook bij de sociaal-democraten is weinig urgentie te bespeuren. Kamerlid Marit Maij spreekt van „ingaan op uitnodigingen” en „het gesprek met iedereen aangaan”. Ze voegt daaraan toe: „Debatteren in de Tweede Kamer is ook een vorm van campagnevoeren.” Maij, een kundig maar tamelijk onbekend Kamerlid, is tot nader order zelf het gezicht van de PvdA-campagne – politiek leider Samsom blijft vooralsnog buiten beeld.

De ChristenUnie, in 2005 één van de gangmakers van het nee-kamp, zet zich bij dit referendum in voor een ‘ja’. Maar het wordt „een beperkte campagne”, zegt Kamerlid Joël Voordewind. En er is een voorbehoud: het verdrag mag geen opstap worden tot een EU-lidmaatschap van Oekraïne. De slogan ligt al klaar: „Samenwerken ja, toetreden nee.”

De enige partijen uit het ja-kamp die straks met overtuiging de straat opgaan, zijn D66 en GroenLinks. Althans, de grote mensen van GroenLinks – jongerenbeweging Dwars riep onlangs op tot een boycot van het referendum („een fopspeen”), zodat de opkomst onder de 30 procent blijft en de uitkomst niet rechtsgeldig is.

Blijft over D66, de meest Europa- én referendumgezinde partij van het land. Daar trekken ze 50.000 tot 100.000 euro aan eigen geld uit voor de ja-stem, zegt campagneleider Kees Verhoeven. D66’ers gaan de deuren langs, er komt een website, en billboards „als het kan”. Maar, constateert hij: „We staan er alleen voor.”

Waar komt die lauwheid in het ja-kamp vandaan? Sommige partijen hebben uit het fiasco van 2005 de les getrokken dat politici beter buiten beeld kunnen blijven. Daarnaast zijn de achterbannen van met name VVD en PvdA ernstig verdeeld over het onderwerp, bleek vorige week uit onderzoek van Maurice de Hond in opdracht van D66. De strategie bij die partijen lijkt: zo min mogelijk ruchtbaarheid geven aan het referendum om de opkomst zo laag mogelijk te houden.

Sommige voorstanders hebben de hoop al opgegeven. „De kans dat je van een ‘nee’ een ‘ja’ maakt, is niet heel groot”, zegt een bron in de coalitie. En met het oog op de komende Kamerverkiezingen is campagnevoeren in dat geval alleen maar schadelijk.