Misschien wel de lekkerste kaasfondue van de stad

Binnen lijkt het op een chalet en er staat zelfs een ouderwetse cabine van een skilift. Bij Bistrot des Alpes gaat het om eten uit de Franse Alpen en ja, natuurlijk: dan denk je aan kaas, kaas en nog eens kaas. Of iets preciezer: aan kaasfondue, raclette, gratins en plateaus met kazen. En een beetje aan charcuterie en vlezige stoofgerechten die goed bij herfst- en winterweer passen. De kok komt uit de Franse Alpen, zijn vrouw uit Nederland en zij doet de bediening. Ze runden eerder samen een restaurant in de Haute-Savoie. We zien geen ander personeel, het kan niet anders dan dat het stel ’s avonds uitgeput op bed neervalt.

Onze niet eens heimelijke liefde gaat uit naar kaasfondue (17,90 p.p.), een gezelschapsspel, dat hier dan ook door minimaal twee personen besteld moet worden. Maar daarvóór nemen we de voorgerechten van de dag: pompoensoep met bacon en kastanjes (7,50) en terrine de campagne (7,50). De terrine is precies goed, hoog op smaak (ik zeg: te zout, maar mijn tafelheer denkt daar anders over), fijn maar niet té fijn, de bijgeleverde groene salade is mooi aangemaakt met notendressing, de cornichons zijn uitstekend. De pompoensoep is lekker romig, smeuïg, smaakvol, maar wel érg zoet en dat komt door de twee zoete smaakmakers: pompoen en kastanje. Dit is een gevalletje vlek-op-vlek, je zou liever een hartiger tegenhanger van pompoen wensen; ook de geroosterde bacon biedt niet genoeg tegenspel.

Dan gaan we fonduen. Er komt een caquelon, zo’n rode aardewerkpan, borrelende kaasfondue, een mandje fijn voorgesneden brood en een groene salade (geserveerd in een weckpotje) op tafel. Met daarin de gevraagde cèpes (3,50), eekhoorntjesbrood dus. Die paddenstoelen hebben vanwege hun poreuze karakter vooral veel wijn opgezogen en dat is dus een minder geslaagd idee. Maar ze hebben ook de smaak van paddenstoelen aan de fondue afgegeven en da’s dan wel weer lekker.

De fondue zelf is meer dan uitstekend en dat komt vooral door het gebruik van de goede kazen: Comté uit de Jura (dat ligt tegen de Alpen aan) en Beaufort en Abondance, beide uit de Savoie… het is een klassieke kaasfondue. Die trouwens ook goed tot één fijne fondue is gesmolten, iets waarmee de hobbykok wel eens de mist in kan gaan.

Het schijnt dat je bij kaasfondue thee hoort te drinken, maar wij verkiezen wijn, waaronder een Marestel van La Cave du Prieuré (7,- per glas), een heldere alpenwijn die goed matcht met de kaas. We hadden natuurlijk ook graag die lekkere bourgognewijn Chassagne-Montrachet van Latour (75,-) willen drinken, die gaat echter net iets boven ons budget, maar het is meer dan duidelijk dat deze mensen ook van wijn houden. En van kaas. Of had ik dat al gezegd?

Ten slotte nemen we een dessert – huisgemaakt vanzelfsprekend, en een goede testcase. De tarte tatin met calvados (7,-) is niet vies, maar een beetje verbrand aan de randen; de appels zijn te papperig, er ligt wat lauwe crème fraîche met vanille bij en de smaak van calvados overheerst. Anders gezegd: niet goed gelukt. De citroentaart met meringue (6,50) is heel goed geslaagd. De korst is mooi doorbakken, erg lekker, bedekt met mooie, lopende citroencrème die precies goed van smaak is, zuur en zoet tegelijk.

Bij Bistrot des Alpes is het fijn toeven, ook al gaat er op een paar punten wat mis. De kaasfondue, en daar kwamen we voor, is misschien wel de lekkerste van de stad. En doet wat het moet doen: een vol, warm en weldadig gevoel geven. Buiten regent het, het is guur en eigenlijk is er geen reden te bedenken dit pand ooit nog te verlaten. Er is kaas, wijn en een enorm lieve vrouw die ons met zorg omringt.

Wat wil een mens nog meer.